Oefentoets Biologie: Ademhaling - Ziekten | VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 30 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

30

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ademhaling

CARA (COPD).

CARA (COPD) is een verzamelnaam voor verschillende ziekten aan het ademhalingsstelsel. Eén van deze ziekten is longemfyseem.

Noem twee andere ziekten die ook wel worden aangeduid met CARA (COPD).

Ademhaling

1/2 Neuspoliepen.

Neuspoliepen zijn plaatselijke zwellingen van het slijmvlies in de neus. Neuspoliepen kunnen hinderlijk zijn, vooral als ze wat groter worden of in een groepje bij elkaar liggen. Dan wordt de ademhaling door de neus belemmerd en moet men door de mond ademhalen.

Noem twee redenen waarom neusademhaling beter is dan mondademhaling.

Ademhaling

2/2 Neuspoliepen.
Zie figuur B 2905 van de bijlage.

In de afbeelding is een doorsnede van een deel van het hoofd weergegeven.

Tijdens het slikken en bewegen de huig en het strotklepje.

Komt bij de persoon uit de afbeelding bij het slikken de huig tegen de neuspoliep?
En komt het strotklepje tegen de neuspoliep?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

1/2 Astma.

Bij een astma-aanval zijn de vertakkingen van de bronchiën vernauwd. Daardoor heeft een astmapatiënt bij een aanval een moeizame, krampachtige, diepe inademing die vaak een piepend geluid maakt.

Zie figuur B 2111 van de bijlage.

De afbeelding geeft een gedeelte van de longen weer. Met de letter P zijn delen aangeduid die ervoor zorgen dat de luchtpijp bij een astma-aanval niet dichtklapt.

Hoe heten deze delen P?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/2 Astma.

De ziekte astma is mede erfelijk bepaald. Hieronder staan twee beweringen over de plaatsen waar het erfelijke materiaal voor astma zich bevindt:

I. Bij iemand die aan astma lijdt, bevindt het erfelijke materiaal voor astma zich alleen in de spiercellen van de luchtwegen.
II. Bij iemand die aan astma lijdt, bevindt het erfelijke materiaal voor astma zich in alle chromosomen van de spiercellen van de luchtwegen.

Ademhaling

2/4 Astma.
Zie figuur B 2216 van de bijlage.

In de afbeelding is een deel van de luchtwegen weergegeven.

Geef de naam van het deel dat in de afbeelding is aangegeven met de letter P. een [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

3/4 Astma.

Smog is een ernstige vorm van luchtvervuiling. Patiënten met astma hebben veel last van smog. Bepaalde gassen in smog tasten de slijmlaag van de luchtwegen aan. Het verwarmen van de lucht in de luchtwegen wordt hierdoor niet beïnvloed.

Noem twee functies van de slijmlaag van de luchtwegen.

Ademhaling

4/4 Astma.

Uitlaatgassen van auto's bevatten koolstofmonoxide. Dit gas bindt zich aan hemoglobine in het bloed.

Welke functie van het bloed wordt dan minder goed vervuld?

Ademhaling

1/3 Slijm.
Zie figuur B 2447 van de bijlage.

De afbeelding geeft een schematische doorsnede weer van een gehoororgaan van iemand die verkouden is.
Daarin is te zien dat een deel verstopt is.

Wat is de naam van het verstopte deel?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/3 Slijm.

Door een zware verkoudheid is het slijmvlies van de neus opgezwollen. Daardoor gaat het slijmvlies minder goed functioneren.

Noem twee functies van het slijmvlies van de neus.

Ademhaling

3/3 Slijm.

Mensen met hooikoorts hebben opgezette slijmvliezen in de neus zonder dat ze echt verkouden zijn.
Hooikoorts wordt veroorzaakt door stuifmeel dat afkomstig is van planten. In de herfst zijn er evenveel planten als in de zomer. Toch hebben veel hooikoortspatiënten geen last als ze in de herfst buiten komen, en in de zomer wel.

