Oefentoets Biologie: Bloed | Algemeen | VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4 | variant 3

Deze digitale toets over de bloedsomloop en de rol van bloedcellen biedt inzicht in belangrijke biologische processen en is gericht op studenten in de gezondheidszorg en biologie. Ontdek de functies van alcohol in het bloed, de identificatie van bloedcellen en de impact van orgaantransplantaties op het lichaam. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Alcoholopname en bloedsomloop

2/3 Alcohol in het bloed.

Een alcoholmolecuul is via de wand van de maag in het bloed opgenomen. Dit molecuul wordt met het bloed langs de kortste weg naar de hersenen vervoerd.

Komt een alcoholmolecuul op de kortste weg van de maag naar de hersenen in de grote bloedsomloop?
En in de kleine bloedsomloop?

Functie van hemoglobine in bloedcellen

Een longblaasje.
Zie figuur B 787 van de bijlage.

De tekening stelt een doorsnede van een longblaasje met een haarvat van een mens voor.
De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.

Deel 1 bevat hemoglobine.

Wat stelt deel 1 voor?

afbeeldingafbeelding

Identificatie van Rode Bloedcellen

1/4 Bloedafbraak.
Zie figuur B 3135 van de bijlage.

In de afbeelding zijn drie verschillende bloeddeeltjes weergegeven.

Welk bloeddeeltje stelt een rode bloedcel voor?

Dit is aangegeven met de letter:

afbeeldingafbeelding

Vorming van rode bloedcellen

2/4 Bloedafbraak.

Rode bloedcellen bevatten onder andere ijzer.
Als rode bloedcellen worden afgebroken, gaat dit ijzer naar de plaats waar nieuwe rode bloedcellen worden gevormd.

Waar worden rode bloedcellen gevormd?

Invoer van gal in het verteringskanaal

3/4 Bloedafbraak.

Andere stoffen uit de rode bloedcellen komen via de gal in de darmen terecht. Daar worden ze verder afgebroken door bacteriën.

Op welke plaats komt de gal het verteringskanaal binnen?

Identificatie van bacteriën in het verteringskanaal

4/4 Bloedafbraak.
Zie figuur B 3136 van de bijlage.

In de afbeelding zijn drie soorten cellen weergegeven die in het verteringskanaal van een mens kunnen voorkomen.

Welke tekening geeft een bacterie weer?

Tekening

afbeeldingafbeelding

Stoffen in Rode Bloedcellen

1/3 Bloed.

In het bloed van de mens komen verschillende deeltjes voor: bloedplaatjes, rode bloedcellen en witte bloedcellen.

Welke van de volgende stoffen zit in de rode bloedcellen?

Bloedstolling en bloeddeeltjes

2/3 Bloed.

Welke deeltjes in het bloed spelen een rol bij de bloedstolling?

Deeltjes in het bloed tegen bacteriën

3/3 Bloed.

Welke deeltjes in het bloed vernietigen bacteriën?

Orgaantransplantaties: Hart en Lever

1/8 Orgaantransplantatie.
ORGAANTRANSPLANTATIE

Hart
Een patiënt komt in aanmerking voor een harttransplantatie als er sprake is van een chronisch hartfalen, waarbij de levensverwachting kleiner is dan één jaar en andere behandelingen niet (meer) mogelijk zijn.
Bij een harttransplantatie is een snelle transplantatie is van essentieel belang. Het hart is vier tot acht uur buiten het lichaam houdbaar, maar hoe sneller de operatie, hoe groter de kans op succes.
Het hart is het eerste orgaan dat uit een donor wordt genomen. Harttransplantatie geldt niet als de moeilijkste van alle orgaantransplantaties. Een operatie duurt gemiddeld zo'n drie tot vier uur. Een bijkomend nadeel is dat in verband met de geboden snelheid donor en ontvanger op bloedgroep op elkaar worden afgestemd. Afstemming op weefseltypering is in verband met de tijdsdruk niet mogelijk. Gevolg is dat in 5 tot 15 procent van de transplantaties het donorhart niet goed op gang komt.
De overlevingskans voor een persoon met een donorhart ligt op ruim 90 procent na één jaar; 84 procent leeft na vijf jaar nog.

