Oefentoets Biologie: Voortplanting | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 29

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

1/4 AIDS.

In een folder staat de volgende tekst over aids:
Het aids-virus wordt ook wel hiv genoemd. Het virus brengt het afweersysteem van bepaalde bloeddeeltjes in de war. Deze maken bij een besmet persoon dan bepaalde antistoffen. Zo iemand is dan seropositief.
Niet alle mensen die met het virus besmet zijn krijgen de ziekte.
Wie besmet is kan wèl andere mensen besmetten, ook al heeft hij/zij de ziekte zelf niet. Het virus is tot nu toe gevonden in bloed, sperma, speeksel, moedermelk en traanvocht.

Hoe wordt iemand genoemd die besmet is met het aids-virus, maar nog geen ziekteverschijnselen vertoont? [invulveld]

Voortplanting

2/4 AIDS.

Besmetting met het aids-virus kan op verschillende manieren gebeuren.

Geef in de onderstaande gevallen met ja of nee aan of zo besmetting met het aids-virus mogelijk is.

Een moeder met aids geeft haar kind borstvoeding. [invulveld]
Een arts snijdt zich aan een gebruikt operatiemesje. [invulveld]
Je geeft een aids-patiënt een hand. [invulveld]

Voortplanting

3/4 AIDS.

Aids is niet te genezen met een antibioticum, syfilis wel.

Leg uit dat syfilis wel met een antibioticum is te genezen.

Voortplanting

4/4 AIDS.
Zie figuur A 824 van de bijlage.

In een wetenschappelijk artikel staat te lezen dat in 1997 aan aids 2,3 miljoen mensen stierven. In 1999 waren dat er 2,6 miljoen.

Zet deze gegevens uit in het staafdiagram in de afbeelding.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/3 Buitenbaarmoederlijke zwangerschap.
Zie figuur B 1212 van de bijlage.

Chlamydia is een seksueel overdraagbare aandoening. Acht procent van de vrouwen die chlamydia oplopen, krijgt als gevolg van deze ziekte een eileiderontsteking. Daardoor kan een eileider bijna geheel verstopt raken. Spermacellen kunnen nog wel langs deze verstopping, maar een eicel niet. Zo kan soms een buitenbaarmoederlijke zwangerschap ontstaan.
In de afbeelding is een gedeelte van de voortplantingsorganen van een vrouw met een buitenbaarmoederlijke zwangerschap weergegeven.

Welk orgaan is in de afbeelding met P aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/3 Buitenbaarmoederlijke zwangerschap.

Vóór het ontstaan van de buitenbaarmoederlijke zwangerschap, is een eicel bevrucht.

In welk van de onderstaande organen heeft deze bevruchting plaatsgevonden?

Voortplanting

3/3 Buitenbaarmoederlijke zwangerschap.

Een vrouw heeft chlamydia opgelopen. Zij meent daardoor niet zwanger meer te kunnen raken. Over de oorzaken daarvan worden twee beweringen gedaan.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

1. Door de ziekte kan in de eierstokken geen hormoonproductie meer plaatsvinden.
2. Door de ziekte kan in de eierstokken geen rijping van eicellen meer plaatsvinden.

Voortplanting

1/4 Feit of mening.

Je hebt geleerd dat een feit een vaststaand gegeven is en dat een mening weergeeft hoe iemand over iets denkt. Feiten zijn voor iedereen hetzelfde; meningen kunnen verschillen.

Steeds meer AIDS-infecties bij vrouwen.
Edinburgh - Onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft uitgewezen dat elke minuut wereldwijd twee vrouwen besmet raken met het AIDS-virus. Dat leidt ertoe dat tot het jaar 2000 dertien miljoen vrouwen worden geïnfecteerd met de tot op heden ongeneeslijke ziekte. Zeker vier miljoen van hen zullen tegen die tijd aan de gevolgen van AIDS zijn overleden.
De WHO maakte deze alarmerende cijfers bekend op een AIDS-conferentie in het Britse Edinburgh. De directeur van de WHO, Michael Merson, zei te verwachten dat er de komende jaren meer vrouwen dan mannen met AIDS zullen worden besmet. Volgens deze medicus zijn vrouwen tijdens de geslachtsgemeenschap vatbaarder voor een AIDS-infectie dan mannen.

