Oefentoets Biologie: Genetica - algemeen | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 7

Ontdek de digitale toets over genetische overerving, geslachtsverhoudingen en kruisingen bij verschillende diersoorten, gericht op studenten biologie en genetica. Deze toets biedt inzicht in complexe erfelijkheidsvraagstukken en de genetische basis van eigenschappen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Genetische Overerving bij Koninklijke Familie

Koninklijke genen.

Prins Willem-Alexander lijkt genetisch waarschijnlijk meer op zijn oma, Prinses Juliana, dan Juliana op haar opa van vaders kant, Friedrich Franz II, groothertog van Mecklenburg-Schwerin. Hoe komt dat?

Geslachtsverhouding bij nakomelingen van kippen

Kippen.

Bij kippen is de hen in het bezit van de geslachtschromosomencombinatie XY, terwijl de haan XX bezit.
Indien van een hen het ovarium verschrompelt, ontwikkelt ze zich tot een mannetje.

Wat zal, uitgaande van het gegeven dat een dier met de combinatie YY zich niet kan ontwikkelen, indien het hierboven beschreven mannetje paart met een gewone hen, de geslachtsverhouding van de nakomelingen zijn?

Kruisingen bij Drosophila: F2 Generatie

Kruisingsproeven.

De exemplaren uit de F2 van een kruising wild x vestigial Drosophila's die men op ieder gewenst moment kan gebruiken als ouder voor nieuwe kruisingsproeven, zijn de .

Karyotype en geslachtsbepaling

Karyotype.
Zie figuur B 5436 van de bijlage.

Het hiernaast getekende karyotype is van een gewervelde diersoort.

Dit karyotype dient te worden omschreven als

afbeeldingafbeelding

Overerving van haarvorm en genen

Overerving van haarvorm.
Zie figuur B 5437 van de bijlage.

In nevenstaande stamboom is de overerving van de haarvorm weergegeven.

Welke van de volgende conclusies met betrekking tot deze stamboom is juist?

afbeeldingafbeelding

Fenotypische verhoudingen bij muizenkruisingen

Muizenkruisingen.

De haren van een wildtype muis zijn aan de basis en aan de top zwart, terwijl het middelste deel geel is (allel A). Een mutant van het wildtype heeft geheel zwarte haren (allel a).
Bij een albino muis ontbreekt het pigment (allel c), terwijl bij de hierboven beschreven haarkleuren wèl pigment aanwezig is (allel C). A en C zijn kryptomere genen.
Een homozygote albino muis wordt gekruist met een homozygote wildtype muis. Uit de F1 worden twee dieren met elkaar gekruist.

Welke fenotypische verhouding kunnen we dan in de F2 verwachten?

Wat is translocatie in de genetica?

Translocatie.

Wat verstaan we onder een translocatie?

Rattengenetica: Kruisingen en Nakomelingen

Rattengenetica.

Binnen een populatie van ratten komen de volgende allelenvariaties voor:
LL, Ll en ll betreffende de staartlengte; L = lange staart en l = korte staart.
WW, Ww en ww betreffende de vachtkleur; W = bruin en w = grijs.
XS XS , XS Xs , Xs Xs , XS Y en Xs Y betreffende de snuitlengte; S = korte snuit en s = lange snuit.
Voor alle drie genen is er sprake van volledige dominantie.

In welke van de volgende kruisingen is er kans op vrouwelijke nakomelingen met een lange staart, een lange snuit en een grijze vachtkleur?

Geslachtsgebonden kenmerken bij Drosophila

Drosophila.

Van een monohybride Drosophila-kruising met niet-geslachtsgebonden kenmerken wordt een reciproke kruising ingezet om

Redenen voor gebruik van fruitvliegjes in onderzoek

1/4 Fruitvliegjes.

Noem twee redenen waarom fruitvliegjes (Drosophila's) zo vaak gebruikt worden voor erfelijkheidsonderzoek.

Groei en voortplanting van fruitvliegjes

3/4 Fruitvliegjes.

Een paartje fruitvliegjes zorgt na 12 dagen voor zo'n 500 geslachtsrijpe nakomelingen.

Bereken na hoeveel dagen je een F3 hebt en hoeveel nakomelingen een paartje dan heeft opgeleverd.

Risico's van kunstmatige inseminatie bij koeien

Holstein-Friese koeien.
Zie figuur B 5441 van de bijlage.

In meer dan 100 landen komen tegenwoordig Holstein-Friese koeien voor, die zijn gefokt via kunstmatige inseminatie met een beperkt groepje stieren. Zo zorgde alleen al de stier Sunny Boy (zie afbeelding) voor meer dan een miljoen nakomelingen.

Welk risico ontstaat er door deze speciale manier van vermeerdering van een ras?

afbeeldingafbeelding

DNA-analyse bij taaislijmziekte

2/3 Taaislijmziekte.
Zie figuur B 5443 van de bijlage.
Zie figuur B 5442 van de bijlage.

