Ziekten
Advies van de dokter.
Zie figuur B 3203 van de bijlage.
Bekijk de afbeelding:
Welk advies wordt hier uitgebeeld?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 29 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
29
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 1, VWO 2, VWO 3
NVON
cc-by-sa-40
Advies van de dokter.
Zie figuur B 3203 van de bijlage.
Bekijk de afbeelding:
Welk advies wordt hier uitgebeeld?
afbeelding
1/7 Aspirine.
ASPIRINE OOK TER PREVENTIE VAN EEN EERSTE HARTINFARCT.
Een kinderaspirientje per dag is al vele jaren een heel gebruikelijk middel om een tweede hartinfarct te voorkomen. Of deze aanpak ook bruikbaar is ter preventie van een eerste hartinfarct, is tot nu toe omstreden.
Er zijn aanwijzingen dat de preventieve toediening van aspirine de kans op een hersenbloeding statistisch gezien iets verhoogt.
In The Lancet (24 januari 1998) vergelijken Britse onderzoekers het effect van dagelijks een lage dosis aspirine (75 milligram acetylsalicylzuur) met een dosis warfarine (rond 4 milligram) bij 5500 mannen met een hoog risico op een hartinfarct (te dik, hoge bloeddruk, hoog cholesterol, familiaal belast). Een kwart van deze mannen kreeg een combinatie van beide preparaten en nog een ander kwart een placebo.
Aspirine en warfarine (een cumarinederivaat) verlagen op verschillende wijze de stollingsneiging van het bloed en daarmee de kans op vaatafsluitingen en een eventueel hartinfarct. Uit het Britse onderzoek blijkt dat zowel aspirine als warfarine 20% van de hartinfarcten voorkomen, vergeleken met een placebo. De combinatie aspirine/warfarine werkt nog beter (35% reductie) maar dat gaat ten koste van de veiligheid: er kwamen in deze groep beduidend vaker fatale hersenbloedingen voor.
In een commentaar in The Lancet concludeert de Nijmeegse hoogleraar Freek Verheugt dat het veel goedkopere aspirine net zo goed tegen een hartinfarct beschermt als warfarine. Betekent dit nu dat aspirine aan iedereen moet worden aanbevolen ter preventie van een hartinfarct? Verheugt vindt van niet. De kans op een hartinfarct is bij mensen met weinig risicofactoren minder dan een 0,5% per jaar. In dergelijke gevallen zal het slikken van aspirine een nauwelijks merkbaar effect hebben, terwijl dit middel, zoals bekend, maagklachten en zelfs maagbloedingen kan veroorzaken. Al is het risico op een hersenbloeding door aspirine (als gevolg van de verlaagde stollingsneiging) bij gezonde mannen niet erg groot, toch blijkt uit het Britse onderzoek dat er voor iedere drie met aspirine voorkomen hartinfarcten een invaliderende hersenbloeding optreedt. Alleen mensen met een duidelijk verhoogd risico op een hartinfarct doen er goed aan elke dag een lage dosis aspirine te slikken, bijvoorbeeld in de vorm van acetylsalicylzuur-cardio.
Tot slot wijst Verheugt er ook nog op dat bovenstaande conclusies niet zonder meer gelden voor vrouwen: onder hen is nog steeds geen grootschalig onderzoek naar het nut van aspirine ter voorkoming van hartinfarcten afgerond. Het wachten is op de resultaten van de Amerikaanse Women's Health Study, waarvoor 40.000 gezonde vrouwen van middelbare leeftijd zijn gerekruteerd.
(NRC-Handelsblad, 7 februari 1998).
Zie volgende scherm
-
2/7 Aspirine.
Wat gebeurt er (of wat is er gebeurd) als iemand een hartinfarct krijgt?
3/7 Aspirine.
Waarom verminderen aspirine en warfarine de kans op een hartinfarct?
4/7 Aspirine.
Waarom werkt een combinatie van aspirine en warfarine beter dan alleen maar aspirine of warfarine?
5/7 Aspirine.
Waarom is het gebruik van een combinatie van aspirine en warfarine niet aan te raden?
6/7 Aspirine.
Waarom wordt de kans op die gebeurtenis vergroot?
7/7 Aspirine.
Waarom heeft het slikken van aspirine nauwelijks een merkbaar effect op mensen die geen verhoogd risico lopen om een hartinfarct te krijgen?
1/2 Griep.
