Oefentoets Biologie: Voeding | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 8

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voeding

Energiebehoefte van een mens.

De energiebehoefte van een mens is o.a. afhankelijk van de leeftijd en het geslacht.

Noem nog twee andere factoren waarvan de energiebehoefte van een mens afhankelijk is.

Voeding

Energiebehoefte van een mens.

De energiebehoefte van een mens is o.a. afhankelijk van de lichaamsgrootte en de lichamelijke inspanning.

Noem nog twee andere factoren waarvan de energiebehoefte van een mens afhankelijk is.

Voeding

Voedingsmiddelen.
ZIe figuur B 2272 van de bijlage.

Couscous is een voedingsmiddel dat oorspronkelijk afkomstig is uit landen rond de Middellandse Zee.
De tabel hieronder geeft een gedeelte van de voedingsmiddelentabel weer.

afbeeldingafbeelding

In welk vak van de maaltijdschijf hoort couscous thuis op grond van de gegevens in de voedingsmiddelentabel? Licht je antwoord toe.



-

afbeeldingafbeelding

Voeding

Worteltjes.

Worteltjes (peentjes) zijn een bekend en gezond voedingsmiddel. Er zitten eiwitten, koolhydraten, vitamines en zouten in.
De maaltijdschijf verdeelt de voedingsmiddelen in vier groepen.

Geef de naam van de groep van de maaltijdschijf waarin de worteltjes staan.

Voeding

Voedingsmiddelen.

Een diëtiste stelt een dieet samen voor iemand die moet afslanken. Zij twijfelt tussen het opnemen van een portie zoute haring van 100 gram of een portie kabeljauw van 150 gram.
De tabel hieronder geeft een gedeelte van de voedingsmiddelentabel weer.
afbeeldingafbeelding

Welke van beide kan zij het beste kiezen? Licht je antwoord toe met behulp van de tabel.




-

Voeding

Voedingsstoffen in voedingsmiddelen.

afbeeldingafbeelding

Bovenstaande tabel geeft een overzicht van een aantal voedingsmiddelen met daarachter per 100 gram de energie die deze voedingsmiddelen leveren en de voedingsstoffen die erin voorkomen.
In de tabel staan voedingsmiddelen waarvan de delen die je opeet, alleen de zaden zijn.

Noem al deze voedingsmiddelen.





-

Voeding

Voedingsmiddelentabel.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van een aantal voedingsmiddelen met daarachter per 100 gram de energie die deze voedingsmiddelen leveren en de voedingsstoffen die erin voorkomen.
afbeeldingafbeelding
Iemand vraagt zich af waarmee hij het meeste eiwit binnenkrijgt:

met 100 gram rijst,
met 150 gram patates frites of
met 200 gram aardappels.

Bereken met behulp van de tabel met welke van deze drie porties hij het meeste eiwit binnenkrijgt.



-

Voeding

Voedingsstoffen in voedingsmiddelen.

De tabel hieronder geeft een overzicht van een aantal voedingsmiddelen met daarachter per 100 gram de energie die deze voedingsmiddelen leveren en de voedingsstoffen die erin voorkomen.
afbeeldingafbeelding

Iemand wil vermageren en kan kiezen uit twee maaltijden.

- Maaltijd 1: 100 gram aardappelen, 100 gram doperwten, 100 gram rundvlees en 100 gram vla.
- Maaltijd 2: 100 gram aardappelen, 200 gram andijvie, 50 gram rundvlees en 100 gram yoghurt.

Bereken met behulp van de tabel welke maaltijd hij het beste kan kiezen om te vermageren.




-

Voeding

Fluoride.

In Nederland wordt jodium (via het Jozo = gejodeerd zout, dit is zout waaraan jodium is toegevoegd) en fluoride aan het brood toegevoegd en fluoride aan het drinkwater.

Wat is de functie van fluoride in het drinkwater?

Voeding

Energieverbruik.
Zie figuur B 3284 en B 3285 van de bijlage.

Harold gaat 50 minuten fietsen en daarna eten. Hij wil de hoeveelheid energie aanvullen die hij verbruikt heeft met het fietsen.
In de afbeeldingen is weergegeven hoeveel kJ iemand per minuut verbruikt bij bepaalde activiteiten en de productinformatie op een zak met broodjes.

Hoeveel broodjes moet Harold tenminste eten om de energie die hij bij het fietsen heeft verbruikt, aan te vullen? Leg je antwoord uit met een berekening.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Voeding

Voedingsmiddelentabel.

Een deel van een voedingsmiddelentabel is weergegeven.
afbeeldingafbeelding

Remco vraagt zich af waarmee hij het meeste eiwit binnen krijgt: met 100 gram rijst of met 150 gram patat of met 200 gram aardappels.

Bereken met welke portie Remco het meeste eiwit binnen krijgt.

Voeding

Vegetariër.

Noem 6 redenen waarom mensen vegetariër kunnen worden.

Voeding

Vitaminen.

Vul in: Vitamine A, B, C of D.

Vitamine [invulveld] ontstaat onder invloed van zonnestralen in de huid.

In melk en bruinbrood zit veel vitamine [invulveld] en [invulveld].

Bij een tekort van vitamine [invulveld] treedt Engelse ziekte op.

Zonder vitamine [invulveld] loop je het risico dat je slecht ziet in de schemering.

Zonder vitamine [invulveld] kunnen je tanden los gaan zitten.

Vitamine [invulveld] en [invulveld] worden aan margarine toegevoegd.

In sinaasappels zit veel vitamine [invulveld].

Konijntjes, die veel peentjes eten, hebben nooit een tekort aan vitamine [invulveld].

Voeding

Voedingsvezels.

Geen enkel mens kan op pillen alleen leven. Behalve de zes groepen voedingsstoffen zijn ook (voedings)vezels nodig.

Wat wordt er bedoeld met 'voedingsvezels'?

Voeding

Voedingsvezels.

Waarvoor zijn voedingsvezels van belang?

Voeding

Voedingsvezels.

Als één van de negatieve bijwerkingen van te weinig voedingsvezels wordt diarree genoemd.

Hoe ontstaat diarree ten gevolge van te weinig voedingsvezels?

Voeding

Eenzijdige voeding.

Wat is het risico van te eenzijdige voeding?

Voeding

1/2 Alcohol en verkeer.

Iemand heeft zo veel bier gedronken, dat hij dronken is.
Deze persoon rijdt toch weg met de auto.
Hij beseft niet dat zijn waarnemingsvermogen, zijn reactievermogen en het vermogen om zijn spieren te coördineren, zijn verminderd.
Als de auto tegen een paaltje tot stilstand komt, blijkt de bestuurder zelf met de schrik vrij te komen.
Twee uur na het ongeluk kan hij nog steeds niet goed op zijn benen blijven staan.
Hij praat nog steeds moeizaam en lallend.

Blijkt uit de tekst dat alcohol invloed heeft op de grote hersenen?
En op de kleine hersenen?