Oefentoets Biologie: Voortplanting | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 11

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

Het uitgroeien tot een zaad.

Welk deel van een zaadplant kan uitgroeien tot een zaad?

Voortplanting

Een doorgesneden paprika.
Zie figuur B 3551 van de bijlage.

In de afbeelding is een doorgesneden paprika getekend.

Is er bij de vorming van deze paprika slechts één vruchtbeginsel betrokken geweest of zijn er meerdere vruchtbeginsels bij betrokken geweest?
En is er bij de vorming van deze paprika slechts één zaadbeginsel betrokken geweest of zijn er meerdere zaadbeginsels bij betrokken geweest?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Verspreiding van vruchten en zaden.
Zie figuur B 3556 van de bijlage.

Op welke manieren worden de vruchten en zaden van de afbeelding verspreid?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Telen van asperges.

Asperges kunnen alleen op lichte, droge grond worden geteeld. In april moeten de jonge aspergeplanten worden uitgeplant. Hiervoor moet de grond worden gespit en moet een geul worden gegraven van 25 cm diep. De plantjes moeten 40 cm uit elkaar worden geplant. Oogsten van asperges kan pas in het derde jaar van eind april tot eind mei. Na de oogst de planten tot november groen laten vormen boven de grond.

Is een aspergeplant een éénjarige, een tweejarige of een overblijvende plant?

Voortplanting

Ontkieming van een zaad van een bonenplant.
Zie figuur B 775 van de bijlage.

In de tekeningen zijn vier stadia van de ontkieming van een zaad van een bonenplant weergegeven.
De zaadlobben in de stadia 1, 2 en 3 bevatten zetmeel.
De bladeren in de stadia 3 en 4 bevatten bladgroen.

Heeft het zaad water nodig voor de ontkieming?
En zuurstof?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Twee bloemen schematisch getekend.
Zie figuur B 3454 van de bijlage.

In de afbeelding zijn twee bloemen schematisch getekend.

Bij welke bloem vindt bestuiving door insecten plaats?
Welke bloem zal sterk geuren?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

De pinksterbloem.
Zie figuur B 3216 van de bijlage.

De pinksterbloem is een plant die je soms in weilanden vindt. Tijdens de bloei heeft deze plant paarse bloemen.
De pinksterbloem kan zich geslachtelijk en ongeslachtelijk voortplanten.

Met welk deel kan de pinksterbloem zich ongeslachtelijk voortplanten?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Tekeningen van ongeslachtelijke voortplanting.
Zie figuur B 3460 van de bijlage.

In de afbeelding zijn manieren van voortplanting bij verschillende planten getekend.
Welke van deze tekeningen geeft (geven) een manier van ongeslachtelijke voortplanting weer?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Pitten, klokhuis en vruchtvlees van een appel.
Zie figuur B 441 van de bijlage.

Aan een wilde appelboom hangen appels. In de appels bevinden zich pitten. Het klokhuis van een appel ontstaat uit een ander deel van de bloem dan het vruchtvlees van een appel.

Gegeven de volgende delen van een bloem of vrucht:

1. eicellen,
2. stuifmeelkorrels,
3. de bloembodem,
4. zaadbeginsels,
5. het kroontje,
6. het vruchtbeginsel,
7. stampers,
8. meeldraden.

Uit welke van de aangegeven delen ontstaan pitten, klokhuis en vruchtvlees.

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Przewalskipaarden.

Het wilde paard, dat in 1870 door Nikolai Przewalski werd ontdekt, heeft in de lichaamscellen twee chromosomen meer dan andere paarden. Een gewoon paard heeft per lichaamscel 66 chromosomen.

Geef uit onderstaande tabel de aantallen chromosomen weer van A t/m H.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Bevruchting en ontwikkeling bij dieren.
Zie figuur B 1966 van de bijlage.