Een afwijking in één enkel gen kan taaislijmziekte veroorzaken.
In een onderzoek worden met behulp van restrictie-enzymen geknipte DNA-fragmenten van dit gen door elektroforese van elkaar gescheiden.
In afbeelding 1 hiernaast zijn resultaten weergegeven van de DNA-fragmenten A1 en A2, afkomstig van het desbetreffende chromosomenpaar van een aantal familieleden uit de stamboom in afbeelding 2.

Welk fragment hoort bij het allel voor taaislijmziekte, of is dat uit deze gegevens niet op te maken?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Kruisbestuiving en bloemkleur bij planten

Bloemkleur.

Een bepaalde soort kamerplant kan witte, rode of roze bloemen hebben. Bij deze planten vindt kruisbestuiving plaats. De roze bloemkleur is het intermediaire fenotype.
Een tuinder wil vooral planten met roze bloemen kweken, omdat die het beste verkopen.

Drie methoden zijn:

1. De kas vol zetten met planten met roze bloemen.
2. De kas vol zetten met een mengsel van roodbloemige en witbloemige planten.
3. De kas vol zetten met een mengsel van roodbloemige en witbloemige planten, maar van alle roodbloemige planten op tijd de (nog onrijpe) meeldraden verwijderen.

Welke van de deze methoden levert de grootste opbrengst aan planten met roze bloemen (in de vorm van zaden), of maakt het niet uit?

Genetica van blauwe druivenkleur

1/2 Druiven.

Bij druiven kan een bepaalde blauwe kleur voorkomen. Voor het bereiken van deze blauwe kleur bij de druiven zijn minstens twee allelenparen noodzakelijk (A/a en B/b), die onafhankelijk van elkaar overerven. De druiven hebben deze blauwe kleur alleen als van elk van de beide allelenparen minstens één dominant gen aanwezig is. Druiven met een ander genotype hebben een witte kleur.
Op grond van deze gegevens doen vier leerlingen een bewering over de blauwe kleur van de druiven:

1. Jacqueline beweert dat de kleur van blauwe druiven veroorzaakt wordt door het samen voorkomen van twee verschillende kleurstoffen.
2. Harald beweert dat de genen die verantwoordelijk zijn voor de kleur van blauwe druiven door crossing over onafhankelijk van elkaar zijn gaan overerven.
3. Els beweert dat bij de vorming van de kleur in blauwe druiven minstens een eiwit betrokken is.
4. Gerard beweert dat de kleur van een blauwe druif uitsluitend bepaald wordt door het genotype en niet door de produkten van de translatie.

Kruis het nummer van de juiste bewering of de nummers van de juiste beweringen aan.

Darwinspunt en erfelijkheid

Darwinspunt.
Zie figuur B 5450 van de bijlage.

Sommige mensen hebben een klein bobbeltje op de buitenrand van hun oor, de zogenaamde darwinspunt (zie a in de afbeelding).
Dit is een recessief overervende eigenschap.

Geef van vier situaties (zie tabel hieronder) de situatie of situaties aan die mogelijk zijn.

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Karyogram en chromosomenoverdracht

Karyogram.
Zie figuur B 5453 van de bijlage.

De afbeelding toont een karyogram van een cel van een individu met 2n = 4.

Welke van de volgende vier uitspraken met betrekking tot dit karyogram zijn juist?

1. Als chromosoom nr. 1 afkomstig is van de vader, dan is chromosoom nr. 2 van de moeder afkomstig.
2. De chromosomen nrs. 1 en 2 zijn afkomstig van de vader en de nrs. 3 en 4 van de moeder.
3. Tijdens meiose I kunnen de chromosomen nrs. 1 en 2 naar de ene pool gaan en de chromosomen nrs. 3 en 4 naar de andere pool.
4. Tijdens meiose I kunnen de chromosomen nrs. 1 en 3 naar de ene pool gaan en de chromosomen nrs. 2 en 4 naar de andere pool.

afbeeldingafbeelding

Kans op taaislijmziekte bij kinderen

Erfelijkheid en kans.

Taaislijmziekte is een autosomaal en recessief overervende ziekte.
Beide ouders van een gezin met vier kinderen zijn drager van deze ziekte.

Hoe groot is de kans (weergegeven in procenten) dat slechts één kind de taaislijmziekte heeft?
Rond het antwoord af op een geheel getal.

Term voor de Amish-gemeenschap

1/2 Amish.

De Amish is een groep mensen van Zwitserse afkomst, die op grond van hun geloof zeer afgesloten van de buitenwereld leeft in de Amerikaanse staat Pennsylvania. Huwelijken komen vrijwel alleen binnen de groep voor.

Welke term is op hen van toepassing?

Kans op Ellis-van Creveldsyndroom bij Amish-kinderen

2/2 Amish.
Zie figuur B 6834 van de bijlage.

Bij de Amish komt het zogenaamde Ellis-van Creveldsyndroom relatief vaak voor. Kinderen worden geboren met een vinger teveel en zijn geestelijk achter (zie afbeelding hiernaast). Deze afwijking erft recessief over.

Een Amish man en zijn Amish vrouw zijn beide drager van het gen dat deze afwijking veroorzaakt.

Hoe groot is de kans dat een kind van hen lijdt aan het Ellis-van Creveldsyndroom?
%.

afbeeldingafbeelding