Ecologie
3/3 Poten van vogels.
Zie de figuren B 3475 en B 3472 van de bijlage.
Welk poot van afbeelding B 3475 kan van dezelfde vogel afkomstig zijn als de kop van afbeelding B 3472?
afbeelding
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
3/3 Poten van vogels.
Zie de figuren B 3475 en B 3472 van de bijlage.
Welk poot van afbeelding B 3475 kan van dezelfde vogel afkomstig zijn als de kop van afbeelding B 3472?
afbeelding
afbeelding
1/8 Schimmels.
Een hondendrol bevat voedselresten. Deze resten zijn weer voedsel voor talloze bacteriën en schimmels. Ze verbruiken de nog bruikbare stoffen in de drollen. Dat verbruiken gaat in een vochtige zomer sneller dan in een droge zomer of in de winter.
Sporen zijn cellen die zorgen voor de voortplanting van schimmels. Sommige sporen ontwikkelen pas tot complete schimmels als ze in het verteringskanaal van een dier geweest zijn. In het verteringskanaal wordt het begin van de ontwikkeling gestimuleerd door veel zuur en door een hoge temperatuur. Uiteindelijk worden de sporen complete schimmels in een verse drol.
Noem twee abiotische factoren die volgens de tekst van invloed zijn op de ontwikkeling van de schimmels uit de sporen.
2/8 Schimmels.
De delen van het verteringskanaal van een hond hebben dezelfde namen en functies als de delen van het verteringskanaal van een mens.
In welk deel van het verteringskanaal van een hond zijn de omstandigheden vooral zo dat de ontwikkeling van schimmelsporen wordt gestimuleerd?
3/8 Schimmels.
Welke van de volgende twee beweringen over de bouw van een cel van een schimmel is juist?
1. Een cel van een schimmel heeft een celkern.
2. Rond een cel van een schimmel bevindt zich een celwand.
4/8 Schimmels.
De hoeveelheid poep van een hond is mede afhankelijk van het soort voedsel dat de hond krijgt. In modern hondenvoer is vaak plantaardig voedsel verwerkt. Van een kilo plantaardig voedsel blijft na vertering meer poep over dan van een kilo dierlijk voedsel.
Geef een oorzaak voor dit verschil.
5/8 Schimmels.
Men deed in een zomer een onderzoek naar de invloed van de hoeveelheid regen op de aanwezigheid van schimmels op hondendrollen. In het verslag stond: "Regen bevordert het ontstaan van schimmels op hondendrollen".
Is deze zin in het verslag op te vatten als een conclusie, als een methode van onderzoek of als een werkplan bij het onderzoek?
6/8 Schimmels.
Schimmels gebruiken enzymen bij de vertering van een hondendrol. In de winter wordt een hondendrol op straat minder snel verteerd dan in de zomer.
Waardoor is dat verschil hier vooral te verklaren?
1. Doordat de activiteit van enzymen afhangt van de temperatuur.
2. Doordat hun activiteit afhangt van de zuurgraad.
7/8 Schimmels.
Bij de afbraak van drollen door bacteriën en schimmels zijn stoffen nodig voor deze afbraak.
Is koolstofdioxide een van die stoffen?
En zuurstof?
8/8 Schimmels.
Bij de afbraak van drollen door bacteriën en schimmels komen stoffen vrij, die door planten kunnen worden opgenomen.
Is koolstofdioxide een van deze stoffen?
En horen mineralen tot die stoffen?
1/2 Viskweek en schoon water.
Viskwekers hebben een groot probleem met het water waarin zij vissen kweken.
Dit water wordt vervuild door vissenpoep. Als gevolg van die vervuiling komen er in die vijvers veel voedingszouten voor, waardoor algen zich sterk gaan vermeerderen.
Leg uit waardoor in een vijver met veel vissenpoep veel voedingszouten gevormd worden.
2/2 Viskweek en schoon water.
In de visvijvers komen behalve vissen en algen ook bacteriën voor.
In onderstaand schema staan organismen.
afbeelding
Geef met combinaties van cijfers en letters aan welke organismen zuurstof verbruiken en welke organismen zuurstof produceren.
Voorbeeld: 1: a en b
1: [invulveld]
2: [invulveld]
3: [invulveld]
1/3 Zo bouw je een composthoop op.