Leg uit dat hooikoortspatiënten in de zomer buiten wel last hebben van hooikoorts en in de herfst niet.

Ademhaling

1/3 Slijm.
Zie figuur A 479 van de bijlage.

De neus is aan de binnenkant bekleed met een slijmvlies. De neusholten staan in verbinding met een aantal bijholten in de botten van het voorhoofd. Ook de wand van de bijholten is bedekt met slijmvlies. De ligging van de bijholten is schematisch aangegeven in de afbeelding. Bij een verkoudheid zwellen de slijmvliezen van de neusholten en de bijholten op. In de afbeelding is te zien dat zich in de buis van Eustachius slijm kan ophopen.
In een enkel geval kan het slijm uit de buis van Eustachius doorschuiven het gehoororgaan in.

In welk deel van het gehoororgaan komt het slijm dan het eerst terecht?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/3 Slijm.

Door een zware verkoudheid is het slijmvlies van de neus opgezwollen. Daardoor gaat het slijmvlies minder goed functioneren.

Noem twee functies van het slijmvlies van de neus.

Ademhaling

3/3 Slijm.

Een verkoudheid ontstaat in het slijmvlies van de neus. Soms ontsteekt ook het slijmvlies in de voorhoofdsholten. Dat kan een gevolg zijn van hard snuiten. Door hard te snuiten gaat het slijmvlies niet kapot. Scheuren van het slijmvlies is dan ook geen verklaring voor het ontsteken van het slijmvlies in de voorhoofdsholten.

Geef een verklaring voor het feit dat hard snuiten bij verkoudheid een ontsteking van het slijmvlies in de voorhoofdsholten kan veroorzaken.

Ademhaling

Astma.

Bij een astma-aanval haalt een patiënt piepend adem. Dit wordt veroorzaakt door een vernauwing in een deel van de luchtwegen. De vernauwing is een reactie op prikkels uit de omgeving. Hieronder staan twee beweringen over gebeurtenissen tijdens een astma-aanval.

1. Tijdens een astma-aanval zijn de kringspieren in de kleine luchtwegen ontspannen.
2. Het verversen van de lucht in de longen gaat tijdens een astma-aanval slechter dan normaal.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Astma.

Bij een astma-aanval haalt een patiënt piepend adem. Het samentrekken van bepaalde spieren is er de oorzaak van, dat het verversen van de lucht in de longen bij een astmapatiënt veel moeizamer verloopt dan bij andere personen.

Welke spieren zijn dit?

Ademhaling

Ademhalingsproblemen.
Zie figuur B 3375 van de bijlage.

De vertakkingen van bronchiën worden luchtpijptakjes genoemd. De wand van een luchtpijptakje bestaat uit twee soorten cellen: slijmbekercellen en dekweefselcellen. Door een ontsteking kunnen in de luchtpijptakjes veranderingen ontstaan. Dit is in de afbeelding voor de luchtpijptakjes van een paard weergegeven. In de afbeelding is te zien dat door de ontsteking het aantal dekweefselcellen toeneemt.

Noem nog een verandering die in een ontstoken luchtpijptakje optreedt.

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

1/4 Papegaaienziekte.
Zie figuur B 4420 van de bijlage.

Papegaaienziekte wordt door een bacterie veroorzaakt. Papegaaien en andere vogels kunnen de ziekte op mensen overbrengen via besmette deeltjes in de lucht. Als iemand die inademt, kunnen de bacteriën via de longen in het bloed terechtkomen. De ziekte geeft soms alleen griepachtige verschijnselen, maar kan ook zeer ernstig zijn.

Zie figuur B 4420 van de bijlage.

In de afbeelding zijn de longen schematisch weergegeven. P geeft het deel aan waarin bacteriën in het bloed kunnen komen.

Geef de naam van P.

P is een [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/4 Papegaaienziekte.

Vanuit de longen komen de bacteriën met het bloed in het hart terecht.

In welk deel van het hart komen de bacteriën dan het eerst binnen?

