Bloed
Hemoglobine.
In welk bestanddeel van het bloed van de mens komt hemoglobine voor?
Deze oefentoets bevat 27 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
27
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Hemoglobine.
In welk bestanddeel van het bloed van de mens komt hemoglobine voor?
Bloed.
Welk deel van het bloed van de mens vervoert opgeloste voedingsstoffen?
Hemoglobinetekort.
Iemand heeft te weinig hemoglobine in zijn bloed.
Voor welke functie van het bloed heeft dit gevolgen?
Beweringen over hemoglobine.
Welke van onderstaande beweringen over hemoglobine is juist?
Hemoglobine bevindt zich bij de mens
Transport van alcohol.
Sommige mensen drinken voor het eten alcoholhoudende dranken zoals sherry of port.
Alcohol wordt met het bloed onder andere naar de hersenen vervoerd.
Door welk deel van het bloed wordt het grootste gedeelte van de alcohol vervoerd?
De schematische bloedsomloop in een stukje spierweefsel.
Zie figuur B 967 van de bijlage.
In de figuur is weergegeven de schematische bloedsomloop in een stukje spierweefsel van de mens getekend.
Het zuurstofgehalte en glucosegehalte (suikergehalte) van het bloed op de plaatsen 1 en 2 worden met elkaar vergeleken.
Is het zuurstofgehalte op plaats 1 hoger of lager dan op plaats 2?
Is het glucosegehalte op plaats 1 hoger of lager dan op plaats 2?
afbeelding
afbeelding
De behoefte aan ijzer.
afbeelding
In de tabel is weergegeven de behoefte aan voedingsstoffen van een kind van ca 8 jaar en een even oud kind, genaamd Els. In deze vraag wordt gekeken naar de behoefte aan ijzer.
IJzer is een belangrijke bouwstof voor het bloed.
Els neemt niet de juiste hoeveelheid ijzer op.
Wat zal daarvan het gevolg zijn?
Leverslagader en de poortader vergeleken.
Iemand gebruikt een zetmeelrijke maaltijd.
Direct na de vertering van dit zetmeel en opname in het bloed, vergelijkt men het glucosegehalte (suikergehalte) en zuurstofgehalte van het bloed in de leverslagader en de poortader.
Het bloed in de leverslagader bevat dan
Een bloedmonster uit poortader, leverslagader en leverader.
Bij een hond wordt een bloedmonster uit de poortader, uit de leverslagader en uit de leverader genomen. Men bepaalt van deze drie monsters het glucosegehalte (suikergehalte).
1. het bloed uit de poortader bevat 80 mg glucose per 100 mL,
2. het bloed uit de leverslagader bevat 80 mg glucose per 100 mL,
3. het bloed uit de leverader bevat 89 mg glucose per 100 mL.
Een verklaring voor dit verschil is, dat
Producten door het bloed vervoerd.
Hieronder worden producten van klieren in het lichaam van de mens genoemd.
1. gal,
2. insuline,
3. alvleessap,
4. adrenaline,
5. hypofysehormonen.
Welke van deze producten worden door het bloed vervoerd?
Urine, insuline, fibrinogeen en gal.
In het lichaam van de mens komen urine, insuline, fibrinogeen en gal voor.
Welke hiervan komt (komen) voor in het bloed?
Bloed en zuurstof.
In welke ader(s) bevat het bloed van de mens per mL de meeste zuurstof?
Glucosegehalte en zuurstofgehalte vergeleken.
Zie figuur B 1078 van de bijlage.
De tekening stelt de lever, een stukje dunne darm en aansluitende bloedvaten bij de mens voor.
De pijlen geven de richting van de bloedstroom weer.
Een uur na een broodmaaltijd worden het glucosegehalte en het zuurstofgehalte van het bloed in bloedvat 1 vergeleken met die in bloedvat 2.
In welk bloedvat is het glucosegehalte van het bloed het hoogst?
In welk bloedvat is het zuurstofgehalte van het bloed het hoogst?
afbeelding
afbeelding
Het glucosegehalte en de temperatuur in een spier.
Zie figuur B 1022 van de bijlage.
De tekening stelt een spier met bloedvaten voor. De pijl geeft de stroomrichting van het bloed aan.
Het glucosegehalte en de temperatuur van het bloed op plaats 1 worden vergeleken met die op plaats 2.
Waar is het glucosegehalte gemiddeld het hoogst?
En waar de temperatuur?
afbeelding
afbeelding
Samenstelling van het bloed.
Zie figuur B 2221 van de bijlage.
De afbeelding stelt menselijk bloed voor zoals je het kunt zien met behulp van een microscoop.
Welke van de volgende stoffen kun je aantreffen op plaats R?
1. antistoffen,
2. glucose,
3. hemoglobine.
afbeelding
Stoffen in bloedplasma en de rode bloedcellen.
