Oefentoets Biologie: Spijsvertering | VWO 1/VWO 2/VWO 3 | variant 14

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

Winden.

Laat je de meeste winden na het nuttigen van vlees of na het nuttigen van plantaardig voedsel?
Leg je antwoord uit.

Spijsvertering

Een proef over vertering.

Een proef over de vertering van voedsel levert de resultaten op die je ziet in de tabel hieronder.

afbeeldingafbeelding

Welke van de onderstaande vragen kan met deze proef worden beantwoord?

Spijsvertering

Eiwitvertering.

Bij een practicum over eiwitvertering worden twee proeven uitgevoerd. In twee bekerglazen wordt 10 gram eiwit met andere stoffen samengevoegd. Het bekerglas van proef 1 wordt gedurende het experiment bij 37°C bewaard en het bekerglas van proef 2 bij 4°C.
In de tabel hieronder staan deze proeven beschreven.

afbeeldingafbeelding

Op welke vraagstelling(en) zal de beschreven proef een antwoord geven?
Noteer het juiste nummer of de juiste nummers. Bij alle drie niet juist noteer je 0.

1. Kan eiwit in aanwezigheid van zoutzuur verteerd worden?



-
2. Wat is de optimale temperatuur voor de eiwitvertering in aanwezigheid van zoutzuur?
3. Gaan eiwit verterende enzymen kapot bij een lage temperatuur van 4°C?

Spijsvertering

Ademnood.

Iemand verslikt zich in een grote pinda. In de paniek die ontstaat brengt een verpleger snel een buisje in bij de patiënt.

Waar moet de verpleger het buisje in proberen te krijgen om de persoon te redden?

Spijsvertering

Goed kauwen!

Iemand beweert dat het belangrijk is om behalve rauwkost ook gekookt of gebakken voedsel grondig te kauwen. Hij voert daarvoor de volgende argumenten aan:

1. het oppervlak van het voedsel wordt sterk vergroot,
2. alle cellen worden kapot gekauwd,
3. het speeksel is het enige spijsverteringssap dat koolhydraten kan verteren.

Welk argument is of welke zijn juist?

Spijsvertering

Poepen.

Als meneer A. “gepoept” heeft, blijven er altijd zogenaamde vette remsporen achter in de toiletpot. Ook is zijn ontlasting licht van kleur. Over dit probleem doen vier leerlingen in de verpleging een uitspraak.

Evert beweert dat deze meneer teveel gal produceert, waardoor vetsplitsende enzymen hun werking verliezen en zijn ontlasting vettig wordt.

Janneke beweert dat de galblaas van meneer A juist te weinig gal produceert, waardoor het vet in zijn voedsel niet voldoende geëmulgeerd wordt.

Peter zegt dat door een eventuele galsteen de enzymen in de galvloeistof niet in de dunne darm kunnen komen en dus het vet niet kunnen afbreken.

Loekie zegt dat volgens haar meneer A een leverziekte heeft.

Welke leerling heeft of welke leerlingen hebben gelijk?

Spijsvertering

Eiwitten.

Het voedsel van een volwassen proefpersoon bevat per etmaal 60 gram eiwitten. In zijn darmkanaal wordt echter per etmaal 110 gram eiwitten verteerd.

Enkele leerlingen bespreken welke processen oorzaak zijn van dit verschil tussen de hoeveelheid gegeten en de hoeveelheid verteerde eiwitten.

Robin beweert: de afgifte van de verteringssappen met enzymen.

Paula beweert: in de dikke darm bevinden zich bacteriën die eiwitten bevatten.

Rik beweert: het voortdurend afsterven van dekweefselcellen in het darmkanaal.

Welke leerling noemt of welke leerlingen noemen een juiste oorzaak van het verschil?

Spijsvertering

Verteringsstelsels van zoogdieren.
Zie figuur B 5843 van de bijlage.

De tekeningen 1,2 en 3 geven kiezen weer van drie even grote zoogdieren.
De tekeningen r, s en t geven schematisch de lengte weer van het darmkanaal van deze drie dieren in willekeurige volgorde.

Zet het darmkanaal in de rechter kolom bij de juiste kies in de linker kolom.

afbeeldingafbeelding
  • tekening r

  • tekening t

  • tekening s

  • kies 1

  • kies 2

  • kies 3

Spijsvertering

Spijsverteringsproef.

Bij het onderwerp spijsvertering doe je een proefje met maagsap.
Een bepaalde hoeveelheid maagsap wordt vermengd met gehakt vlees en gehouden op lichaamstemperatuur. Na twee uren is het vlees verdwenen.

Welke van de volgende controleproeven moet je uitvoeren, voordat je uit dit proefje de conclusie kunt trekken dat maagsap een enzym bevat?

Spijsvertering

Ligging van organen.

Welk van de onderstaande organen bij de mens staat of welke staan via een afvoerbuis in verbinding met het darmkanaal?

Spijsvertering

Een opengelegde rat.
Zie figuur A 981 van de bijlage.

In de afbeelding hiernaast zie je een opengelegde rat.

Welk van de volgende organen bevat nooit onverteerd voedsel?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Een doorsnede van het hoofd.

Van welke stof begint in ruimte P de vertering door enzymen?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Een doorsnede van het hoofd.

Wat wordt door orgaan S bij het slikken afgesloten?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Een doorsnede van het hoofd.

Komen peristaltische bewegingen voor in de wand van R?
En in de wand van U?

afbeeldingafbeelding