Ademhaling

3/4 Papegaaienziekte.

Na een besmetting met de bacteriën duurt het ongeveer tien dagen voordat de eerste ziekteverschijnselen van papegaaienziekte optreden.

Leg uit waardoor ziekteverschijnselen pas een tijd na besmetting optreden.

Ademhaling

4/4 Papegaaienziekte.

Na infectie worden antistoffen gemaakt.

Waar bevinden de antistoffen tegen papegaaienziekte zich dan?

Ademhaling

1/3 Longziekte.

Meneer De Vries heeft longemfyseem. Bij deze ziekte gaan de wanden van de longblaasjes stuk. Longblaasjes die stuk zijn, kunnen niet opnieuw aangroeien.

Leg uit dat meneer De Vries door de longemfyseem moeilijk kan ademhalen.

Ademhaling

2/3 Longziekte.
Zie figuur B 3207 van de bijlage.

In de afbeelding is een deel van de longen weergegeven.

Welke letter geeft een longblaasje aan?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

3/3 Longziekte.

Roken is een oorzaak voor het ontstaan van longemfyseem.

Noem twee andere ziekten die vaak het gevolg zijn van roken.

Ademhaling

1/3 Bronchitis.
Zie figuur A 877 van de bijlage.

Er zijn verschillende ziekten die invloed hebben op het ademhalen. Een voorbeeld hiervan is bronchitis.
Bij een onderzoek naar het vóórkomen van enkele van zulke ziekten, werden de volgende resultaten gevonden.

afbeeldingafbeelding

Zie figuur A 877 van de bijlage.

Maak met deze gegevens het afgebeelde staafdiagram af.

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/3 Bronchitis.

Bronchitis is een ziekte van het slijmvlies dat de binnenkant van de luchtwegen bedekt. Er wordt dan veel slijm gemaakt. Bij een gezond mens wordt het slijm door trilhaarcellen naar de mond getransporteerd. Iemand met bronchitis raakt dit slijm moeilijk kwijt.

Leg uit waardoor bij bronchitis dit verwijderen van slijm niet goed lukt.

Ademhaling

3/3 Bronchitis.

Als er teveel slijm in de luchtwegen komt

Ademhaling

Een ademhalingsprobleem.
Zie figuur B 4590 van de bijlage.

In de afbeelding is een deel van het ademhalingsstelsel weergegeven.
Bij sommige mensen ontstaan problemen met de ademhaling doordat de delen die met letter P zijn aangegeven afsterven.

Geef de naam van P. Dit is een [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Ziekten

1/2 Beroepsziekten.

INFORMATIE LONGZIEKTEN
Zie figuur B 4546 hieronder.
afbeeldingafbeelding

Als mensen op hun werk veel in aanraking komen met stoffen waarvoor ze overgevoelig zijn, kunnen ze een longziekte oplopen. Zulke stoffen veroorzaken dan een allergische reactie van de bronchiolen (zie de afbeelding hierboven). Bronchiolen zijn de kleinste vertakkingen van de luchtwegen in de longen.
De paprikalong is zo'n beroepsziekte en wordt veroorzaakt door stuifmeel van paprikaplanten. Deze aandoening komt veel voor bij werknemers in de paprikateelt.
In de voedingsmiddelenindustrie wordt veel met enzymen gewerkt. Zo wordt in bakkerijen een bepaald enzym aan het meel toegevoegd. Dit enzym blijkt na inademing bij sommige werknemers ook een allergische reactie van de ademhalingsorganen op te wekken.
Een andere longziekte is tuberculose. Mensen die in de gezondheidszorg werken, lopen het risico besmet te raken met de bacterie die deze ziekte veroorzaakt. Zo'n bacterie kan door hoesten worden overgebracht.

Zie volgende scherm

Ademhaling

2/2 Beroepsziekten.

In de informatie worden enkele beroepsziekten van de longen genoemd.

Welke van deze beroepsziekten is besmettelijk? Leg je antwoord uit.