Oefentoets Biologie: Ademhaling | Gaswisseling | VWO 1/VWO 2

Deze digitale toets over ademhaling en gaswisseling is gericht op studenten in de biologie en onderzoekt onderwerpen zoals zuurstofopname, samenstelling van ingeademde en uitgeademde lucht, en de invloed van hoogte op prestaties bij schaatsen. Test je kennis en begrip van de fysiologie van de menselijke ademhaling met uitdagende vragen en scenario's. - 30 vragen

Aantal vragen

30

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Schaatsen op grote hoogte en zuurstofopname

Schaatsen op grote hoogte.
Zie figuur A 488 van de bijlage.

In de figuur is weergegeven de relatie tussen enerzijds zuurstofopname en luchtdichtheid en anderzijds de
eventueel realiseerbare tijd op de 5000 m schaatsen op 4000 m hoogte.

Leg uit waarom de tijd van 6.05.00 min op grotere hoogten niet verbeterd kan worden.

afbeeldingafbeelding

Samenstelling van uitgeademde lucht

Uitademlucht.

De door de mens uitgeademde lucht bevat onder andere zuurstof, stikstof en kooldioxide.

De juiste percentages van de uitgeademde gassen zijn gewoonlijk

afbeeldingafbeelding

Samenstelling van ingeademde en uitgeademde lucht

Lucht.

Bij een onderzoek bepaalt men de samenstelling van de lucht die een proefpersoon in- en uitademt. Van de lucht die de proefpersoon inademt, is de volgende samenstelling gemeten:

79% stikstof,
21 % zuurstof,
0,04% koolstofdioxide.

Wat kan de samenstelling zijn van de lucht die de proefpersoon uitademt?

afbeeldingafbeelding

Samenstelling van in- en uitgeademde lucht

In- en uitademlucht.

Als men bij de mens de samenstelling van de in- en uitgeademde lucht met elkaar vergelijkt, blijkt onder andere dat de uitgeademde lucht bevat

afbeeldingafbeelding

Samenstelling van in- en uitademlucht

In- en uitademlucht.

Hieronder volgen vier beweringen over de samenstelling van de in- en uitgeademde lucht bij de mens.

1. De ingeademde lucht bevat zuurstof;
2. De ingeademde lucht bevat koolstofdioxide;
3. De uitgeademde lucht bevat zuurstof;
4. De uitgeademde lucht bevat koolstofdioxide.

Welke van deze beweringen zijn juist?

Zuurstof- en koolstofdioxidegehaltes in bloed

Longblaasjes en bloed.
Zie figuur B 2489 van de bijlage.

De tekening stelt enkele longblaasjes met haarvaten van een zoogdier voor. De pijlen geven de richting van de bloedstroom weer.
Drie beweringen over het bloed bij plaats P en plaats Q zijn:

1. Bij P bevat het bloed meer zuurstof dan bij Q.
2. Bij P bevat het bloed minder zuurstof dan bij Q.
3. Bij P bevat het bloed minder koolstofdioxide dan bij Q.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Zuurstofmoleculen en hun weg in het lichaam

Zuurstof.

Over de zuurstofmoleculen die bij een mens bij een rustige inademing in de luchtwegen terechtkomen, worden vier uitspraken gedaan:

1. Alle ingeademde zuurstofmoleculen bereiken de longblaasjes, deels door diffusie, deels door stroming.
2. Alle ingeademde zuurstofmoleculen komen uiteindelijk in het bloed terecht.
3. Een gedeelte van de ingeademde zuurstofmoleculen verlaat het lichaam weer bij de eerstvolgende uitademing, zonder in de longblaasjes geweest te zijn.
4. Een gedeelte van de ingeademde zuurstofmoleculen komt in de cellen van de wand van de luchtwegen terecht, de rest komt via de longblaasjes in het bloed terecht.

Welke uitspraak is juist?

Gasspanningen tijdens het inhouden van adem

Gasspanningen.

Iemand houdt gedurende enige tijd de adem in.

Wat gebeurt er als gevolg hiervan met de zuurstof-, de koolstofdioxide- en de stikstofspanning van de lucht in de longblaasjes?

Gasspanningen tijdens ademstilstand

Gasspanningen.

Wanneer iemand in rust opzettelijk enige tijd snel en diep adem heeft gehaald, verdwijnt de normale ademprikkel en treedt een kortdurende ademstilstand op.

