Oefentoets Biologie: Assimilatie-dissimilatie - Kooldioxide/zuurstof | HAVO 4/HAVO 5 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Assimilatie_dissimilatie

Verlichtingssterkte en de opname of afgifte van kooldioxide.
Zie figuur B 316 van de bijlage.

In het afgebeelde diagram is het verband aangegeven tussen de verlichtingssterkte en de opname of afgifte van kooldioxide door een plant.

In traject P geldt dat

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Opname en afgifte van kooldioxide.
Zie figuur C 30 van de bijlage.

Bij een onderzoek naar de opname en afgifte van kooldioxide door een groen blad, wordt gebruik gemaakt van de reageerbuizen P en Q.
Beide reageerbuizen staan in het licht.
Reageerbuis P is gevuld zoals in de tekening is aangegeven.

Als het kooldioxidegehalte van de afgesloten ruimte verandert, zoals in P, verandert ook de kleur van de testvloeistof.
Om er zeker van te zijn dat de verandering inderdaad ontstaat onder invloed van het groene blad, is een controleproef nodig. Hiervoor dient buis Q.

In de figuur C 30 staan vier opstellingen van reageerbuis Q.

Welke van deze opstellingen zou kunnen dienen als controleproef?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Plant en een dier in een ruimte.
Zie figuur A 82 van de bijlage.

In vier ruimten worden een plant en een dier geplaatst, zoals aangegeven in de figuren. Alle planten hebben eenzelfde gewicht, alle dieren ook. Na een uur zijn alle organismen nog in leven. De dieren hebben zich rustig gedragen.

In welke ruimte is dan het kooldioxidegehalte het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

De leeftijd van een boom en de opname van CO2 .
Zie figuur B 335 van de bijlage.

Het verband tussen de leeftijd van een boom en de opname van CO2 per kg plantaardig weefsel is in het diagram weergegeven.

Wat is een verklaring voor het dalende verloop van de grafiek?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Een groene plant in een afgesloten ruimte.

Een groene plant wordt in een afgesloten ruimte geplaatst die gevuld is met lucht. Het eerste uur staat de plant in het donker.
Het tweede uur ontvangt de plant weinig licht.
Het derde uur ontvangt de plant veel licht.
Het koolstofdioxidegehalte in de afgesloten ruimte is uitgezet tegen de tijd.

Zie figuur B 81 van de bijlage.

In welk van de diagrammen kan het resultaat juist zijn weergegeven?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Tomatenplanten in een plantenkas.
Zie figuur B 96 van de bijlage.

In een plantenkas met tomatenplanten wordt gedurende een aantal uren het koolstofdioxidegehalte van de lucht gemeten.
De gevonden waarden zijn uitgezet in het diagram.

Is op tijdstip P de koolstofassimilatie groter dan de dissimilatie?
En op tijdstip Q?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

De opname of afgifte van koolstofdioxide & verlichtingssterkte.

Bij een plant met bladgroen wordt de opname of afgifte van koolstofdioxide in relatie tot de verlichtingssterkte gemeten. De andere omstandigheden zijn tijdens het experiment optimaal.

Zie figuur B 516 van de bijlage.

Welk diagram geeft waarschijnlijk het meest juist het resultaat van de metingen weer?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Opgenomen of afgegeven kooldioxide & de lichtsterkte.
Zie figuur B 1220 van de bijlage.

In de afgebeelde figuur staat de door een groene plant opgenomen, respectievelijk afgegeven hoeveelheid kooldioxide uitgezet tegen de lichtsterkte.

In punt K geldt dat

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

CO2 gebruik voor de fotosynthese.

Van een plant met bladgroen werd gemeten dat in het donker 10 ml CO2 in een uur aan het milieu werd afgegeven. In het licht nam deze plant 12 ml CO2 in een uur uit het milieu op.
Aangenomen wordt dat de mate van dissimilatie in het licht gelijk is aan die in het donker.

Hoeveel ml CO2 heeft de plant gedurende dat uur in het licht in totaal gebruikt voor de fotosynthese?

Assimilatie_dissimilatie

Een luchtdicht afgesloten opstelling met een plant.
Zie figuur B 581 van de bijlage.

In een luchtdicht afgesloten opstelling staat een plant met bladgroen. Gedurende 5 uren varieert de verlichtingssterkte. Het CO2 -gehalte in de opstelling wordt gemeten. De resultaten staan in het diagram.

In welke van de onderstaande perioden vond dissimilatie plaats in cellen van de plant?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Koolstofdioxideverbruik door een plant.

Over de koolstofdioxide die door een plant met bladgroen wordt verbruikt, worden de volgende beweringen gedaan:

1. deze koolstofdioxide is voor een deel afkomstig van de dissimilatie in de bladmoescellen;
2. deze koolstofdioxide diffundeert voor een deel vanuit de buitenlucht de bladmoescellen in;
3. deze koolstofdioxide wordt voor een deel actief door de bladmoescellen opgenomen.

