Oefentoets Aardrijkskunde: Verkeer en vervoer - stadsvervoer | HAVO 3/VMBO theoretische leerweg, 4/VWO 2

Ontdek de digitale toets over stadsvervoer, gericht op studenten en geïnteresseerden, en test je kennis over vervoermiddelen, doelen en duurzaamheid van lokaal openbaar vervoer in stedelijke gebieden. - 15 vragen

Aantal vragen

15

Vak(ken)

Aardrijkskunde

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 38: Geografische basiskennis

Leerniveau(s)

HAVO 3, VMBO theoretische leerweg, 4, VWO 2

Uitgever

ODD

Copyright

cc-by-sa-40

Wat is stadsvervoer?

Wat wordt verstaan onder stadsvervoer?

Vervoermiddelen van stadsvervoer

Welke vervoermiddelen vallen meestal onder stadsvervoer?

Doelen van stadsvervoer

Wat is een belangrijk doel van stadsvervoer?

Metronetwerk in Nederlandse steden

Welke Nederlandse stad heeft een groot metronetwerk als onderdeel van stadsvervoer?

Voordelen van tramvervoer in de stad

Wat is een voordeel van tramvervoer in de stad?

Redenen voor subsidie van stadsvervoer

Waarom wordt stadsvervoer vaak gesubsidieerd?

Rol van Stadsvervoer in Duurzaamheid

Welke rol speelt stadsvervoer in duurzaamheid?

Voorbeelden van knooppunten in stadsvervoer

Wat is een voorbeeld van een knooppunt in stadsvervoer?

Voordelen van goed stadsvervoer

Welke voordelen heeft goed stadsvervoer? (Meerdere juiste antwoorden)

Vervoersmiddelen in het Stadsvervoer

Welke vervoersmiddelen behoren tot stadsvervoer? (Meerdere juiste antwoorden)

Tramverkeer in de stad

Vul in: Een tram rijdt op vaste [invulveld] door de stad.

Metro's in stedelijke gebieden: Waar of niet waar?

Waar of niet waar: Metro’s rijden ondergronds of bovengronds in stedelijke gebieden.

Stadsvervoer: Goederen of personen?

Waar of niet waar: Stadsvervoer is uitsluitend bedoeld voor goederenvervoer.

Vervoermiddelen en hun omschrijvingen

Koppel het vervoermiddel aan de juiste omschrijving.

  • Wegvervoer met vaste route en haltes

  • Railvoertuig in straten van de stad

  • Snelle trein in stedelijk gebied, vaak ondergronds

  • Bus

  • Tram

  • Metro

Vervoersmiddelen op passagierscapaciteit

Orden de vervoersmiddelen van meeste tot minste passagierscapaciteit.

  1. Metro → Tram → Bus