Het bloed van de mens bevat onder andere fibrinogeen, hemoglobine, hormonen en zuurstof.
Welke van deze stoffen komt of welke komen zowel in het bloedplasma als in de rode bloedcellen voor?
Glucosegehalte en het zuurstofgehalte vergeleken.
Zie figuur B 1765 van de bijlage.
In de tekening hiernaast geven de cijfers 1 en 2 bloedvaten aan.
We vergelijken het glucosegehalte (suikergehalte) en het zuurstofgehalte van het bloed in de bloedvaten 1 en 2 met elkaar.
Het bloed in bloedvat 1 bevat
afbeelding
Leverader, leverslagader en poortader.
Het bloed in de leverader, het bloed in de leverslagader en het bloed in de poortader worden met elkaar vergeleken.
In welk bloedvat bevindt zich bloed met een laag zuurstofgehalte en wisselt het glucosegehalte het sterkst in de loop van een etmaal?
1/3 Bloedpreparaten.
Zie figuur B 2033 van de bijlage.
Een laborant in een ziekenhuis bekijkt bloedpreparaten. In de afbeelding is schematisch getekend wat hij ziet.
Tekening P geeft het preparaat weer van bloed dat hij heeft laten stollen.
Tekening Q geeft het preparaat weer van bloed waaraan hij een anti-stollingsmiddel heeft toegevoegd.
Zijn in tekening P rode bloedcellen weergegeven?
En in tekening Q?
afbeelding
2/3 Bloedpreparaten.
Zie figuur B 2033 van de bijlage.
Komt in het preparaat van tekening P de stof hemoglobine voor?
En in dat van tekening Q?
afbeelding
3/3 Bloedpreparaten.
Zie figuur B 2033 van de bijlage.
Zorgen cellen van type 1 (tekening Q) voor afweer tegen ziektes?
En cellen van type 2?
afbeelding
Koolmonoxide.
Uitlaatgassen van auto's bevatten koolstofmonoxide. Dit gas bindt zich aan hemoglobine in het bloed.
Daardoor kan het bloed een bepaalde functie minder goed vervullen.
Waardoor kunnen de beenspieren na het inademen van veel koolstofmonoxide minder goed energie vrijmaken?
Plasmatransfusie.
Veel mensen staan bloed of bloedplasma af aan de bloedbank. Dit wordt onder andere gebruikt voor bloedtransfusies.
In bepaalde gevallen wordt bij een transfusie alleen plasma gegeven zonder bloeddeeltjes. Voor zo'n plasmatransfusie wordt plasma gebruikt van een donor met dezelfde bloedgroep als de ontvanger. Bij gebrek hieraan kan ook plasma toegediend worden van een donor met een andere bloedgroep. Dat kan alleen zonder gevaar voor de gezondheid als het donorplasma geen antistoffen bevat tegen bloedgroepantigenen van de ontvanger.
In een schema hieronder staan de bloedgroepen van twee verschillende ontvangers. Met kruisjes is aangegeven dat zij zonder gevaar plasma kunnen ontvangen van een donor met dezelfde bloedgroep.
afbeelding
Kies welke andere mogelijkheden er volgens de informatie zijn voor transfusie van bloedplasma, zonder dat er gevaar is voor de gezondheid van de ontvanger.
2/3 Huidproblemen.
Zie figuur B 1968 van de bijlage.
Bij een blaar is er tussen de huidlagen 1 en 2 een ruimte (aangegeven met cijfer 3) ontstaan. In deze ruimte bevindt zich helder vocht, dat uit het bloed komt.
Kunnen zich in dit vocht antistoffen bevinden?
En witte bloedcellen?
afbeelding
1/3 Bloed en uitscheiding.
Zie figuur B 926 van de bijlage.
De tekening geeft enkele organen (onder andere de nieren) in het lichaam van de mens weer met hun aan- en afvoerende vaten. De stroomrichting van het bloed is met pijlen aangegeven.
Waar is het zuurstofgehalte het hoogst, in 1, in 2 of in 4 ?
afbeelding
2/3 Bloed en uitscheiding.
Zie figuur B 926 van de bijlage.
De tekening geeft enkele organen (onder andere de nieren) in het lichaam van de mens weer met hun aan- en afvoerende vaten. De stroomrichting van het bloed is met pijlen aangegeven.
Waar is het glucosegehalte het hoogst, in 5, in 6 of in 7 ?
afbeelding
3/3 Bloed en uitscheiding.
Zie figuur B 926 van de bijlage.
De tekening geeft enkele organen (onder andere de nieren) in het lichaam van de mens weer met hun aan- en afvoerende vaten. De stroomrichting van het bloed is met pijlen aangegeven.
Stroomt er per uur evenveel bloed door vat 1 als door vat 2 ?
Zo nee, door welk vat stroomt per uur het meeste bloed ?
afbeelding