Griep wordt veroorzaakt door een virus. Als iemand die griep heeft, hoest of niest, kunnen er vochtdruppeltjes met daarin het griepvirus in de lucht komen. Door het inademen van zulke druppeltjes treedt besmetting met het griepvirus op.
Treedt besmetting sneller op bij het inademen door de mond of bij het inademen door de neus?
Of maakt het geen verschil?
2/2 Griep.
Als het griepvirus het lichaam binnengedrongen is, duurt het enige tijd voordat ziekteverschijnselen optreden.
De verschijnselen zijn onder andere hoge koorts, spierpijn en hoofdpijn. Deze zijn het gevolg van de reacties van het lichaam op het binnengedrongen virus. Eén van de reacties is het produceren van antistoffen.
Welke bloeddeeltjes produceren antistoffen?
1/3 Malaria.
Zie figuur B 4561 van de bijlage.
Malaria is een ziekte die wordt overgedragen door bepaalde muggen. In de speekselklieren van deze muggen leven malariaparasieten. Als zo'n mug een mens steekt, kunnen deze parasieten in het bloed terechtkomen. Hier dringen ze dan rode bloedcellen binnen. Deze rode bloedcellen gaan dan stuk.
Wat is het directe gevolg als rode bloedcellen stuk gaan?
afbeelding
2/3 Malaria.
Zie figuur B 4562 van de bijlage.
In de afbeelding zijn van gezond bloed drie verschillende soorten bloeddeeltjes weergegeven.
Welk bloeddeeltje stelt een rode bloedcel voor?
afbeelding
3/3 Malaria.
Bij iemand met malaria wordt het tekort aan rode bloedcellen weer aangevuld doordat het lichaam nieuwe rode bloedcellen aanmaakt.
Waar vindt de vorming van nieuwe rode bloedcellen plaats?
Combi-ziekte.
Welke ziekte ontstaat door een combinatie van leefstijl en infectie?
Stress.
Marrit en Jorien hebben het over stress.
Marrit: 'Van stress kun je hoofdpijn krijgen.'
Jorien: 'Van stress gaat je immuunsysteem slechter werken.'
Wie doet of wie doen een juiste uitspraak?
Botulisme.
Welke organismen veroorzaken botulisme?
Lepra.
Wat is er aan de hand in het lichaam van een leprapatiënt?
Zomergriep.
Een informatiecentrum op voedingsgebied schat dat er in Nederland jaarlijks ongeveer 35 mensen overlijden aan voedselvergiftiging door bacteriën. In de zomer komen de meeste gevallen van voedselvergiftiging voor. De mensen noemen het vaak 'zomergriep'.
Waardoor komt voedselvergiftiging in de zomer vaker voor dan in de winter?
Voeding en kanker.
In een nieuwsbrief van het KWF voor kankerbestrijding stond onlangs:
Eerste resultaten landelijk voedingsonderzoek
'Van vet eten kun je kanker krijgen 'is een veelgehoorde uitspraak. Maar de onderzoekers konden dit niet aantonen voor wat betreft borst- en darmkanker. Zij letten niet alleen op de hoeveelheid vet die mensen eten, maar ook op welk soort vet. Het onderzoek toonde aan dat mensen die elke dag vlees eten niet méér risico lopen om darmkanker te krijgen dan mensen die weinig of geen vlees eten. Het gebruik van bepaalde vleeswaren zou misschien wel het risico op het krijgen van darmkanker kunnen vergroten. Alleen heeft het onderzoek nog niet kunnen aantonen of het wel echt om vleeswaren gaat en zo ja, welke. Daarom is er nog veel meer onderzoek nodig om hierover uitspraken te kunnen doen. Het eten van veel groenten en fruit kan het risico op kanker halveren.
Voedingsdeskundige-epidemioloog Ir. P. van de Brandt van de Rijksuniversiteit Limburg zei dit op een onlangs gehouden symposium over kanker en voeding in Utrecht. Hij onderstreepte het belang van een ruime consumptie van groenten en fruit en van gevarieerd eten. Groenten en fruit hebben een preventieve invloed op het ontstaan van enkele vormen van kanker. Dat blijkt uit de resultaten van een al zes jaar durend onderzoek naar uiteenlopende factoren die van invloed kunnen zijn op het ontstaan van kanker, uitgevoerd door de Rijksuniversiteit Limburg in samenwerking met TNO-voeding. Bij het onderzoek zijn 120.000 mensen betrokken.
