Oefentoets Biologie: Uitscheiding - algemeen | HAVO 4/HAVO 5 | variant 5

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Uitscheiding

3/3 Een niereenheid.

Bepaalde cellen van een nier verbruiken meer zuurstof dan andere cellen. Twee processen in een nier zijn:

1. vorming van voorurine uit bloed,
2. vorming van urine uit voorurine.

Bij welk of bij welke van deze processen wordt veel zuurstof verbruikt?

Uitscheiding

1/3 Nierweefsel.
Zie figuur A 674 van de bijlage.

De foto op de afbeelding geeft een stukje nierweefsel van de mens weer.
De met P aangegeven delen bestaan uit bolvormige kluwens van bloedvaatjes die elk deel uitmaken van één niereenheid.
De weefsels tussen deze bloedvaatjes zijn niet zichtbaar.

Liggen de met P aangegeven delen in het nierbekken, in het niermerg of in de nierschors?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

2/3 Nierweefsel.
Zie figuur A 674 van de bijlage.

Is het zuurstofgehalte in het bloed in een bloedvaatje bij P veel lager dan, ongeveer gelijk aan of veel hoger dan dat in het bloed in de nierslagader?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

3/3 Nierweefsel.
Zie figuur A 674 van de bijlage.

Enkele processen, die in een nier leiden tot de vorming van urine zijn:

1. filtratie van opgeloste stoffen,
2. actief transport van opgeloste stoffen,
3. terugresorptie van opgeloste stoffen.

Bij welk van de genoemde processen spelen de met P aangegeven delen een rol?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

1/6 Behandeling van prostaatklachten.
Zie figuur B 3009 van de bijlage.

Sommige oudere mannen hebben plasproblemen. Deze problemen worden dikwijls veroorzaakt door een vergrote prostaat. Operatief verwijderen van (een deel van) de prostaat was tot voor kort in zo'n geval de enige oplossing.
Er bestaan tegenwoordig andere behandelingsmethoden. Eén daarvan is thermotherapie. Met thermotherapie wordt prostaatweefsel verhit via een in de urinebuis gebrachte katheter die microgolven uitzendt. Thermotherapie gebeurt poliklinisch onder plaatselijke verdoving en duurt een uur.
Na operatief verwijderen is er een verbetering van de plasstraalkracht van 150 procent tegen 75 procent na thermotherapie. Na operatief verwijderen zegt één op de drie patiënten problemen te hebben met de erectie en de meeste patiënten hebben geen normale zaadlozing meer. Bij thermotherapie heeft 17 procent problemen met de erectie en meldt ongeveer 30 procent geen normale zaadlozing meer te hebben.

Bron: Volkskrant, mei 1998

Zijn in de afbeelding primaire geslachtskenmerken weergegeven?
En secundaire?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

2/6 Behandeling van prostaatklachten.

Noem een functie van de zaadblaasjes.
Noem een functie van de bijballen.

Uitscheiding

3/6 Behandeling van prostaatklachten.

Leg uit waardoor een vergrote prostaat kan leiden tot plasproblemen.

Uitscheiding

4/6 Behandeling van prostaatklachten.

Thermotherapie gebeurt onder plaatselijke verdoving. Bij plaatselijke verdoving wordt een stof ingespoten die de activiteit van een bepaald type cellen beïnvloedt, waardoor een deel van het lichaam verdoofd wordt.

Op welk type cellen werkt deze stof in?

Uitscheiding

5/6 Behandeling van prostaatklachten.

Er zijn klieren die hun product via een afvoerbuisje afgeven. Een voorbeeld daarvan is een speekselklier. Er zijn ook klieren die geen afvoerbuisje hebben. Dit zijn de hormoonklieren die hun product rechtstreeks afgeven aan het bloed. Een voorbeeld daarvan is de schildklier.
Er zijn ook gemengde klieren zoals de alvleesklier. Deze produceert hormonen en daarnaast worden verteringssappen aan de darm afgegeven. Ook de prostaat is een klier.

Met welke klier komt de prostaat het meest overeen?

Uitscheiding

6/6 Behandeling van prostaatklachten.

Tijdens een erectie wordt de penis hard, doordat de hoeveelheid bloed in de penis toeneemt. Dit komt door verandering in de diameter van bloedvaten van de penis.