Bij dieren kan inwendige of uitwendige bevruchting plaatsvinden. Bij sommige dieren ontwikkelt een embryo zich binnen het lichaam van de moeder. Bij andere dieren ontwikkelt een embryo zich buiten het lichaam van de moeder.
De afbeelding geeft vier dieren weer.

Zie figuur B 2479 van de bijlage.

Vul volgens de opzet van de tabel in de figuur voor elk dier hieronder inwendige of uitwendige in voor bevruchting en binnen of buiten voor de ontwikkeling van het embryo.

kikker: [invulveld] en [invulveld]
haring: [invulveld] en [invulveld]
mol: [invulveld] en [invulveld]
struisvogel: [invulveld] en [invulveld]

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Voortplanting

Pony met een veulen.

Op een kinderboerderij is een vrouwelijke pony aanwezig. Deze merrie is drachtig van een veulen. Bij pony's wordt het geslacht op dezelfde manier door de chromosomen bepaald als bij mensen. De leiding van de kinderboerderij wil het veulen zelf graag houden als het een merrie is. Een hengst wil men verkopen zodra hij de moeder kan verlaten.

Hoe groot is de kans dat men het veulen een paar maanden na de geboorte wil verkopen? Geef een verklaring voor je antwoord.

Voortplanting

Geslachtscellen of lichaamscellen bij ratten.

Ratten en mensen zijn zoogdieren. De bouw van een celkern is bij alle zoogdieren in principe gelijk. Van een bruine rat bevatten bepaalde cellen per kern in totaal 21 verschillende chromosomen.

Zijn deze cellen geslachtscellen of lichaamscellen? Leg je antwoord uit.

Voortplanting

Reductiedeling van een spoelworm.
Zie figuur B 3674 van de bijlage.

Bij een spoelworm is het aantal chromosomen in een lichaamscel 4. In de afbeelding geven beide tekeningen schematisch een delende cel van een spoelworm weer.

Geeft tekening 1 of tekening 2 een moment uit een reductiedeling van een spoelworm weer? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Chromosomen van Przewalskipaarden.

Het wilde paard, dat in 1870 door Nikolai Przewalski werd ontdekt, heeft in de lichaamscellen twee chromosomen meer dan andere paarden. Een gewoon paard heeft per lichaamscel 66 chromosomen.

Geef uit onderstaande tabel de aantallen chromosomen weer van A t/m H.
Voorbeeld: A t/m D = 1,2,3,4 (goed kijken naar de schrijfwijze)!!

afbeeldingafbeelding

A t/m D = [invulveld]
E t/m H = [invulveld]

Voortplanting

Geslachtschromosomen van een mannelijk en vrouwelijk dier.
Zie figuur B 3694 van de bijlage.

In de afbeelding zijn cellen uit het lichaam van een mannelijk en vrouwelijk dier van één bepaalde soort schematisch getekend. Bij deze diersoort wordt het geslacht op dezelfde manier door de chromosomen bepaald als bij mensen.

Welke letters geven de geslachtschromosomen aan?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Delen van een bloem.
Zie figuur B 3592 van de bijlage.

In de afbeelding zijn enkele delen van een bloem weergegeven.

Geef de namen van de bloemdelen.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Een druif.
Zie figuur B 1618 van de bijlage.

In de afbeelding zijn een druiventros en een doorgesneden druif uit die tros weergegeven.
Deze druif bevat vier kiemkrachtige zaden.

Welk aantal vruchtbeginsels is minstens betrokken geweest bij de vorming van de doorgesneden druif?
En welk aantal stuifmeelkorrels?

Vul de antwoorden op deze vragen hieronder in.

vruchtbeginsel(s) : [invulveld]
stuifmeelkorrel(s): [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/2 Zo maar een plant.
Zie figuur B 3449 van de bijlage.

Kan bij planten van deze soort bevruchting plaatsvinden? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Zo maar een plant.
Zie figuur B 3449 van de bijlage.

In de afbeelding is een plant getekend.

Hoe heet deel P?

dit deel heet een [invulveld]

afbeeldingafbeelding