Oefentoets Biologie: Mens-milieu | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 9

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Mens en Milieu

2/3 Afvalverwerking.

In Nederland wordt bij afval onder andere onderscheid gemaakt tussen GFT-afval en klein chemisch afval.
In 2003 werd in Nederland 1365 miljoen kilogram GFT-afval geproduceerd. Toch kregen we in dat jaar minder dan 1365 miljoen kilogram compost.

Geef hier één reden voor.

Mens en Milieu

3/3 Afvalverwerking.
Zie figuur B 3377 van de bijlage.

In de afbeelding zijn twee producten weergegeven: een fles motorolie en een fles terpentine.

Welke van deze verpakkingen moeten bij het klein chemisch afval worden weggegooid?

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

1/8 Schimmels.

Een hondendrol bevat voedselresten. Deze resten zijn weer voedsel voor talloze bacteriën en schimmels. Ze verbruiken de nog bruikbare stoffen in de drollen. Dat verbruiken gaat in een vochtige zomer sneller dan in een droge zomer of in de winter.
Sporen zijn cellen die zorgen voor de voortplanting van schimmels. Sommige sporen ontwikkelen pas tot complete schimmels als ze in het verteringskanaal van een dier geweest zijn. In het verteringskanaal wordt het begin van de ontwikkeling gestimuleerd door veel zuur en door een hoge temperatuur. Uiteindelijk worden de sporen complete schimmels in een verse drol.

Noem twee abiotische factoren die volgens de tekst van invloed zijn op de ontwikkeling van de schimmels uit de sporen.

Mens en Milieu

2/8 Schimmels.

De delen van het verteringskanaal van een hond hebben dezelfde namen en functies als de delen van het verteringskanaal van een mens.

In welk deel van het verteringskanaal van een hond zijn de omstandigheden vooral zo dat de ontwikkeling van schimmelsporen wordt gestimuleerd?

Mens en Milieu

3/8 Schimmels.

Welke van de volgende twee beweringen over de bouw van een cel van een schimmel is juist?

1. Een cel van een schimmel heeft een celkern.
2. Rond een cel van een schimmel bevindt zich een celwand.

Mens en Milieu

4/8 Schimmels.

De hoeveelheid poep van een hond is mede afhankelijk van het soort voedsel dat de hond krijgt. In modern hondenvoer is vaak plantaardig voedsel verwerkt. Van een kilo plantaardig voedsel blijft na vertering meer poep over dan van een kilo dierlijk voedsel.

Geef een oorzaak voor dit verschil.

Mens en Milieu

5/8 Schimmels.

Men deed in een zomer een onderzoek naar de invloed van de hoeveelheid regen op de aanwezigheid van schimmels op hondendrollen. In het verslag stond: "Regen bevordert het ontstaan van schimmels op hondendrollen".

Is deze zin in het verslag op te vatten als een conclusie, als een methode van onderzoek of als een werkplan bij het onderzoek?

Mens en Milieu

6/8 Schimmels.

Schimmels gebruiken enzymen bij de vertering van een hondendrol. In de winter wordt een hondendrol op straat minder snel verteerd dan in de zomer.

Waardoor is dat verschil hier vooral te verklaren?

1. doordat de activiteit van enzymen afhangt van de temperatuur.
2. doordat hun activiteit afhangt van de zuurgraad.

Mens en Milieu

7/8 Schimmels.

Bij de afbraak van drollen door bacteriën en schimmels zijn stoffen nodig voor deze afbraak.

Is koolstofdioxide een van die stoffen?
En zuurstof?

Mens en Milieu

8/8 Schimmels.

Bij de afbraak van drollen door bacteriën en schimmels komen stoffen vrij, die door planten kunnen worden opgenomen.

Is koolstofdioxide een van deze stoffen?
En horen mineralen tot die stoffen?

Mens en Milieu

1/2 Viskweek en schoon water.

Viskwekers hebben een groot probleem met het water waarin zij vissen kweken.
Dit water wordt vervuild door vissenpoep. Als gevolg van die vervuiling komen er in die vijvers veel voedingszouten voor, waardoor algen zich sterk gaan vermeerderen.

Leg uit waardoor in een vijver met veel vissenpoep veel voedingszouten gevormd worden.

Mens en Milieu

2/2 Viskweek en schoon water.

In de visvijvers komen behalve vissen en algen ook bacteriën voor.
In onderstaand schema staan organismen.

afbeeldingafbeelding

Geef met combinaties van cijfers en letters aan welke organismen zuurstof verbruiken en welke organismen zuurstof produceren.
Voorbeeld: 1a en b

Mens en Milieu

Afvalverwerking.

Welke van de onderstaande manieren van afvalverwerking is of welke zijn voorbeelden van recycling?

1. Het verwerken van oud papier in een kartonfabriek.
2. Het aanleggen van een skihelling op een oude vuilnisbelt.
3. Het inzamelen en verbranden van schadelijke chemische oplosmiddelen.
4. Het verbranden van huisvuil in een installatie die elektriciteit opwekt.

Mens en Milieu

1/2 Afvalscheiding.

De overheid heeft de gemeenten in 1995 verplicht om het afval van de huishoudens gescheiden op te halen. Dat wil zeggen dat het groente-, fruit- en tuinafval (= GFT-afval) gescheiden wordt van het restafval. Men gaat er overigens al van uit dat het afval dat te recyclen is, niet in de gewone vuilnisbak terecht komt.

Noem drie andere, verschillende groepen afval die geschikt zijn voor recycling.

Mens en Milieu

2/2 Afvalscheiding.

Geef twee redenen waarom de overheid wil dat afval in de huishoudens in soorten gescheiden wordt.

Mens en Milieu

Floravervalsing.

Bij floravervalsing (floravervuiling)

Mens en Milieu

Floravervalsing.

De problemen door floravervalsing ontstaan doordat

Mens en Milieu

Natuurlijke materialen.

In een bepaalde winkel in een grote stad willen mensen kleren kopen die alleen gemaakt zijn van natuurlijke materialen. Zij willen geen kunststoffen. Een klant van deze winkel wil ook nog alleen truien dragen die geen materialen bevatten die afkomstig zijn van dieren. "Geen probleem", vindt de verkoper. "U kunt dan kiezen uit alle truien van dit rek."

Noem een materiaal waarvan de truien in het aangewezen rek kunnen zijn gemaakt.

Dit kan zijn [invulveld]

Mens en Milieu

Milieuverontreiniging.

Welke van de volgende feiten veroorzaken milieuverontreiniging?

1. Het spoelwater van olietankers wordt overboord gepompt.
2. In de Alpen worden nog veel soorten korstmossen gevonden.
3. In de Rijn worden nauwelijks nog zalmen gevangen.
4. Jongeren rijden met brommers met een kapotte uitlaat dwars door de duinen.

Mens en Milieu

Milieuverontreiniging.

Als oorzaken van milieuverontreiniging worden genoemd:

1.de bio-industrie;
2. de groei van de chemische industrie;
3. het verdwijnen van tropische regenwouden;
4. de toename van het aantal mensen op aarde;
5. het uitsterven van plantensoorten;
6. het verkeer.

Welke zijn juiste oorzaken van milieuverontreiniging?