Oefentoets Biologie: Spijsvertering | VWO 1/VWO 2/VWO 3 | variant 14

Ontdek de digitale toets over spijsvertering en voedselvertering, gericht op leerlingen in de biologie, met vragen over eiwitvertering, de effecten van speeksel en de rol van fluoride bij cariës. Test je kennis en begrip van belangrijke concepten in de voedingsleer en fysiologie. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Winden na vlees of plantaardig voedsel?

Winden.

Laat je de meeste winden na het nuttigen van vlees of na het nuttigen van plantaardig voedsel?
Leg je antwoord uit.

Vertering van voedsel en speekseloplossing

Een proef over vertering.

Een proef over de vertering van voedsel levert de resultaten op die je ziet in de tabel hieronder.

afbeeldingafbeelding

Welke van de onderstaande vragen kan met deze proef worden beantwoord?

Effect van fluoride op cariës bij kinderen

Cariës.
Zie figuur B 5841 van de bijlage.

Cariës of tandbederf is een ziekte aan het gebit ("gaatjes in tanden en kiezen"). Om cariës te bestrijden heeft men in het verleden in verscheidene gemeenten verschillende hoeveelheden fluoride aan het drinkwater toegevoegd. Dat bleek een gunstig effect te hebben, zoals je kunt zien in nevenstaande grafiek.
De gebitsformule van een volledig melkgebit ziet er als volgt uit:

afbeeldingafbeelding

Hoeveel volledig gezonde elementen zullen kinderen die leven in een gebied waar 0,5 mg fluoride per liter aan het drinkwater is toegevoegd nog hebben, als dit onderzoek alléén wordt uitgevoerd bij kinderen met een volledig melkgebit?

Dat zijn er .

afbeeldingafbeelding

Eiwitvertering en Temperatuurseffecten

Eiwitvertering.

Bij een practicum over eiwitvertering worden twee proeven uitgevoerd. In twee bekerglazen wordt 10 gram eiwit met andere stoffen samengevoegd. Het bekerglas van proef 1 wordt gedurende het experiment bij 37°C bewaard en het bekerglas van proef 2 bij 4°C.
In de tabel hieronder staan deze proeven beschreven.

afbeeldingafbeelding

Op welke vraagstelling(en) zal de beschreven proef een antwoord geven?
Noteer het juiste nummer of de juiste nummers. Bij alle drie niet juist noteer je 0.

1. Kan eiwit in aanwezigheid van zoutzuur verteerd worden?

-
2. Wat is de optimale temperatuur voor de eiwitvertering in aanwezigheid van zoutzuur?
3. Gaan eiwit verterende enzymen kapot bij een lage temperatuur van 4°C?

Proef met speeksel en zetmeel

1/2 Proef met speeksel.
Zie figuur B 5842 van de bijlage.

In een platte schaal bevindt zich een zetmeelhoudende laag (zie afbeelding).
In het midden van deze schaal worden een paar druppels speeksel gedaan.
Na een half uur wordt de hele schaal overgoten met een laagje joodoplossing.
Vijf minuten later wordt de joodoplossing uit de schaal gegoten.

Welke figuur van de afbeelding geeft weer hoe de schaal er na de proef uitziet?

Dat is figuur .

afbeeldingafbeelding

Effect van speeksel op zetmeelafbraak

2/2 Proef met speeksel.
Zie figuur B 5842 van de bijlage.

In een platte schaal bevindt zich een zetmeelhoudende laag (zie afbeelding).
In het midden van deze schaal worden een paar druppels speeksel gedaan.
Na een half uur wordt de hele schaal overgoten met een laagje joodoplossing.
Vijf minuten later wordt de joodoplossing uit de schaal gegoten.

Welke figuur van de afbeelding geeft weer hoe de schaal er uit ziet als er geen speeksel is gebruikt maar maagsap? Of geeft geen van de figuren 1 t/m 5 een passend beeld?

Dat is figuur .

afbeeldingafbeelding

Hulp bij verslikking en ademnood

Ademnood.

Iemand verslikt zich in een grote pinda. In de paniek die ontstaat brengt een verpleger snel een buisje in bij de patiënt.

Waar moet de verpleger het buisje in proberen te krijgen om de persoon te redden?

Belang van goed kauwen van voedsel

Goed kauwen!

Iemand beweert dat het belangrijk is om behalve rauwkost ook gekookt of gebakken voedsel grondig te kauwen. Hij voert daarvoor de volgende argumenten aan:

1. het oppervlak van het voedsel wordt sterk vergroot,
2. alle cellen worden kapot gekauwd,
3. het speeksel is het enige spijsverteringssap dat koolhydraten kan verteren.

Welk argument is of welke zijn juist?

Waar zou een lintworm zich nestelen?

Lintworm.

Lintwormen hebben geen spijsverteringsorganen. Ze nemen uit voedsel de bouwstenen die ze nodig hebben op door hun zeer dunne huid.