Welke veranderingen veroorzaken de erectie?

Uitscheiding

1/3 Samenstelling van de lichaamsvloeistoffen.

Bij de mens bevinden zich in het bloedplasma onder andere aminozuren, glucose, hormonen, koolstofdioxide, ureum en zuurstof.

Van welke van de stoffen glucose, koolstofdioxide, ureum en zuurstof is de concentratie in het bloed in een nierader anders dan die in een nierslagader?

Uitscheiding

2/3 Samenstelling van de lichaamsvloeistoffen.

Op een bepaald moment stijgt de concentratie ADH in het bloed.

Wordt door een stijging van de concentratie van ADH de terugresorptie van water in de nieren kleiner, wordt deze groter of heeft deze stijging geen invloed op de terugresorptie van water?

Uitscheiding

3/3 Samenstelling van de lichaamsvloeistoffen.

Van welke van de stoffen aminozuren, glucose en ureum is de concentratie in de voorurine hoger dan die in de urine?

Uitscheiding

1/3 Uitscheiding.
Zie figuur B 2589 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch de kop van een zeevogel weer. Deze vogel drinkt voornamelijk zeewater.
Boven op de snavel bevindt zich de uitmonding van een zoutklier die dient voor de uitscheiding van overtollige zouten.

De mens bezit geen zoutklier zoals deze zeevogel. Wel raakt de mens via de zweetklieren zouten kwijt. Voor de uitscheiding van overtollige zouten heeft de mens een speciaal paar organen.

Welke organen zijn dit? Dit zijn de [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding

2/3 Uitscheiding.

Als deze zeevogel de overtollige zouten niet via de zoutklier uitscheidt, wordt de zoutconcentratie in het bloedplasma te hoog. Als gevolg daarvan treedt waterverplaatsing binnen het lichaam van de zeevogel op waardoor het watergehalte van de cellen verandert.

Hoe noemt men deze waterverplaatsing?
En wordt door deze waterverplaatsing het watergehalte van de cellen lager of hoger?

Uitscheiding

3/3 Uitscheiding.

Een van de stoffen die de mens uitscheidt, is ureum. Ureum wordt gevormd bij de afbraak van bepaalde organische stoffen.

Noem het orgaan waarin de vorming van ureum plaatsvindt.
Bij afbraak van welke groep organische stoffen wordt ureum gevormd?

Uitscheiding

1/2 Urine-onderzoek.

In het lichaam van de mens bestaat in het bloed een nauwkeurige balans voor allerlei stoffen.
Deze balans is essentieel voor het goed functioneren van het lichaam. De nieren spelen bij het instandhouden van deze balans een belangrijke rol.
Over de rol van de nieren worden de volgende beweringen gedaan:

1. Door de werking van de nieren is er steeds evenveel glucose in het bloed opgelost.
2. Mede door de werking van de nieren schommelt de osmotische waarde van het bloed tussen nauwe grenzen.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Uitscheiding

2/2 Urine-onderzoek.

Omdat een patiënt bepaalde klachten heeft, laat de arts de urine van de patiënt onderzoeken op de aanwezigheid van de volgende stoffen: eiwitten, glucose, hemoglobine, keukenzout (NaCl) en ureum.

Welke van deze stoffen zal of welke zullen niet of nauwelijks worden gevonden in de urine van een gezonde persoon?

Uitscheiding

1/2 Zoutbeperkt dieet.

Iemand heeft bepaalde klachten en bezoekt daarvoor een arts.
Hij blijkt een te hoge bloeddruk te hebben. De arts schrijft hem een zoutbeperkt dieet voor.
Daardoor zal de concentratie zout in zijn bloed dalen. De bedoeling van het dieet is dat als gevolg daarvan ook zijn bloeddruk zal dalen.

Van welk van de hormonen ADH, insuline en thyroxine neemt de afgifte af, wanneer de concentratie zout in het bloed afneemt?

Uitscheiding

2/2 Zoutbeperkt dieet.

Dankzij het dieet daalt de bloeddruk van de patiënt.

Welke van de volgende veranderingen treedt daardoor op in de werking van zijn nieren?