Zeg van de volgende zinnen uit de tekst of het een feit of een mening betreft:
I. Van vet eten kun je kanker krijgen.
II. Het eten van veel groenten en fruit kan het risico op kanker halveren.
-
Geneesmiddel.
Vier leerlingen geven elk een antwoord op de vraag: op welke manier kun je een in water oplosbaar geneesmiddel het snelst overal in een menselijk lichaam actief laten worden?
Arjan: Door inspuiten in een armader.
Bert: Door inspuiten in het onderhuidse bindweefsel van een bil.
Carla: Door een zetpil met het geneesmiddel in de endeldarm te plaatsen.
Dorothea: Door poeder met het geneesmiddel op te lossen in water en dat mengsel op te drinken.
Wie gaf het juiste antwoord?
Neusverkoudheid.
Een neusverkoudheid is vervelend, al is het maar vanwege het herhaald neussnuiten dat daar een gevolg van is. En de verleiding is vaak groot de neus te snuiten met geweld, te horen aan het lawaai dat daarbij geproduceerd kan worden. Toch is hard snuiten niet zonder gevaar. De verhoogde druk kan bijvoorbeeld het neusslijmvlies beschadigen.
Welke complicatie is of welke complicaties zijn nog meer te verwachten als gevolg van het harde snuiten?
Fagen.
Fagen zijn virussen die het gemunt hebben op bacteriën. Het inzetten van virussen als medicijn tegen bacteriële infecties is een therapie die in vergetelheid is geraakt door de opmars van de antibiotica, behalve in het voormalig Oostblok.
In Georgië worden er op dit moment nog enkele faagpreparaten geproduceerd, zoals een kunsthuid die met virussen is geïmpregneerd om huid- en brandwonden te genezen.
Wat is het speciale aan de werking van deze kunsthuid?
1. De kunsthuid zorgt ervoor dat de wond niet uitdroogt, terwijl het wel ademend is.
2. Virussen eten de dode cellen uit de wond en houden de wond dus schoon.
3. De fagen doden de bacteriën die wondinfectie veroorzaken.
4. Er ontstaan zoveel fagen dat ze de wond als een ademende huid afsluiten.
Vul het of de juiste nummer(s) in. Vul 0 in als er niet één juist is.
Radioactieve straling en leukemie.
Zie figuur B 5519 van de bijlage.
Leukemie is een vorm van kanker in het bloed. Bij leukemie zijn er te veel witte bloedcellen.
Deze cellen zijn vaak onvoldoende ontwikkeld om hun functies in het bloed uit te kunnen oefenen.
Op plaatsen waar veel radioactieve straling aanwezig is, lopen kinderen meer risico om leukemie te krijgen dan kinderen die elders wonen. Die leukemie kan een gevolg zijn van radioactieve straling die de kinderen zelf kregen. Maar ze kan ook een gevolg zijn van de straling die hun ouders kregen vóór de geboorte van de kinderen.
Welke van de volgende beweringen over de invloed van radioactieve straling op het ontstaan van leukemie bij kinderen is of zijn juist?
1 Radioactieve straling tast bij de ouders voornamelijk de geslachtschromosomen in de geslachtscellen aan en niet de andere chromosomen.
2 Radioactieve straling kan mutaties veroorzaken in de lichaamscellen van kinderen.
3 Radioactieve straling kan schade veroorzaken aan de witte bloedcellen van de moeders vóór de geboorte van de kinderen.
4 Radioactieve straling kan veranderingen in de geslachtscellen van de ouders veroorzaken.
afbeelding
Stoffen in tabaksrook.
Wie rookt, heeft een grotere kans op bepaalde ziekten.
Noem zo'n ziekte die vaak voorkomt bij rokers.
1/5 Orgaantransplantatie.
ORGAANTRANSPLANTATIE
Hart
Een patiënt komt in aanmerking voor een harttransplantatie als er sprake is van een chronisch hartfalen, waarbij de levensverwachting kleiner is dan één jaar en andere behandelingen niet (meer) mogelijk zijn.
Bij een harttransplantatie is een snelle transplantatie is van essentieel belang. Het hart is vier tot acht uur buiten het lichaam houdbaar, maar hoe sneller de operatie, hoe groter de kans op succes.
