Oefentoets Biologie: Voortplanting | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 46

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

1/2 Meer melk.

Er bestaat een methode om bij runderen kalveren te verkrijgen met gunstige eigenschappen, bijv. kalveren die later veel melk geven. Bij deze methode wordt sperma van een stier met gunstige eigenschappen ingebracht in koeien.

Hoe heet deze methode?

Voortplanting

2/2 Meer melk.

In welk orgaan van een koe wordt het sperma ingebracht?

Voortplanting

Taaislijmziekte.
Zie figuur B 1457 van de bijlage.

Bij Clara wordt een vruchtwaterpunctie uitgevoerd. Hierbij wordt met een naald wat vruchtwater opgezogen. In het vruchtwater bevinden zich losse cellen van het embryo. Door deze cellen te onderzoeken kan bepaald worden of het embryo genen voor taaislijmziekte heeft.
De afbeelding geeft een embryo in een baarmoeder weer. Vier plaatsen zijn met een cijfer aangegeven.

Welk cijfer geeft de plaats aan waar vruchtwater met cellen wordt weggehaald?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Stamcellen.
Zie figuur C 376 van de bijlage.

Als een eicel bevrucht is, gaat die zich delen. Na ongeveer vijf dagen is een klompje cellen ontstaan. In dit klompje bevinden zich cellen die stamcellen worden genoemd.
Tijdens de ontwikkeling van het embryo ontstaan uit stamcellen alle verschillende soorten weefsels.
Wetenschappers onderzoeken de mogelijkheid om stamcellen in een laboratorium te kweken. Als het dan zou lukken om uit stamcellen verschillende soorten cellen te laten ontstaan, dan kunnen die misschien gebruikt worden om beschadigd weefsel te herstellen.

Een onbevruchte eicel bevat 23 chromosomen.

Hoeveel chromosomen bevat een stamcel bij nummer 6 uit de afbeelding? [invulveld] chromosomen

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/2 Zwangerschap.

Jantien is zwanger. De dokter informeert haar over prenataal onderzoek.
Met prenataal onderzoek kan een afwijking bij haar embryo worden vastgesteld.

Geef een voorbeeld van prenataal onderzoek waarbij een afwijking aan haar embryo kan worden vastgesteld.

Voortplanting

2/2 Zwangerschap.

Het embryo is ontstaan na bevruchting van de eicel.

In welk deel van het voortplantingsstelsel heeft de bevruchting plaatsgevonden?

Voortplanting

1/3 Lelietje-van-dalen.
Zie figuur A 944 van de bijlage.

Het lelietje-van-dalen komt onder andere voor in bossen.
De plant bloeit in mei en juni met witte bloemen. De bloemen verspreiden een geur.
De bladeren zijn leerachtig.

In de afbeelding is een deel van een bloem van het lelietje-van-dalen aangegeven met de letter P.

Wat is de naam van dit deel van de bloem?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/3 Lelietje-van-dalen.

Hoe worden de bloemen van het lelietje-van-dalen bestoven?

Voortplanting

3/3 Lelietje-van-dalen.
Zie figuur B 4786 van de bijlage.

In de afbeelding is een schematische tekening van een cel te zien van een lelietje-van-dalen.

Wat is de naam van deel P?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/2 Geslachtshormonen.

Geslachtshormonen beïnvloeden onder andere de secundaire geslachtskenmerken.
Bodybuilders benadrukken secundaire geslachtskenmerken zoals spieropbouw en spierkracht.

Waar worden bij een man geslachtshormonen geproduceerd?

Voortplanting

2/2 Geslachtshormonen.

Noem een secundair geslachtskenmerk van een man dat niet in de informatie genoemd is.

Voortplanting

1/4 Syfilis.
Zie figuur A 1346 van de bijlage.

Syfilis is een ernstige soa (seksueel overdraagbare aandoening).
Als je er op tijd bij bent, is het goed te genezen.
De ziekte wordt veroorzaakt door een bacterie. Bij een vrouw met syfilis begint de infectie in de vagina. Een infectie met syfilis kan via de placenta worden overgedragen op het ongeboren kind. De infectie wordt niet overgedragen op het moment dat een eicel met een zaadcel samensmelt.
In de afbeelding zijn enkele delen van het vrouwelijk onderlichaam aangegeven met een letter.

Met welke letter wordt het orgaan aangegeven waar een eicel met een zaadcel samensmelt?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/4 Syfilis.
Zie figuur A 1346 van de bijlage.

Met welke letter is het orgaan aangegeven waar bij een vrouw de infectie met syfilis begint?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

3/4 Syfilis.
Zie figuur B 6850 van de bijlage.

Als syfilis niet bestreden wordt, verspreidt de bacterie zich in het bloed.
Bij iemand wordt bloed afgenomen. Het bloedplasma wordt onderzocht op syfilis.
In de afbeelding is te zien hoe het buisje met bloed eruit ziet nadat het is behandeld.
Drie delen van het bloed zijn aangegeven met een letter. Het doorzichtige deel met letter P, het witte deel met letter Q en het rode deel met letter R.

Welke letter geeft het deel van het bloed aan dat onderzocht wordt op syfilis?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

4/4 Syfilis.

Noem een voorbehoedmiddel waarmee syfilis voorkomen kan worden.

Voortplanting

1/2 Een kijkoperatie.
Zie figuur B 6852 van de bijlage.

Als een man klachten heeft met plassen kan er een probleem zijn met de blaas.
Tijdens een kijkoperatie wordt een buis in het lichaam gebracht.
Aan de buitenkant van de buis bevindt zich een cameraatje, waarmee de dokter in het lichaam kan kijken. In de afbeelding is te zien hoe dat in zijn werk gaat.
Ook is een doorsnede weergegeven van een deel van het mannelijk onderlichaam.

Wat is de naam van orgaan P?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Een kijkoperatie.
Zie de figuren B 6852 en B 6853 van de bijlage.

Een ontsteking van deel P kan ook weer leiden tot een ontsteking van orgaan Q.
Van een deel van de afbeelding B 6852 is een vergroting gemaakt.

Wat is de functie van orgaan Q?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/2 De roos.
Zie figuur A 1347 van de bijlage.

Rozen bloeien vanaf half juni tot augustus.
Er zijn veel verschillende felgekleurde rozen.
De bloemen ruiken allemaal erg sterk.
In de afbeelding is een bloem van de roos te zien.

Leg uit dat de roos zich waarschijnlijk door insectenbestuiving voortplant.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 De roos.
Zie figuur A 1347 van de bijlage.

Wat is de naam van deel P?

afbeeldingafbeelding