Plantenanatomie en -fysiologie
3/7 Een aardappelplant.
Welk van de volgende processen vindt of welke vinden plaats door de wortels van een aardappelplant?
1. afgifte van zuurstof,
2. opname van koolstofdioxide,
3. opname van zouten.
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
3/7 Een aardappelplant.
Welk van de volgende processen vindt of welke vinden plaats door de wortels van een aardappelplant?
1. afgifte van zuurstof,
2. opname van koolstofdioxide,
3. opname van zouten.
4/7 Een aardappelplant.
Een aardappelplant kan zich zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk voortplanten.
Met welke delen plant een aardappelplant zich ongeslachtelijk voort?
5/7 Een aardappelplant.
Aardappelplanten dichtbij bossen worden soms vernield door wilde zwijnen. Deze dieren wroeten in de grond op zoek naar aardappels.
Zijn wilde zwijnen consumenten, producenten of reducenten?
6/7 Een aardappelplant.
In een aardappelplant vindt fotosynthese plaats. De plant neemt stoffen op die bij de fotosynthese worden verbruikt. Enkele delen van een aardappelplant zijn: bastvaten, huidmondjes en wortels.
Welke van deze delen hebben een functie bij het opnemen van stoffen die bij de fotosynthese worden verbruikt?
7/7 Een aardappelplant.
Voor Nederland bestaat een koolstofkringloop.
Maken aardappelplanten deel uit van deze koolstofkringloop?
Maken mensen deel uit van deze koolstofkringloop?
afbeelding
1/8 Een aardappelplant.
Zie figuur B 1396 van de bijlage.
De afbeelding geeft een aardappelplant weer.
Is een aardappel een bol, een knol of een vrucht?
afbeelding
2/8 Een aardappelplant.
Een aardappelplant kan niet goed groeien op een zeer voedselarme grond.
Heeft een aardappelplant op die grond vooral gebrek aan koolstofdioxide, aan water of aan bepaalde zouten?
Hij heeft vooral gebrek aan
3/8 Een aardappelplant.
Is de hoeveelheid eiwitten in een kilo aardappelen kleiner dan, gelijk aan, of groter dan de hoeveelheid koolhydraten in deze kilo?
4/8 Een aardappelplant.
Aardappelmoeheid is een ziekte bij aardappelplanten die veroorzaakt wordt door aaltjes.
Aaltjes zijn kleine wormpjes die gangen vreten in groeiende aardappelen.
Zijn deze aaltjes consumenten, producenten of reducenten?
5/8 Een aardappelplant.
In het ecosysteem van een veld met aardappelplanten komen bacteriën in de bodem voor.
Twee beweringen over de activiteiten van bacteriën in dat ecosysteem zijn:
I. bacteriën zetten organische stoffen om in eiwitten die door aardappelplanten opgenomen worden,
II. bacteriën zetten organische stoffen om in anorganische stoffen die door aardappelplanten opgenomen kunnen worden.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
6/8 Een aardappelplant.
Bestrijdingsmiddelen die bij de aardappelteelt gebruikt worden, kunnen het oppervlaktewater vervuilen. Het vervuilde oppervlaktewater is minder geschikt voor gebruik door mensen.
Noem twee vormen van watergebruik, waarvoor mensen dit vervuilde water beter niet kunnen gebruiken.
7/8 Een aardappelplant.
Kan een aardappelplant zich geslachtelijk voortplanten?
En ongeslachtelijk?
afbeelding
8/8 Een aardappelplant.
Een aardappel bevat mineralen en zetmeel.
Via welke vaten zijn deze stoffen of hun grondstoffen naar de aardappel vervoerd?
1/3 Asperges.
Zie figuur A 398 en B 2156 van de bijlage.
De volgende tekst en tekeningen (zie de afbeelding) zijn afkomstig uit een boek over het kweken van groenten.
Kweken van asperges.
Asperges kunnen alleen op lichte, droge grond geteeld worden. In april moeten de jonge aspergeplantjes uitgeplant worden. Hiervoor wordt de grond diep gespit en wordt een geul gegraven van 25 cm diep. De plantjes 40 cm uit elkaar planten. Oogsten kan pas in het 3e jaar, van ca. 20 april tot eind mei - later tot de 3e week van juni. De planten daarna groen laten vormen boven de grond tot november.
De afbeelding B 2156 geeft asperges weer zoals ze als "groente" door de mens worden gegeten.
