Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Hieronder staan twee series tekeningen, die beide betrekking hebben op een amoebe.
Geeft serie 1 voedselopname of uitscheiding aan? Geeft serie 2 geslachtelijke of ongeslachtelijke voortplanting aan?
afbeelding
afbeelding
Ordening
Amoebe.
Bij opname, vertering en verbranding van voedsel door een amoebe worden verschillende stadia onderscheiden:
1. ontstaan van de voedselvacuole, 2. waarneming van voedsel, 3. vorming van schijnvoetjes, 4. vertering van het voedsel, 5. verbranding.
Wat is de juiste volgorde?
Ordening
Amoebe.
Langs welke weg neemt een amoebe zuurstof op? Waarmee neemt een amoebe voedsel op?
afbeelding
Ordening
Amoebe. Zie figuur B 2292 van de bijlage.
In de afbeelding is een amoebe getekend. Een amoebe is een eencellig organisme dat op grond van de bouw van de cel tot de dieren wordt gerekend. Vijf delen zijn:
In de afbeelding is een kaaiman (een soort krokodil) afgebeeld. Kaaimannen brengen een groot deel van hun leven in het water door.
Haalt een kaaiman adem met kieuwen of met longen? Plant een kaaiman zich voort door eieren met een leerachtige schaal of door eieren zonder schaal?
afbeelding
afbeelding
Ordening
Soorten dieren. Zie figuur B 1550 van de bijlage.
Van twee even grote gebieden worden de aantallen soorten kleine dieren, zoals insecten en kleine zoogdieren, met elkaar vergeleken. In de afbeelding is weergegeven op welke manier de gebieden gebruikt worden voor het verbouwen van gewassen.
Is er verschil in het aantal soorten kleine dieren tussen deze twee gebieden? Zo ja, in welk gebied is het aantal soorten kleine dieren dan het grootst?
afbeelding
Ordening
Ordening. Zie figuur B 3032 van de bijlage.
Hieronder staan enkele kenmerken die voorkomen bij organismen.
1. Elke cel heeft een celkern. 2. Elke cel is omgeven door een celwand. 3. Voortplanting vindt plaats door sporen.
Welke van deze kenmerken komt of welke komen voor bij een champignon (zie de afbeelding)?
afbeelding
Ordening
Ordening. Zie figuur B 1158 van de bijlage.
Is het dier van de afbeelding niet-symmetrisch, tweezijdig symmetrisch of veelzijdig symmetrisch?
afbeelding
Ordening
Ordening. Zie figuur B 3068 van de bijlage.
In de afbeelding is een zeepaardje afgebeeld. Zeepaardjes leven in zee. Ze bezitten vinnen en halen alleen adem door middel van kieuwen.
Tot welke groep van de gewervelden behoort een zeepaardje?
afbeelding
Ordening
Ordening.
In welk milieu kun je weekdieren aantreffen?
Ordening
Ordening. Zie figuur B 3072 van de bijlage.
In de afbeelding is een vleermuis afgebeeld.
Plant een vleermuis zich levendbarend voort of door middel van eieren? Is de lichaamstemperatuur van een vleermuis constant of niet constant?
afbeelding
afbeelding
Ordening
Ordening. Zie figuur B 3073 van de bijlage.
De afbeelding is een tekening van een microscopisch preparaat.
Stelt de afbeelding een schimmel voor, een deel van een dier of een deel van een plant?
afbeelding
Ordening
Ordening.
Bij welke groep van planten vindt de voortplanting plaats door middel van zaden die groeien in een vrucht?
Ordening
Ordening.
In een flora staat de volgende omschrijving van een plant: 'Overblijvende plant met kruipende wortelstok en forse, rechtopstaande stengels met brede, kruisgewijs geplaatste bladeren. Bloemen dicht opeen aan de top van de stengels.'
Tot welke afdeling van het plantenrijk behoort deze plant?
Ordening
1/5 Een aantal dieren. Zie figuur B 1964 van de bijlage.
De afbeelding geeft een aantal dieren weer. Hoewel ze ongeveer even groot zijn getekend, verschillen de dieren in werkelijkheid sterk in grootte.
Welk dier uit de afbeelding is een amfibie?
afbeelding
Ordening
2/5 Een aantal dieren.
In welk milieu kun je geleedpotigen aantreffen?
Ordening
3/5 Een aantal dieren. Zie figuur B 1964 van de bijlage.
Welk van deze dieren is een weekdier?
afbeelding
Ordening
4/5 Een aantal dieren.
Welke dieren uit de afbeelding behoren tot de lagere dieren?
afbeelding
Ordening
5/5 Een aantal dieren.
Welk van deze dieren is een gewerveld dier?
afbeelding
Ordening
Ordening:9 x ja of nee? Zie de figuren B 3068 en B 3067 van de bijlage.
1. Komen in bacteriën bladgroenkorrels voor? [invulveld]
2. In een park komen eenden en merels voor. Kunnen deze vogels één populatie vormen? [invulveld]
3. Bacteriën kunnen voedselbederf veroorzaken. Kunnen insecten dat ook? [invulveld]
4. Is de huid van amfibieën met een lederhuid bedekt? [invulveld]
5. Als een ezel door een paard wordt gedekt, wordt een muilezel geboren. Mannelijke muilezels zijn onvruchtbaar.
Behoren een ezel en een paard tot dezelfde soort? [invulveld]
7. In de afbeelding B 3068 is een zeepaardje getekend. Zeepaardjes leven in zee. Ze bezitten vinnen en halen alleen adem door middel van kieuwen. Behoort een zeepaardje tot de amfibieën? [invulveld]
8. In de afbeelding B 3067 is een kaaiman (een soort krokodil) getekend. Haalt een kaaiman adem door middel van kieuwen? [invulveld]
9. Plant een kaaiman zich voort door eieren? [invulveld]