Het hart is het eerste orgaan dat uit een donor wordt genomen. Harttransplantatie geldt niet als de moeilijkste van alle orgaantransplantaties. Een operatie duurt gemiddeld zo'n drie tot vier uur. Een bijkomend nadeel is dat in verband met de geboden snelheid donor en ontvanger op bloedgroep op elkaar worden afgestemd. Afstemming op weefseltypering is in verband met de tijdsdruk niet mogelijk. Gevolg is dat in 5 tot 15 procent van de transplantaties het donorhart niet goed op gang komt.
De overlevingskans voor een persoon met een donorhart ligt op ruim 90 procent na één jaar; 84 procent leeft na vijf jaar nog.
Lever
De lever heeft verschillende functies, stoornissen hieraan kunnen aanleiding zijn tot transplantatie. Als een van de twee leverfuncties niet goed werkt, betekent het nog niet dat automatisch tot transplantatie wordt besloten. Er mag niets mis zijn met het hart en de longen van de patiënt.
De leverziekte dient ook zó ernstig te zijn dat andere behandelingen geen nut meer hebben. Een leveraandoening wordt meestal veroorzaakt door een erfelijke ziekte, een virusinfectie, medicijngebruik of overmatig alcoholgebruik. In het laatste geval is de aandoening vaak te behandelen met medicijnen en door te stoppen met drinken. Soms is transplantatie noodzakelijk, maar alcoholisten komen daarvoor in beginsel pas in aanmerking wanneer zij minimaal zes maanden ‘droog staan'.
De levertransplantatie is wellicht de moeilijkste van alle orgaantransplantaties. Veel patiënten verkeren ten tijde van de operatie in een slechte conditie door een gebrek aan eiwitten. De operatie duurt zeven tot acht uur. Er is ook haast geboden bij een transplantatie: tussen het moment van uitname en transplantatie mag maximaal twaalf uur zitten. Ook hier geldt: hoe sneller, hoe beter.
Afstoting bij levertransplantaties is een reële kans. Zo'n 30 tot 40 procent van de patiënten heeft te maken met acute afstotingsverschijnselen (tussen 7 en 21 dagen na de transplantatie). De kans op overleving is ongeveer 85 procent na één jaar en 50 procent na vijf jaar.
Uit: http://www.nrc.nl/W2/Lab/Profiel/Orgaandonatie/weefsels.html
Zie volgende scherm
1/3 Jeugdpuistjes.
Zie figuur B 2437 van de bijlage.
Door een sterke verhoorning en talgafscheiding van de huid kunnen de afvoerbuisjes van de talgklieren in de huid afgesloten raken.
In de afbeelding is een schematische doorsnede van een gezonde huid en het onderhuidse bindweefsel weergegeven.
Soms hoopt talg zich op, wat zichtbaar is als een geelwit puntje. Bacteriën zetten het zichtbare topje van de talg om in een zwarte stof. Het zwarte puntje dat zo ontstaat, wordt mee-eter genoemd. Een ontstoken mee-eter is een jeugdpuistje.
Jochem ziet bij zijn huisarts een reclamefolder over jeugdpuistjes. Daarin wordt afgeraden om de puistjes uit te drukken. "Als je ze niet uitdrukt, is de kans groter dat de huid zelf onbeschadigd blijft en dat de witte bloedcellen hun werk goed kunnen doen."
Jochems moeder, die zijn jeugdpuistjes geen mooi gezicht vindt, zegt dat hij de witte puntjes moet uitdrukken zodra ze te zien zijn. "Dan krijg je geen ontsteking van de huid."
Jochems vriendin Ellis zegt: "Je moet de puistjes niet uitdrukken. De kans is groot dat bij het uitdrukken van de puistjes bloedvaten beschadigd raken."
De reclamefolder, zijn moeder en Ellis geven Jochem een advies over jeugdpuistjes.
Wie geeft of wie geven een juiste verklaring bij hun advies?
En wat is het argument?
afbeelding
2/3 Jeugdpuistjes.
De huid regelmatig met desinfecterende (= ontsmettende) zeep wassen helpt tegen jeugdpuistjes.
Leg uit dat deze zeep door de desinfecterende werking helpt tegen jeugdpuistjes.
Blaasontsteking.
De huisarts van Rogier schrijft een antibioticumkuur voor tegen een blaasontsteking.
In de afbeelding hieronder is een deel van een bijsluiter weergegeven.
afbeelding
Rogier moet gedurende tien dagen elke dag twee tabletten innemen.
Hoeveel milligram doxycycline neemt Rogier per dag in?
Hij neemt [invulveld] mg in
-