Oefentoets Biologie: Mitose-meiose | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Mitose

Mitose.

Of een mitose zich in een plantaardige of dierlijke cel afspeelt, kan men beoordelen door onder andere te letten op

Mitose

Celdeling.

Onder de microscoop is te zien dat een cel gaat delen als

Mitose

Mitose.

Tijdens de interfase

Mitose

Mitose.

Tijdens welke fasen van de mitose bestaat een chromosoom uit 1 chromatide?

Mitose

Mitose.

We beschouwen een aantal diploïde cellen van een weefsel. Het aantal chromosomen per cel bedraagt 6.
In de interfase, voorafgaande aan de kerndeling, vindt verdubbeling van het erfelijk materiaal plaats.

Na deze verdubbeling bevat elke cel

Mitose

Mitose.
Zie figuur B 1296 van de bijlage.

In de afbeelding zijn in willekeurige volgorde vier stadia afgebeeld van een mitose in één bepaalde cel.
Een van de afgebeelde stadia volgt als eerste op de verdubbeling van het DNA van de chromosomen in deze cel.

Welk stadium is dat?

afbeeldingafbeelding

Mitose

Chromosomen.

Bij het begin van de mitose in een lichaamscel van de mens bestaan de chromosomen elk uit twee overlangse helften (chromatiden). Hierover worden vier beweringen gedaan:

1. Deze helften zijn identiek doordat bij de bevruchting één helft uit de eicel en één helft uit de spermacel afkomstig is.
2. Deze helften zijn identiek doordat vóór de mitose verdubbeling van het DNA van een chromosoom plaatsvindt.
3. Deze helften zijn niet identiek doordat bij de bevruchting één helft uit de eicel en één helft uit de spermacel afkomstig is.
4. Deze helften zijn niet identiek doordat vóór de meiose verdubbeling van het DNA van een chromosoom heeft plaatsgevonden.

Welke van deze beweringen is juist?

Mitose

Mitose.
Zie figuur B 1355 van de bijlage.

In de afbeelding staan foto's van fasen van mitose en celdeling in de worteltop van een ui, in willekeurige volgorde.

Wat is de juiste volgorde van deze fasen?

afbeeldingafbeelding

Mitose

1/2 Colchicine.
Zie figuur B 376 en B 377 van de bijlage.

Colchicine is een stof die de mitose in plantencellen beïnvloedt. De afbeelding geeft een normale mitose en een mitose onder invloed van colchicine schematisch weer.
Als resultaat van de abnormale mitose ontstaan cellen met 4n chromosomen in de kern. Als de colchicine is uitgewerkt, kan zo'n kern zich verder gewoon delen door meiose en mitose.
Op de stengeltop van een jonge lelieplant werd een colchicine-oplossing gedruppeld, waardoor alle in die top nieuw gevormde cellen een kern met 4n chromosomen kregen. De cellen van de lager gelegen delen van de plant werden niet beïnvloed.

In de afbeelding B 377 is de jonge plant getekend op het moment van de toediening van colchicine en dezelfde plant een tijd later, terwijl ze volop bloeit.

Op welke van de plaatsen 1, 3 en 4 kunnen cellen met 4n chromosomen in de kern worden aangetroffen?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Mitose

2/2 Colchicine.

Bij deze plant komt zowel kruisbestuiving als zelfbestuiving voor.
Na bestuiving wordt in bloem 2 een aantal zaden gevormd.

Hebben de kiemplantjes in deze zaden 3n of 4n chromosomen of kunnen er kiemplantjes met 3n en kiemplantjes met 4n chromosomen voorkomen?

Mitose

1/2 Delingsstadia.
Zie figuur A 279 van de bijlage.

In de afbeelding zijn verschillende stadia van een deling van een diploïde kern in willekeurige volgorde weergegeven.

Is in de afbeelding een meiose I of een mitose weergegeven? Geef een verklaring voor je antwoord.

afbeeldingafbeelding

Mitose

2/2 Delingsstadia.

Plaats de tekeningen van de stadia in de volgorde waarin ze gedurende deze deling zullen voorkomen, te beginnen bij tekening 5.

afbeeldingafbeelding

Mitose

2/3 Mitose.

In een dierlijke cel is DNA aanwezig in de kern en in de mitochondriën.

Neemt, afgezien van het mitochondriale DNA, de totale hoeveelheid DNA in de cel gedurende de aangegeven 30 minuten af, blijft deze gelijk of neemt deze toe?

Mitose

3/3 Mitose.

In welke fase van de mitose verkeerde de cel op tijdstip t = 10 minuten?

afbeeldingafbeelding

Mitose - meiose

Mitose - meiose.

afbeeldingafbeelding

In bovenstaande tabel worden met de cijfers I, II, III, IV en V al of niet bestaande menselijke cellen in deling aangegeven. In de tabel staat bovenaan het aantal chromosomen in de profase van een deling en daaronder het aantal chromosomen in de telofase van dezelfde deling.
Tussen haakjes staat steeds vermeld uit hoeveel chromatiden elk chromosoom bestaat.

afbeeldingafbeelding

Welke delingen behoren in de open vakjes van de tabel te worden ingevuld?


-

Mitose - meiose

Mitose - meiose.

Bij bepaalde planten treedt wel bevruchting op, maar na de eerste celdelingen sterven de zygoten, doordat het aantal chromosomen in de embryonale cellen onderling niet gelijk is.

Bij welke deling(en) kan de oorzaak liggen voor deze foutieve verdeling van de chromosomen?

Mitose - meiose

Mitose - meiose.
Zie figuur B 263 van de bijlage.

Figuur 1 stelt een stadium voor uit de mitose van een diploïde cel (2n = 38) van een bepaalde plant.
Figuur 2 stelt een stadium voor uit de meiose (reductiedeling) van deze plant.
Op de omcirkelde plaatsen bevinden zich chromosomen. Er heeft geen mutatie plaatsgevonden.

Is het aantal chromosomen op plaats 1 even of oneven?
En op plaats 2?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Mitose - meiose

Mitose - meiose.
Zie figuur B 278 van de bijlage.

De figuur stelt voor cellen met chromosomen. Deze cellen bevinden zich in verschillende stadia van mitose of meiose (I of II).

Welke is of welke zijn van een organisme waarvoor geldt 2n = 6?

afbeeldingafbeelding

Mitose - meiose

Mitose - meiose.

Bij welke deling worden, mutaties buiten beschouwing gelaten, chromosomen gesplitst in chromatiden, die ongelijk kunnen zijn?