Welke delen van de aspergeplant worden gegeten?
afbeelding
afbeelding
2/3 Asperges.
Zie figuur A 398 van de bijlage.
Kweken van asperges.
Asperges kunnen alleen op lichte, droge grond geteeld worden. In april moeten de jonge aspergeplantjes uitgeplant worden. Hiervoor wordt de grond diep gespit en wordt een geul gegraven van 25 cm diep. De plantjes 40 cm uit elkaar planten. Oogsten kan pas in het 3e jaar, van ca. 20 april tot eind mei - later tot de 3e week van juni. De planten daarna groen laten vormen boven de grond tot november.
Is een aspergeplant een éénjarige, een tweejarige, of een overblijvende plant?
afbeelding
3/3 Asperges.
Zie figuur A 398 van de bijlage.
Kweken van asperges.
Asperges kunnen alleen op lichte, droge grond geteeld worden. In april moeten de jonge aspergeplantjes uitgeplant worden. Hiervoor wordt de grond diep gespit en wordt een geul gegraven van 25 cm diep. De plantjes 40 cm uit elkaar planten. Oogsten kan pas in het 3e jaar, van ca. 20 april tot eind mei - later tot de 3e week van juni. De planten daarna groen laten vormen boven de grond tot november.
Heeft in een aspergeplant tussen het stadium van tekening 3 en het stadium van tekening 4 fotosynthese plaats gevonden?
En verbranding?
afbeelding
1/6 De grote brandnetel.
Zie figuur B 2895 van de bijlage.
De grote brandnetel (zie de afbeelding) is een plantensoort die overal in Nederland voorkomt, vooral op vochtige, schaduwrijke plaatsen. De brandnetel komt veel voor in bermen langs wegen en kanalen. De plant groeit goed als de bodem veel nitraat bevat. De brandnetel heeft een vierkante stengel, grote bladeren en onder de grond wortelstokken met reservevoedsel. Bij het aanraken van de plant komt uit de brandharen een stof vrij, die hevige jeuk kan veroorzaken.
In de loop van de zomer worden de bermen van wegen en kanalen gemaaid. Na korte tijd staat het er weer vol met brandnetels.
Door welk kenmerk in de bouw van de plant (lees daarvoor bovenstaande tekst) groeit een brandnetelplant na het maaien weer snel op?
afbeelding
2/6 De grote brandnetel.
Vlinders, zoals de kleine vos, fladderen in het voorjaar en in de zomer tussen de brandnetels rond. De zwart-geel gestreepte rupsen van de kleine vos voeden zich met de bladeren van de brandnetel.
Ook sluipwespen houden zich in de buurt van brandnetels op. De vrouwtjes van de sluipwespen zijn op zoek naar rupsen van de kleine vos, waarin zij eitjes leggen. De larven die uit die eitjes komen, voeden zich met het inwendige van die rups.
In de tekst wordt een aantal organismen genoemd die samen een voedselketen zijn.
Schrijf de namen van deze organismen op en geef met pijlen de voedselketen aan.
3/6 De grote brandnetel.
Zie figuur B 2896 van de bijlage.
De bloemen van de brandnetel zijn mannelijk of vrouwelijk. Ze zijn grijsgroen van kleur.
Als de meeldraden rijp zijn, springen de helmhokjes open en komt het droge, poederige stuifmeel vrij. De vrouwelijke bloemen bevatten stampers met penseelvormige stempels (zie de afbeelding). Uit de stampers groeien na de bevruchting kleine vruchtjes.
Worden de bloemen van de brandnetel door de wind of door insecten bestoven? Noem twee kenmerken van de brandnetel, die in de tekst staan, waaruit dit kan worden afgeleid.
afbeelding
4/6 De grote brandnetel.
Zie figuur B 4760 van de bijlage.
Op brandnetelplanten zie je soms een groot aantal roodachtige draden, die de plant bijna helemaal bedekken. De draden zijn de stengels van warkruid, een plantensoort zonder bladgroen, die geen wortels en geen bladeren heeft. Het warkruid is een parasiet. De stengels hebben een soort zuignapjes. Hiermee neemt de plant voedingstoffen op uit de vaten van de brandnetelplant.
Neemt het warkruid ook zouten (mineralen) op uit de brandnetelplant?
Zo ja, neemt het warkruid deze op uit de bastvaten of de houtvaten?
afbeelding