Als jij een lintworm was en je kunt je nestelen in een mens (deze mens is een gezonde Nederlander die drie maal per dag een gezonde maaltijd eet), op welke plek zou je dan gaan zitten in verband met een zo groot mogelijke kans om niet te verhongeren?

Die plek is in .

Oorzaken van Vette Ontlasting

Poepen.

Als meneer A. “gepoept” heeft, blijven er altijd zogenaamde vette remsporen achter in de toiletpot. Ook is zijn ontlasting licht van kleur. Over dit probleem doen vier leerlingen in de verpleging een uitspraak.

Evert beweert dat deze meneer teveel gal produceert, waardoor vetsplitsende enzymen hun werking verliezen en zijn ontlasting vettig wordt.

Janneke beweert dat de galblaas van meneer A juist te weinig gal produceert, waardoor het vet in zijn voedsel niet voldoende geëmulgeerd wordt.

Peter zegt dat door een eventuele galsteen de enzymen in de galvloeistof niet in de dunne darm kunnen komen en dus het vet niet kunnen afbreken.

Loekie zegt dat volgens haar meneer A een leverziekte heeft.

Welke leerling heeft of welke leerlingen hebben gelijk?

Oorzaken van eiwitvertering in het lichaam

Eiwitten.

Het voedsel van een volwassen proefpersoon bevat per etmaal 60 gram eiwitten. In zijn darmkanaal wordt echter per etmaal 110 gram eiwitten verteerd.

Enkele leerlingen bespreken welke processen oorzaak zijn van dit verschil tussen de hoeveelheid gegeten en de hoeveelheid verteerde eiwitten.

Robin beweert: de afgifte van de verteringssappen met enzymen.

Paula beweert: in de dikke darm bevinden zich bacteriën die eiwitten bevatten.

Rik beweert: het voortdurend afsterven van dekweefselcellen in het darmkanaal.

Welke leerling noemt of welke leerlingen noemen een juiste oorzaak van het verschil?

Verteringsstelsels van zoogdieren vergelijken

Verteringsstelsels van zoogdieren.
Zie figuur B 5843 van de bijlage.

De tekeningen 1,2 en 3 geven kiezen weer van drie even grote zoogdieren.
De tekeningen r, s en t geven schematisch de lengte weer van het darmkanaal van deze drie dieren in willekeurige volgorde.

Zet het darmkanaal in de rechter kolom bij de juiste kies in de linker kolom.

afbeeldingafbeelding
  • tekening r

  • tekening t

  • tekening s

  • kies 1

  • kies 2

  • kies 3

Verloop van zetmeelafbraak bij temperatuur

Vertering.
Zie figuur B 5844 van de bijlage.

Speekselenzym breekt zetmeel af. Het enzym werkt alleen goed bij een bepaalde temperatuur.

Welke grafiek geeft het juiste verloop weer, wanneer je op de Y-as de hoeveelheid zetmeel aangeeft na 15 minuten vertering en op de X-as de temperatuur, waarbij de proef is gedaan bij veel verschillende temperaturen tussen 20 en 60°C.

Dat is grafiek .

afbeeldingafbeelding

Snelheid van vetvertering in buizen

Vetvertering.
Zie figuur B 5845 van de bijlage.

In nevenstaande proefsituaties wordt vet verteerd.

In welke buis wordt vet het snelst verteerd?

Dat is in buis .

afbeeldingafbeelding

Controleproeven bij spijsverteringsonderzoek

Spijsverteringsproef.

Bij het onderwerp spijsvertering doe je een proefje met maagsap.
Een bepaalde hoeveelheid maagsap wordt vermengd met gehakt vlees en gehouden op lichaamstemperatuur. Na twee uren is het vlees verdwenen.

Welke van de volgende controleproeven moet je uitvoeren, voordat je uit dit proefje de conclusie kunt trekken dat maagsap een enzym bevat?

Organen en hun verbinding met het darmkanaal

Ligging van organen.

Welk van de onderstaande organen bij de mens staat of welke staan via een afvoerbuis in verbinding met het darmkanaal?

Organen van de opengelegde rat

Een opengelegde rat.
Zie figuur A 981 van de bijlage.

In de afbeelding hiernaast zie je een opengelegde rat.

Welk van de volgende organen bevat nooit onverteerd voedsel?

afbeeldingafbeelding

Vertering van stoffen in het hoofd

Een doorsnede van het hoofd.

Van welke stof begint in ruimte P de vertering door enzymen?

afbeeldingafbeelding

Afsluiting van de neusholte bij slikken

Een doorsnede van het hoofd.

Wat wordt door orgaan S bij het slikken afgesloten?

afbeeldingafbeelding

Peristaltische bewegingen in het hoofd

Een doorsnede van het hoofd.

Komen peristaltische bewegingen voor in de wand van R?
En in de wand van U?

afbeeldingafbeelding