Wat gebeurt er met de zuurstof-, de koolstofdioxide- en de stikstofspanning in de lucht in de longblaasjes gedurende die ademstilstand?

Zuurstofinname en longfunctie

Inademing.

Over de zuurstofmoleculen die bij een mens bij een rustige inademing in de luchtwegen terechtkomen, worden vier uitspraken gedaan:

1. Alle ingeademde zuurstofmoleculen bereiken de longblaasjes, deels vanzelf, deels door stroming.
2. Alle ingeademde zuurstofmoleculen komen uiteindelijk in het bloed terecht.
3. Een gedeelte van de ingeademde zuurstofmoleculen verlaat het lichaam weer bij de eerstvolgende uitademing, zonder in de longblaasjes geweest te zijn.
4. Een gedeelte van de ingeademde zuurstofmoleculen komt in de cellen van de wand van de luchtwegen terecht, de rest komt via de longblaasjes in het bloed terecht.

Welke uitspraak is juist?

Effect van koolmonoxide op gaswisseling

Koolmonoxide.

Koolmonoxide vormt een hechtere binding met hemoglobine dan zuurstof.

Wanneer een persoon lucht met koolmonoxide inademt, zal de gaswisseling tussen bloed en weefselcellen

Gaswisseling in longen en spieren

Longen en spieren.
Zie figuur B 958 van de bijlage.

De pijlen in de tekeningen geven de gaswisseling aan in een longblaasje en in een spiervezel.

Welke pijl bij het longblaasje geeft de richting aan waarin de meeste zuurstof verplaatst wordt en welke bij de spiervezel?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Identificeer het menselijk orgaan

Een orgaan.
Zie figuur B 812 van de bijlage.

De tekening stelt schematisch een orgaan in het lichaam van de mens voor met een aanvoerend en een afvoerend bloedvat.

Welk orgaan is dat?

afbeeldingafbeelding

Longinhoud en ademvolume meten

Meet je longen.
Zie figuur A 13 van de bijlage.

In de getekende proefopstelling bevindt zich aanvankelijk in de klok 6 liter water. Nadat een proefpersoon zo diep mogelijk heeft ingeademd en daarna via het slangetje zo diep mogelijk heeft uitgeademd, daalt de waterstand tot er nog 1 liter water in de klok aanwezig is.

Met deze demonstratie wordt aangetoond dat bij de proefpersoon

afbeeldingafbeelding

Spieractiviteit bij Longvolume op Tijdstip T

Longvolume.
Zie figuur B 19 van de bijlage.

In het diagram is het longvolume van een persoon weergegeven gedurende een bepaalde tijd.

Zijn op tijdstip T de spieren van het middenrif samengetrokken?
Zijn op tijdstip T de tussenribspieren die de ribben omlaag bewegen samengetrokken?

afbeeldingafbeelding

Spieren bij borstademhaling

Borstademhaling.
Zie figuur B 2490 van de bijlage.

De tekeningen stellen de borstkas van een mens voor na een diepe uitademing en na een diepe inademing.

Welke van de spieren, die een rol spelen bij de ademhaling, worden gewoonlijk samengetrokken bij de overgang van 1 naar 2?

afbeeldingafbeelding

Ademvolume en dode ruimte onder water

De dode ademruimte.
Zie figuur B 132 van de bijlage.

De hoeveelheid lucht die een mens in rust per keer in- en uitademt, wordt het ademvolume in rust genoemd. Dit bedraagt ongeveer een halve liter. Het gedeelte van de luchtweg waarin geen uitwisseling van gassen tussen lucht en bloed kan plaatsvinden, wordt de dode ruimte genoemd. Deze bedraagt ongeveer 150 ml .

Zie figuur B 132 van de bijlage.

Iemand ligt vlak onder de oppervlakte van het water en ademt door een snorkel. Hij is verder in rust.
Zijn O2 -verbruik is hetzelfde als boven water zonder snorkel, onder meer doordat het water warm is. Zijn ademvolume in rust is echter groter.

Wat is de verklaring voor dit grotere ademvolume in rust?

afbeeldingafbeelding

Gaswisseling en longstructuur

1/2 Gaswisseling.

Bij allerlei processen in organismen worden gassen verbruikt en komen gassen vrij. Het opnemen en afstaan van deze gassen wordt gaswisseling genoemd.
Wanneer men de inwendige bouw van de longen van de mens bekijkt, valt het op dat er vele in- en uitstulpingen en vertakkingen zijn.
Hierover worden drie uitspraken gedaan.

