Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | HAVO 4/HAVO 5 | variant 14

Ontdek de digitale toets over de locatie van eiwitproductie, veredeling van rozen en transport van stoffen in planten, gericht op studenten biologie die hun kennis van plantencellen en -structuren willen verdiepen. Deze toets bevat vragen over fotosynthese, opslag van reservevoedsel en de invloed van worteldruk op transportprocessen in planten. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Locatie van eiwitproductie in plantencellen

5/6 Langer plezier van nieuwe rozen.

Na een geslaagde genetische manipulatie worden in de plant cecropines gemaakt.

Waar in een plantencel gebeurt dit?

Veredeling van Rozen: Kruising en Selectie

6/6 Langer plezier van nieuwe rozen.

Langer houdbare variƫteiten zijn ook te verkrijgen door klassieke veredeling via kruisingen van rozenrassen die relatief weinig last hebben van verstoppingen in de vaten.

Welk van de volgende processen is of welke zijn van belang voor deze veredeling, vanaf het moment dat twee planten van verschillende rozenrassen worden gekruist?

Vervoer van stoffen in planten

1/2 Structuren in planten.
Zie figuur A 314 van de bijlage.

De foto in de afbeelding geeft een bepaalde structuur P weer die in planten voorkomt.

Vindt in structuur P vooral vervoer plaats van stoffen van bladeren naar wortels, vooral vervoer van stoffen van wortels naar bladeren of vervoer in beide genoemde richtingen in vrijwel gelijke mate?

afbeeldingafbeelding

Structuren van zaadplanten in verschillende delen

2/2 Structuren in planten.

Kan structuur P bij zaadplanten worden aangetroffen in bladnerven?
En in stengels?
En in wortels?

afbeeldingafbeelding

Fotosynthese in Bladcellen

1/3 Een deel van een blad.
Zie figuur B 416 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een deel van een blad met bladgroen voor. Enkele celtypen zijn met cijfers aangegeven. Een dergelijk blad bevindt zich aan een levende zaadplant die op een zonnige standplaats groeit.

In welke van de aangegeven celtypen kan fotosynthese plaatsvinden?

afbeeldingafbeelding

Transport van stoffen naar celtypen

2/3 Een deel van een blad.
Zie figuur B 416 van de bijlage.

Kan transport van de stoffen die via P zijn aangevoerd, plaatsvinden naar celtype 1, 2 en/of 3?

afbeeldingafbeelding

Transport van stoffen in een plant

3/3 Een deel van een blad.

Op een bepaald moment zijn de huidmondjes van deze plant gesloten.

Vindt in die situatie in de plant transport van koolhydraten plaats?
En transport van water?

Opslag van reservevoedsel in bollen

1/3 Bollen.
Zie figuur B 1431 van de bijlage.

Bij bolgewassen wordt reservevoedsel opgeslagen in ondergrondse delen. In het voorjaar wordt dit reservevoedsel verbruikt als uit de bol opnieuw een plant groeit (zie de afbeelding).
Drie delen van de bol zijn: bastvaten, dekweefselcellen en parenchymcellen.

In welke van deze delen wordt het meeste reservevoedsel opgeslagen?

afbeeldingafbeelding

Chromosomen in stengel en bol vergelijken

2/3 Bollen.
Zie figuur B 1431 van de bijlage.

Hebben de cellen in de stengel bij P minder chromosomen dan de cellen in de bol bij Q of, evenveel of meer chromosomen?

afbeeldingafbeelding

Koolstofdioxide en zuurstof in bollen

3/3 Bollen.

Neemt de bol onder de grond koolstofdioxide op?
En zuurstof?

Huidmondjes bij verschillende bladtypen

1/3 Pijlkruid.
Zie figuur B 1385 van de bijlage.

Aan een pijlkruidplant kunnen drie verschillende bladtypen voorkomen: onder water lintvormig, drijvend op het wateroppervlak ovaal en boven water pijlvormig.

Bij bladeren van welk van de genoemde typen zullen waarschijnlijk huidmondjes aan de onderkant van de bladeren voorkomen?

afbeeldingafbeelding

Ontwikkeling van bladeren bij Pijlkruid

2/3 Pijlkruid.

Wordt de ontwikkeling van een blad bij het pijlkruid uitsluitend door erfelijke factoren bepaald, uitsluitend door milieufactoren of door beide factoren?

Zuurstofopname bij verschillende bladtypen

3/3 Pijlkruid.
Zie figuur B 1385 van de bijlage.

Aan een pijlkruidplant kunnen drie verschillende bladtypen voorkomen: onder water lintvormig, drijvend op het wateroppervlak ovaal en boven water pijlvormig.

In welk van de genoemde typen bladeren kan zuurstof uit de omgeving worden opgenomen?

Fotosynthese in plantweefsels

1/4 Een doorsnede van een stengel.
Zie figuur A 302 van de bijlage.

In de afbeelding is een deel van een stengel met bladgroen van een eenjarig zaadplant getekend. Een aantal delen is met cijfers aangegeven.

In welk of in welke van de weefsels 1 en 3 kan fotosynthese plaatsvinden?

afbeeldingafbeelding

Transport van nitraationen in de stengel

2/4 Een doorsnede van een stengel.
Zie figuur A 302 van de bijlage.

Nitraationen worden vanuit de wortels naar de bladeren vervoerd.

Door welk of door welke van de delen 5 en 6 vindt dit transport vooral plaats?

afbeeldingafbeelding

Reservevoedsel in stengelcellen

3/4 Een doorsnede van een stengel.
Zie figuur A 302 van de bijlage.

In cellen van weefsellaag 2 is reservevoedsel in korrelvorm opgeslagen.

Is dit reservevoedsel glucose, glycogeen of zetmeel?

afbeeldingafbeelding

Zuurstofverbruik in plantweefsels

4/4 Een doorsnede van een stengel.
Zie figuur A 302 van de bijlage.

Welk van de weefsels 3, 4 en 6 zal in de levende plant per mm3 weefsel de meeste zuurstof verbruiken?

afbeeldingafbeelding

Identificatie van cambiumcellen in stengel

1/3 Een stengeldoorsnede.
Zie figuur A 176 van de bijlage.

De afbeelding geeft een deel van een dwarsdoorsnede van een stengel van een zaadplant weer.

Is een cambiumcel aangegeven met N, met Q of met R?

afbeeldingafbeelding

Hout- en baststructuur in stengel

2/3 Een stengeldoorsnede.
Zie figuur A 176 van de bijlage.

Kan bij deze plant een gesloten ring van hout en bast ontstaan?
Zo ja, is dit al gebeurd in de situatie van de afbeelding?

afbeeldingafbeelding

Invloed van worteldruk op transport in planten

3/3 Een stengeldoorsnede.
Zie figuur A 176 van de bijlage.

Heeft worteldruk direct invloed op het transport door P, of door S of door beide?

afbeeldingafbeelding