Lever
De lever heeft verschillende functies, stoornissen hieraan kunnen aanleiding zijn tot transplantatie. Als een van de twee leverfuncties niet goed werkt, betekent het nog niet dat automatisch tot transplantatie wordt besloten. Er mag niets mis zijn met het hart en de longen van de patiënt.
De leverziekte dient ook zó ernstig te zijn dat andere behandelingen geen nut meer hebben. Een leveraandoening wordt meestal veroorzaakt door een erfelijke ziekte, een virusinfectie, medicijngebruik of overmatig alcoholgebruik. In het laatste geval is de aandoening vaak te behandelen met medicijnen en door te stoppen met drinken. Soms is transplantatie noodzakelijk, maar alcoholisten komen daarvoor in beginsel pas in aanmerking wanneer zij minimaal zes maanden ‘droog staan'.
De levertransplantatie is wellicht de moeilijkste van alle orgaantransplantaties. Veel patiënten verkeren ten tijde van de operatie in een slechte conditie door een gebrek aan eiwitten. De operatie duurt zeven tot acht uur. Er is ook haast geboden bij een transplantatie: tussen het moment van uitname en transplantatie mag maximaal twaalf uur zitten. Ook hier geldt: hoe sneller, hoe beter.
Afstoting bij levertransplantaties is een reële kans. Zo'n 30 tot 40 procent van de patiënten heeft te maken met acute afstotingsverschijnselen (tussen 7 en 21 dagen na de transplantatie). De kans op overleving is ongeveer 85 procent na één jaar en 50 procent na vijf jaar.

Uit: http://www.nrc.nl/W2/Lab/Profiel/Orgaandonatie/weefsels.html

Zie volgende scherm

Afweerreactie bij orgaantransplantatie

2/8 Orgaantransplantatie.

Tegen welk type stoffen wordt een afweerreactie opgeroepen?

Antigeenpresentatie bij orgaantransplantatie

3/8 Orgaantransplantatie.

Voorafgaande aan de afstoting vindt antigeenpresentatie plaats.

Waar wordt het gepresenteerde antigeen vandaan gehaald?

Bloedgroepen en Orgaantransplantatie

4/8 Orgaantransplantatie.

De bloedgroep van donor en ontvanger moeten op elkaar afgestemd worden, de bloedgroep wordt bepaald door de bloedfactor.

Op welke cellen komen deze factoren voor?

Weefseltypering bij Orgaantransplantatie

5/8 Orgaantransplantatie.

Waarom is het zo moeilijk om een ontvanger te vinden met dezelfde weefseltypering (weefselgroep) als die van het donororgaan?

Witte bloedcellen en orgaantransplantatie

6/8 Orgaantransplantatie.

Welk type cellen zal het vreemde orgaan als eerste ‘opmerken'?

Eiwittekort bij leveraandoeningen

7/8 Orgaantransplantatie.

Waarom hebben mensen met een leveraandoening een gebrek aan eiwitten?

Belangrijke bloedvaten bij levertransplantatie

8/8 Orgaantransplantatie.

Bij een levertransplantatie zal naast de leverader en leverslagader nog een ander belangrijk bloedvat moeten worden afgesloten.

Welke?

HIV en de rol van witte bloedcellen

HIV-virussen.

De ziekte AIDS wordt veroorzaakt door de zogenoemde HIV-virussen. Deze HIV-virussen vernietigen bepaalde bloeddeeltjes. AIDS-patiënten zijn zeer gevoelig voor infecties waar gezonde mensen niet gauw last van hebben, zoals longontsteking, schimmelinfecties in de luchtwegen, enzovoorts.

Welke bloeddeeltjes worden op grond van bovenstaande gegevens waarschijnlijk vernietigd door de HIV-virussen?
Welke rol spelen deze bloeddeeltjes normaal in de bescherming tegen infecties bij gezonde mensen?

Eigenschappen van Bloedcellen Invullen

Eigenschappen van bloedcellen.
Zie figuur C 196 van de bijlage.

Vul de gevraagde eigenschappen van bloed in (gebruik de tabel op de bijlage).

afbeeldingafbeelding

Bloeddoping en sportprestaties

Bloeddoping.

Bij een bepaalde topsporten wordt enkele weken vóór een belangrijke wedstrijd bloed afgetapt. Vlak voor de wedstrijd krijgt deze sporter een transfusie met zijn eigen bloed. Men beweert dat dit kan leiden tot betere prestaties tijdens de wedstrijd.

Geef van de volgende beweringen aan welke juist of onjuist is:

1. De sporter krijgt extra bloed omdat hij tijdens de training te vermoeid is geworden waardoor zijn bloedcellen niet goed meer werken. Transfusie met donorbloed is te gevaarlijk, daarom voelt hij zich zekerder als hij zijn eigen bloed weer terug heeft.

2. Extra bloed maakt de spieren dikker en daardoor zijn ze sterker, en dan zijn de prestaties tijdens de wedstrijd beter.

3. Tijdens een sportwedstrijd wordt meer bloed dan normaal afgebroken. Door de transfusie wordt dat bij voorbaat al aangevuld.

4. Door extra bloed komt er meer zuurstof beschikbaar voor de spieren en dat verhoogt de prestaties.

5. Tijdens de wedstrijd ontstaat veel melkzuur en dat wordt door de extra hoeveelheid witte bloedcellen dus sneller afgebroken, zodat de sporter minder snel vermoeid raakt.