Zie figuur B 2536 van de bijlage.
Een goede composthoop krijg je niet door zomaar wat afval op een hoop te gooien. In de afbeelding is de opbouw van een goede composthoop weergegeven.
Over het nut van een laag takken onderin een composthoop worden twee beweringen gedaan:
1. Daardoor krijgen de reducenten in de composthoop gemakkelijker zuurstof.
2. Vooral de takken leveren de voor de reducenten noodzakelijke voedingsstoffen.
Welke van deze beweringen is juist?
afbeelding
2/3 Zo bouw je een composthoop op.
Bij een onderzoek werd de totale biomassa bepaald van al het plantenmateriaal dat op een bepaalde composthoop werd gegooid. Na het composteren werd de biomassa van de ontstane compost bepaald. De biomassa voor en na het composteren werd vergeleken.
Is na het composteren de totale biomassa kleiner, gelijk of groter?
3/3 Zo bouw je een composthoop op.
Over het composteren in de composthoop worden twee beweringen gedaan:
1. Tijdens het composteren neemt de massa van de koolhydraten in de composthoop toe.
2. Tijdens het composteren worden mineralen in de composthoop vrijgemaakt.
Welke van deze beweringen is juist?
1/5 Compost uit afval.
Fabrieken en bouw- en sloopwerkzaamheden zorgen samen voor het overgrote deel van het afval dat jaarlijks ontstaat. Daarna komen de huishoudens.
Een Nederlander gooit nu per jaar gemiddeld 340 kg afval weg. In 1920 was dat nog maar 150 kg per jaar.
In de tabel hieronder staan gegevens over de samenstelling van ons afval.
afbeelding
Slechts één bestanddeel van het huishoudelijk afval wordt gecomposteerd.
Bereken met behulp van de gegevens in de tabel hoeveel kilo huishoudelijk afval er gemiddeld per persoon gecomposteerd wordt. Schrijf je berekening op.
2/5 Compost uit afval.
Twee beweringen over composteren van afval zijn:
1. Bij composteren komt zuurstof vrij in de lucht.
2. Bij composteren komt energie vrij.
Welke van deze beweringen is juist?
3/5 Compost uit afval.
Twee beweringen over afval en afvalverwerking zijn:
1. De gemiddelde samenstelling van het afval afkomstig uit de industrie en de bouw is gelijk aan die van een gemiddeld huishouden.
2. GFT-afval bestaat in feite voor het grootste gedeelte uit water.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
4/5 Compost uit afval.
Elk voorjaar strooit een tuinder compost op zijn grond. Daardoor zal de oogst aan groenten en fruit beter zijn dan wanneer hij niets op de grond strooit.
Leg in drie stappen uit dat zonder het steeds weer uitstrooien van compost de opbrengst aan groenten en fruit in de loop van de jaren minder zal worden.
5/5 Compost uit afval.
Een deel van het Nederlandse afval wordt verbrand in grote afvalovens. Het warme water dat afkomstig is van de ovens wordt in sommige steden gebruikt om de huizen te verwarmen. Deze huizen met stadsverwarming hebben geen eigen gasgestookte verwarmingsketel meer.
Afvalverwerking in combinatie met stadsverwarming heeft enkele voordelen.
Bijvoorbeeld: met stadsverwarming is het aandeel van de stadsbewoners in het ontstaan van het 'broeikaseffect' kleiner dan bij afvalverwerking zonder stadsverwarming.
Leg in twee stappen uit waardoor dit zo is.
Juist of onjuist.
1. In een levensgemeenschap komen verschillende populaties voor. [invulveld]
2. Een pionier-ecosysteem is rijker aan soorten dan een climax-ecosysteem. [invulveld]
3. Een ecosysteem blijft alleen bestaan als er voortdurend nieuwe energie van buiten het ecosysteem wordt opgenomen. [invulveld]
4. Als in een ecosysteem een biologisch evenwicht heerst, is elke populatie even groot als het jaar daarvoor. [invulveld]
5. Alleen bij autotrofe organismen komt bladgroen voor. [invulveld]
6. Autotrofe organismen nemen organische stoffen op uit hun milieu. [invulveld]
7. Heterotrofe organismen nemen anorganische stoffen op uit hun milieu. [invulveld]