Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | VWO 5/VWO 6 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenanatomie

Anatomie blad.

Van twee planten, zeekraal en wilg, worden de dikte van de cuticula en de verhouding bladoppervlak/bladvolume met elkaar vergeleken.
De zeekraal groeit in een gebied dat periodiek omspoeld wordt door zeewater.
De wilg groeit aan een beek.

Wat kan verwacht worden ten aanzien van de dikte van de cuticula en genoemde verhouding bij zeekraal in vergelijking met die van de wilg?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Anatomie zaadplant.

Een wortel en een stengel van een zaadplant worden vlak voor het begin van de diktegroei met elkaar vergeleken.
Over deze wortel en deze stengel worden de volgende beweringen gedaan:

1. in de wortel zijn de houtvaten en de bastvaten anders gegroepeerd dan in de stengel;
2. de wortel heeft een groeipunt, de stengel niet;
3. de wortel heeft geen huidmondjes, de stengel wel;
4. de wortel heeft geen bastvaten, de stengel wel.

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?

Plantenanatomie

Anatomie blad.

Wat grenst aan de laag pectine tussen twee bladmoescellen van een plant?

Plantenanatomie

Anatomie blad.
Zie figuur B 1699 van de bijlage.

In de afbeelding is weergegeven een tekening van een bladdoorsnede.

Het oppervlak, waar het meeste water in de vorm van damp de cel verlaat, wordt aangeduid met nummer

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Boomtak.

In een tak van een boom komen onder andere cambium en bastvaten voor.

Waardoor onderscheiden de cellen van het cambium zich van de cellen waaruit de bastvaten bestaan?

Plantenanatomie

Specialisatie in een stengel.
Zie figuur B 2506 van de bijlage.

De tekening geeft schematisch een doorsnede weer van een plantenstengel. Over de specialisatie van cellen tijdens de diktegroei van deze stengel worden de volgende beweringen gedaan:

1. Nadat een cambiumcel zich gedeeld heeft, gaan beide dochtercellen zich specialiseren.
2. Specialisatie van cellen treedt op, zowel in richting P als in richting Q (zie tekening).

Is bewering 1 juist?
En bewering 2?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Gespecialiseerde cellen.

In groeiende zaadplanten zijn veel cellen in meer of mindere mate gespecialiseerd. Bij zaadplanten die een bepaalde vorm van diktegroei vertonen, gaan bepaalde gespecialiseerde cellen zich weer delen.

Welke van de volgende cellen in een zaadplant zijn het minst gespecialiseerd en kunnen zich weer gaan delen?

Plantenanatomie

Jaarringen.
Zie figuur A 167 van de bijlage.

De afbeelding geeft een dwarsdoorsnede van een stuk hout weer. Houtvat P is in 1986 gevormd.

In welk jaargetijde en in welk jaar zijn de houtvaten op plaats Q gevormd?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Dwarsdoorsnede van stukje hout.

De tekening stelt een dwarsdoorsnede van een stukje hout voor, gezien door een microscoop.
In de winter 1972-1973 bevond het cambium zich ter hoogte van P.

Wanneer zijn de houtvaten bij Q gevormd?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede van jonge wortel.
Zie figuur B 283 van de bijlage.

De tekening stelt schematisch een doorsnede van een jonge wortel voor.

Waar zal bij diktegroei nieuwe bast en waar nieuw hout worden afgezet?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Een boomdoorsnede.
Zie figuur B 256 van de bijlage.

De tekening stelt een deel van een dwarsdoorsnede van een boomstam voor.

Bevindt vat P zich dichter bij het centrum van de stam dan vat Q?
Is vat P ouder dan vat Q?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Bast van een boom.
Zie figuur B 199 van de bijlage.

In 1980 is een hartje uit de bast van een boom gesneden (zie tekening). Gelukkig groeit de boom door.

Hoe zal het hartje in de boom er in 1990 waarschijnlijk hebben uitgezien?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Dwarsdoorsnede van een boomstam.
Zie figuur B 198 van de bijlage.

De tekening stelt een dwarsdoorsnede voor door een deel van een stam van een boom.

Aan welke kant, 1 of 2, bevindt zich het cambium?
Aan welke kant bevindt zich het middelpunt van de stam?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnedes van een boomstam.
Zie figuur A 66 van de bijlage.

In de tekeningen zijn drie verschillende manieren weergegeven, waarop van het 40 cm dikke hout van de stam van een boom een doorsnede gemaakt kan worden.

1. lengtedoorsnede door de as;
2. een lengtedoorsnede, evenwijdig aan de as, op een afstand van 10 cm van de as;
3. een dwarsdoorsnede, loodrecht op de as.

In welke doorsnede of in welke doorsneden zullen grenzen tussen opeenvolgende jaarringen te zien zijn?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Cambium in boomstam.
Zie figuur B 148 van de bijlage.

De tekening geeft een segment uit de stam van een boompje weer naar de toestand van de winter 1984/1985.

Op welk van de plaatsen P, Q, R of S bevond het cambium zich in de zomer van 1981?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnedes door een plant.
Zie figuur C 40 van de bijlage.

De tekeningen geven schematisch een dwarsdoorsnede en een lengtedoorsnede van een takje van een zaadplant weer.

Wat geeft P aan?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Een boomstam.
Zie figuur B 128 van de bijlage.

De tekening geeft schematisch een deel van een dwarsdoorsnede van de stam van een enkele jaren oude boom weer. Het kurkcambium vormt naar buiten toe cellen die in de wanden steeds meer kurkstof afzetten. Als de wanden geheel verkurkt zijn, sterven de kurkcellen af.

Welk van de onderstaande weefsels ligt in deze stam het dichtst bij de binnenzijde van het kurkcambium?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Een jaarring.
Zie figuur B 70 van de bijlage.

De tekening geeft schematisch een deel van een dwarsdoorsnede van een boompje met een volgroeide jaarring weer.

Zijn de houtvaten bij P ouder dan die bij Q?
Zijn de houtvaten bij P meestal nauwer dan die bij Q?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Dwarsdoorsnede van deel van stengel.
Zie figuur B 1476 van de bijlage.

De afbeelding toont een dwarsdoorsnede van een gedeelte van een stengel van een zaadplant.
Enkele cellen zijn met cijfers aangegeven.

Welk van de aangegeven cellen zijn het laatst door deling ontstaan?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Groei van boomtak.
Zie figuur B 240 van de bijlage.

Gedurende een seizoen is onder andere het in de tekening aangegeven stuk van een boomtak als gevolg van lengte- en diktegroei ontstaan.

Zal dit stuk het volgende jaar in de lengte groeien?
En in de dikte?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding