Oefentoets Aardrijkskunde: Europese Unie - regionale ontwikkeling | HAVO 3/VMBO theoretische leerweg, 4/VWO 2

Deze digitale toets over de oprichting en werking van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) is gericht op studenten en professionals die hun kennis van EU-beleid en regionale ontwikkeling willen testen en verdiepen. Ontdek belangrijke onderwerpen zoals de rechtsgrond, hoofddoelen en cofinancieringspercentages van EFRO. - 15 vragen

Aantal vragen

15

Vak(ken)

Aardrijkskunde

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 38: Geografische basiskennis

Leerniveau(s)

HAVO 3, VMBO theoretische leerweg, 4, VWO 2

Uitgever

ODD

Copyright

cc-by-sa-40

Oprichting van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling

In welk jaar werd het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) opgericht?

Rechtsgrond voor EU cohesie- en regionaal beleid

Welke artikelen van het Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU) vormen de rechtsgrond voor het cohesie- en regionale beleid waar EFRO onder valt?

Hoofddoelen van EFRO

Welke twee hoofddoelen omvat EFRO traditioneel?

Categorieën van EFRO-middelen in de EU

Welke drie categorieën onderscheidt de EU voor de toewijzing van EFRO-middelen op basis van BBP per inwoner?

Thematisch beleidsdoel innovatie en economische transformatie

Welk thematisch beleidsdoel (Policy Objective, PO) hoort bij “innovatie en slimme economische transformatie”?

Minimumpercentage EFRO voor duurzame stedelijke ontwikkeling

Welk minimumpercentage van de nationale EFRO-middelen moet worden ingezet voor duurzame stedelijke ontwikkeling?

Maximaal EFRO-cofinancieringspercentage minder ontwikkelde regio’s

Wat is het gebruikelijke maximale EFRO-cofinancieringspercentage voor minder ontwikkelde regio’s?

Kern-doel van regionale ontwikkeling via EFRO

Wat is het kern-doel van regionale ontwikkeling via EFRO?

Voorbeelden van EFRO-investeringen

Welke voorbeelden passen bij EFRO-investeringen? (Meerdere antwoorden mogelijk)

Regio's met Natuurlijke of Demografische Nadelen

Welke regio’s kunnen extra aandacht krijgen vanwege natuurlijke of demografische nadelen? (Meerdere antwoorden mogelijk)

Minder ontwikkelde regio's en BBP per inwoner

Een “minder ontwikkelde regio” heeft een BBP per inwoner van minder dan [invulveld]% van het EU-gemiddelde.

Gebruik van EFRO-middelen in regio's

EFRO-middelen mogen uitsluitend worden gebruikt in minder ontwikkelde regio’s.

EFRO en gemeenschappelijke bepalingen

De uitvoering van EFRO valt onder een overkoepelende Verordening gemeenschappelijke bepalingen voor de structuur- en investeringsfondsen.

Cofinancieringspercentages per regiocategorie

Match de regiocategorie met het gebruikelijke maximale EFRO-cofinancieringspercentage.

  • Tot 85%

  • Tot 60%

  • Tot 50%

  • Minder ontwikkelde regio’s

  • Overgangsregio’s

  • Meer ontwikkelde regio’s

Thematische beleidsdoelen van de EU

Zet de thematische beleidsdoelen in de volgorde waarin ze doorgaans worden weergegeven (beginnend bij PO1).

  1. PO1 – Een slimmer Europa (innovatie en slimme transformatie)

  2. PO2 – Een groener, koolstofarm Europa

  3. PO3 – Een meer verbonden Europa (mobiliteit en digitale connectiviteit)

  4. PO4 – Een socialer Europa (pijler van sociale rechten)

  5. PO5 – Europa dichter bij de burger (duurzame stedelijke/plattelandsontwikkeling)