1. Zonder deze in- en uitstulpingen en vertakkingen zou de borstholte kleiner zijn.
2. Zonder deze in- en uitstulpingen en vertakkingen zou de longinhoud kleiner zijn.
3. Zonder deze in- en uitstulpingen en vertakkingen zou het longoppervlak kleiner zijn.

Welke uitspraak is juist?

Gaswisseling in de luchtwegen

2/2 Gaswisseling.

De luchtwegen van de mens bestaan onder andere uit bronchiën, longblaasjes en luchtpijp.

Waar in de luchtwegen vindt de uitwisseling van gassen tussen bloed en lucht plaats?

Zuurstofverbruik bij ademhaling berekenen

Ademhaling.

Evert haalt vijf keer adem per minuut; hij ververst hierbij een halve liter lucht in zijn longen.

Hoeveel zuurstof verbruikt hij dan per etmaal? Laat je berekening duidelijk zien en gebruik de tabel hieronder.
afbeeldingafbeelding

Samenstelling van longlucht in longblaasjes

Longlucht.

In de tabel hieronder staan gegevens over de samenstelling van longlucht, bij inademing en bij uitademing.

afbeeldingafbeelding

De vraag is nu: welke samenstelling heeft de longlucht (gemiddeld) tijdens het verblijf in de longblaasjes? Bevat de lucht in de longblaasjes meer (+), minder (-) of evenveel (0) van het genoemde gas dan in de uitgeademde lucht zit?
Van zuurstof .
En van koolstofdioxide .

Gassen in de longblaasjes tijdens ademstilstand

1/3 Gassen in de longblaasjes.

Wanneer iemand in rust opzettelijk enige tijd snel en diep heeft adem gehaald, verdwijnt de normale ademprikkel en treedt een kortdurende ademstilstand op.

Wat gebeurt er met de zuurstof-, de koolstofdioxide- en de stikstofspanning in de lucht in de longblaasjes gedurende die ademstilstand?
Bedenk dat de ons omringende lucht voor ongeveer 80% uit stikstof bestaat.
De zuurstofspanning neemt .

Koolstofdioxidespanning in longblaasjes

2/3 Gassen in de longblaasjes.

De koolstofdioxidespanning .

Stikstofspanning in de longblaasjes

3/3 Gassen in de longblaasjes.

De stikstofspanning .

Concentratie CO2 bij Inademing

1/2 Ademhaling.
Zie figuur B 4824 van de bijlage.

Hiernaast staat een afbeelding dat een stukje van de longen voorstelt.

nr. 1 is een longblaasje;
nr. 2 is een bloedvat;
nr. 3 is een aftakking van de luchtpijp.
A, B en C zijn plaatsen in de bloedvaten.
X en Y zijn plaatsen in de bronchiën.

Waar is direct na inademing de concentratie CO2 (koolstofdioxide = koolzuurgas) het laagst?
Dat is op plaats .

afbeeldingafbeelding

Concentratie O2 na inademing

2/2 Ademhaling.
Zie figuur B 4824 van de bijlage.

Bekijk het plaatje nog een keer.

Waar is direct na inademing de concentratie O2 (zuurstof) het laagst?
Dat is op plaats .

afbeeldingafbeelding

Samenstelling van ingeademde en uitgeademde lucht

Lucht.

Vergelijk de samenstelling van uitgeademde lucht met die van ingeademde lucht.

Uitgeademde lucht bevat ten opzichte van ingeademde lucht stikstof, zuurstof, koolstofdioxide en waterdamp.

Samenstelling van ingeademde en uitgeademde lucht

1/2 Ademhaling.

Jij haalt adem via je longen. De ingeademde lucht is anders van samenstelling dan de uitgeademde lucht. Het zuurstof- en kooldioxidegehalte wordt net buiten je mond gemeten.

Vergelijk dit met de samenstelling van de lucht in je longblaasjes (zie tabel hieronder).
afbeeldingafbeelding

P is 14,6%.

Ademhaling en procentuele vergelijking

2/2 Ademhaling.

Bekijk de tabel nog een keer.
afbeeldingafbeelding

Q is 4,0%.

Zuurstofconcentratie bij snorkelen verbeteren

2/3 Snorkelen.

Bij het ademhalen via een snorkel heeft de longlucht direct na inademing een lagere zuurstofconcentratie dan bij ademhaling zonder snorkel.

Hoe kan een snorkelaar het beste deze verlaging van de zuurstofconcentratie tegengaan?