Zie volgende scherm

Voortplanting

2/4 Feit of mening.

In het krantenartikel is geschreven over AIDS-infecties.
In het begin van het artikel staat dat elke minuut wereldwijd twee vrouwen besmet raken met het AIDS-virus.

Is deze bewering een feit of een mening? Leg je antwoord uit.

Voortplanting

3/4 Feit of mening.

Verderop in het artikel staat dat er de komende jaren meer vrouwen dan mannen met AIDS zullen worden besmet.

Is deze bewering een feit of een mening? Leg je antwoord uit.

Voortplanting

4/4 Feit of mening.

Aan het eind van het artikel wordt beweerd dat vrouwen tijdens de geslachtsgemeenschap vatbaarder zijn voor een AIDS-infectie dan mannen.

Geef een mogelijke verklaring voor deze bewering.

Voortplanting

1/2 Vaginaontsteking.

Op internet is onder andere deze informatie te lezen:

Een vaginaontsteking wordt meestal veroorzaakt door een bacterie, bijvoorbeeld de Chlamydia-bacterie, of een schimmel zoals Candida albicans. Door een dergelijke infectie raakt het slijmvlies van de vagina ontstoken.

Om een vaginale infectie aan te tonen onderzoekt een arts wat slijm uit de vagina (een uitstrijkje). Hij bekijkt cellen uit het uitstrijkje door een microscoop. Hij ziet behalve slijmvliescellen ook cellen van de ziekteverwekker. Deze cellen hebben een celwand.

Kan de arts hieruit afleiden of de ziekteverwekker een bacterie is of een schimmel?

Voortplanting

2/2 Vaginaontsteking.
Zie figuur B 3283 van de bijlage.

De dokter schrijft de vrouw vaginatabletten voor tegen de Candida-schimmel. Eenmaal per dag moet met een speciaal buisje zo'n tablet zo diep mogelijk in de vagina worden ingebracht.
In de bijsluiter staan de tekeningen van de afbeelding.

Benoem deel P en deel Q uit de bovenstaande afbeelding.

deel P: [invulveld]
deel Q: [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/2 Navelstrengen.

Bij een zwangere vrouw verbindt de navelstreng het nog niet geboren kind met de placenta. Via de navelstreng worden allerlei stoffen naar het kind toe of van het kind af vervoerd. Na de geboorte heeft de navelstreng voor het kind geen functie meer. Deze wordt afgebonden en doorgeknipt.

Komen in navelstrengen alleen aders voor, alleen slagaders of beide?

Voortplanting

2/2 Navelstrengen.

Bevatten navelstrengen alleen bloedvaten van het kind, alleen bloedvaten van de moeder of van beide?

Voortplanting

1/4 Voor de geboorte.
Zie figuur B 884 van de bijlage.

De afbeelding stelt een ongeboren kind in de baarmoeder van een vrouw voor. De vrouw is zeven maanden zwanger. Het kind is een jongetje.

Stroomt door deel Q alleen bloed van het kind, alleen bloed van de moeder of van beiden?
Stroomt door deel Q alleen zuurstofarm bloed, alleen zuurstofrijk bloed of beide?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/4 Voor de geboorte.
Zie figuur B 884 van de bijlage.

Komen er X-chromosomen voor in deel P?
En in deel Q?
En in deel R?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

3/4 Voor de geboorte.
Zie figuur B 884 van de bijlage.

Bevat deel P alleen weefsels van het kind, alleen weefsels van de moeder of weefsels van beiden?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

4/4 Voor de geboorte.
Zie figuur B 884 van de bijlage.

Zijn deze cellen alleen afkomstig van het kind, alleen afkomstig van de moeder of van beiden afkomstig?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/2 Vruchtwateronderzoek.

Een embryo in de buik van een zwangere vrouw wordt omgeven door vruchtwater.

Welke functie heeft het vruchtwater vooral?