Welke uitspraken zijn juist?

Assimilatie_dissimilatie

CO2 en O2 verbruik in een beukenblad.
Zie figuur B 303 van de bijlage.

Genoemde tekening geeft een dwarsdoorsnede van een gedeelte van een beukenblad weer.
Alleen de celwanden zijn getekend.

Waar kunnen in dit blad CO2 en O2 verbruikt worden en waar kan alleen O2 verbruikt worden?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Kooldioxide-opname bij toenemende lichtintensiteit.
Zie figuur B 307 van de bijlage.

Men bepaalt bij een groene plant de kooldioxide-opname bij toenemende lichtintensiteit en zet deze waarden grafisch uit, zodat het afgebeelde diagram ontstaat.

Bij een bepaalde lichtintensiteit P geeft de plant zuurstof af, en bij een andere lichtintensiteit Q neemt de plant zuurstof op.

Met welke punten in het diagram komen de lichtintensiteiten P en Q overeen?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Een proef met een levende groene waterplant.

Men zet een levende groene waterplant in een bak op enige afstand van een lichtbron die wit licht geeft.
Men voegt aan het water een indicator toe die in een milieu met veel kooldioxide rood en in een milieu met weinig kooldioxide geel is.
Bij overgang van de ene toestand naar de andere is de indicator oranje.
Tijdens de proef wordt de toegevoegde indicator oranje en de indicator blijft deze kleur behouden.

Wat is de beste verklaring voor het feit dat de indicator de oranje kleur behoudt?

Assimilatie_dissimilatie

Een groene plant bij toenemende lichtintensiteit.
Zie figuur B 309 van de bijlage.

Men meet van een groene plant bij toenemende lichtintensiteit de hoeveelheid zuurstof die per tijdseenheid vrijkomt.
De gevonden waarden zijn in het getoonde diagram uitgezet. Men mag er van uitgaan dat de dissimilatie gedurende de gehele proef constant blijft en dat de plant voor deze dissimilatie per minuut evenveel ml zuurstof verbruikt als er ml kooldioxide gevormd wordt.

Hoeveel ml kooldioxide wordt door de cellen van de plant per minuut omgezet bij lichtsterkte P?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

De netto-opname van koolstofdioxide en zuurstof.

Plantendelen nemen stoffen uit het milieu op en geven stoffen aan het milieu af. Wanneer de opname van een stof groter is dan de afgifte is er sprake van netto-opname van die stof.
De netto-opname van koolstofdioxide en zuurstof wordt per etmaal bepaald bij wortels en bladeren van gras in een weiland in de zomer.

Is er bij de wortels sprake van een netto-opname van koolstofdioxide of van zuurstof?
En bij de bladeren?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

CO2 -productie & O2 -productie.
Zie figuur B 444 van de bijlage.

Bij een plant wordt in een experiment gedurende 24 uur de CO2 -productie (in ml/min) bij de dissimilatie gemeten. Gedurende dezelfde periode wordt de O2 -productie (in ml/min) bij de fotosynthese in deze plant bepaald.
De resultaten zijn weergegeven in het diagram.

Is er een periode waarin de plant zuurstof afgeeft aan de omgeving?
Zo ja, in welke periode of perioden is dat het geval?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

Opname en afgifte van zuurstof.

Welke van onderstaande beweringen over de opname en afgifte van zuurstof en water bij organismen is juist?

Assimilatie_dissimilatie

Fotosynthese bij toenemende verlichtingssterkte.

Van een plant met bladgroen wordt bij toenemende verlichtingssterkte gemeten hoeveel koolstofdioxide per tijdseenheid wordt afgegeven of opgenomen. De gevonden waarden zijn in de tabel hieronder weergegeven. Aangenomen wordt dat de intensiteit van de dissimilatie gedurende het experiment constant blijft.

afbeeldingafbeelding

Hoeveel ml zuurstof wordt bij de fotosynthese door deze plant per minuut geproduceerd bij verlichtingssterkte 9?

Assimilatie_dissimilatie

Watervlooien (Daphnia) en waterpest.
Zie figuur C 29 van de bijlage.

Watervlooien (Daphnia) kunnen in zuurstofarm milieu hemoglobine maken, waardoor de lichaamskleur rood wordt; onder andere omstandigheden zijn Daphnia's kleurloos. Men vult vier erlenmeyers (1 t/m 4) met water en Daphnia's.
Erlenmeyer 2 wordt afgesloten met een rubber stop.
In de erlenmeyers 3 en 4 bevindt zich een gelijke kleine hoeveelheid waterpest.
Aan het begin van de proef zijn alle Daphnia's kleurloos.
Nu worden alle vier de erlenmeyers in het daglicht geplaatst.

In welke erlenmeyer zullen de Daphnia's het langst kleurloos blijven en in welke erlenmeyer zullen zij het eerst rood worden?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding