Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | HAVO 4/HAVO 5 | variant 3

Ontdek de digitale toets over plantkunde, gericht op studenten biologie, met onderwerpen zoals houtweefsel, wortelgroei en aanpassingen van planten aan verschillende milieus. Deze toets test je kennis aan de hand van afbeeldingen en vragen over belangrijke plantstructuren en -processen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Houtweefsel en jaarringen

Houtweefsel.
Zie figuur B 2496 van de bijlage.

De tekening stelt een stukje houtweefsel voor.

Is met de letters P cambium aangegeven?
Komt in het gedeelte tussen de letters Q en R voorjaarshout voor?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Vervoer van organische stoffen in takken

Een tak.
Zie figuur B 2355 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch een dwarsdoorsnede weer van een tak die in de herfst is afgezaagd.

Met welk cijfer is het deel aangegeven waardoor in de zomer voorafgaand aan deze herfst de grootste hoeveelheid organische stoffen werd vervoerd?

afbeeldingafbeelding

Groei en ontwikkeling van wortels

Een groeiende wortel.
Zie figuur A 158 van de bijlage.

In de afbeelding is in tekening 1 schematisch een worteltopje weergegeven.
Twee gebieden P en Q zijn met inkt op de wortel gemarkeerd. In tekening 2 is hetzelfde worteltopje weergegeven zoals het er twee dagen later uitziet.
Over dit worteltopje worden drie beweringen gedaan:

1. De afstand tussen P en Q is vooral groter geworden doordat het aantal cellen tussen P en Q is toegenomen.
2. Het gebied Q is vooral groter geworden doordat in dat gebied celstrekking is opgetreden.
3. De wortelharen in tekening 2 zijn dezelfde als de wortelharen in tekening 1.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Intercellulaire Ruimten in Waterplanten

Waterplant.
Zie figuur B 591 van de bijlage.

De tekening stelt een dwarsdoorsnede voor van een deel van een bladsteel van een waterplant.
Deze waterplant wortelt in de modder en heeft drijvende bladeren.

Wat bevindt zich in de intercellulaire ruimten?

afbeeldingafbeelding

Eigenschappen van woestijnplanten

Verschillende bladtypen.

Bij planten uit woestijngebieden en planten uit de ondergroei van tropische regenwouden is het volgende geconstateerd:

1. ongeveer 700 huidmondjes per mm2 ;
2. ongeveer 300 huidmondjes per mm2 ;
3. kleine, dikke bladeren;
4. grote, dunne bladeren.

Welke eigenschappen zijn bij woestijnplanten te verwachten?

Planten en hun aanpassingen aan milieu's

Planten uit verschillende milieu's.

Bij meerjarige planten uit woestijngebieden en planten uit de ondergroei van tropische regenwouden is het volgende geconstateerd:

1. ongeveer 700 huidmondjes per mm2 ;
2. ongeveer 300 huidmondjes per mm2 ;
3. een in de breedte ontwikkeld wortelstelsel;
4. een in de diepte ontwikkeld wortelstelsel;
5. kleine, dikke bladeren;
6. grote, dunne bladeren.

Welke combinaties zijn het meest waarschijnlijk bij

afbeeldingafbeelding

Welken van bladeren bij verschillende plantensoorten

Bladstructuur en verwelken.
Zie figuur B 464 van de bijlage.

In de afbeelding zijn doorsneden weergegeven van stukjes blad van twee soorten zaadplanten Q en R.
Bij een experiment over het verwelken van planten worden een plant van soort Q en een plant van soort R gedurende een dag in dezelfde zeer droge en warme lucht gezet. Voor deze beide planten is dezelfde beperkte hoeveelheid water beschikbaar.
Over het wel of niet verwelken van de bladeren van de soorten Q en R bij dit experiment, worden de volgende beweringen gedaan:

1. De bladeren van soort Q en soort R zullen ongeveer gelijktijdig verwelken.
2. De bladeren van soort Q zullen veel eerder verwelken dan die van soort R.
3. De bladeren van soort R zullen veel eerder verwelken dan die van soort Q.
4. De bladeren van soort Q en soort R zullen niet verwelken.

Welke bewering is juist?

afbeeldingafbeelding

Gasbelletjes bij beukenblad en fotosynthese

Beukenblad.

Een vers beukenblad wordt in warm water gedompeld. Aan de onderzijde verschijnt een groot aantal gasbelletjes, aan de bovenzijde relatief weinig.

Waardoor wordt dit verschil vooral veroorzaakt?

Huidmondjes bij Kruidachtige Zaadplanten

Aanwezigheid van huidmondjes.

Bij kruidachtige zaadplanten, die op het land groeien, komen huidmondjes voor in de opperhuid van

Aanpassing van bladeren aan het milieu

Bladstructuur en milieu.
Zie figuur B 544 van de bijlage.

De bouw van bladeren van planten is vaak aangepast aan het milieu. In de tekening staan twee dwarse doorsneden van bladeren van planten (P en Q). De huidmondjes zijn aangegeven met de letter h.

Is plant P aangepast aan vochtige of aan droge omstandigheden?
En plant Q?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Diepten van wortelharen en litteken

Wortelgroei.

Een bepaalde meerjarige plant heeft slechts één hoofdwortel, die recht naar beneden groeit. Op een bepaald moment bevinden zich hieraan de wortelharen op 25 cm diepte.
Op hetzelfde moment bevindt zich een litteken aan deze wortel op 5 cm diepte.
Een jaar later bevindt zich het aardoppervlak nog op dezelfde hoogte.

Op welke diepte bevinden zich na dit jaar de wortelharen?
En op welke diepte bevindt zich dan het litteken?

afbeeldingafbeelding

Identificatie van cambiumcel in stengel

Stengel zaadplant.
Zie figuur A 176 van de bijlage.

De afbeelding geeft een deel van een dwarsdoorsnede van een stengel van een zaadplant weer.

Is een cambiumcel aangegeven met N, met Q of met R?

afbeeldingafbeelding

Stengelstructuur van zaadplanten

Stengel zaadplant.
Zie figuur A 176 van de bijlage.

De afbeelding geeft een deel van een dwarsdoorsnede van een stengel van een zaadplant weer.

Kan bij deze plant een gesloten ring van hout en bast ontstaan?
Zo ja, is dit al gebeurd in de situatie van afbeelding A 176?

afbeeldingafbeelding

Weefseltype in brandnetel en warkruid

Brandnetel met warkruid.
Zie figuur B 1114 van de bijlage.

Tekening 1 geeft een deel van een brandnetel (een zaadplant) weer. Om de stengel van deze brandnetel windt zich warkruid. Warkruid is een zaadplant met een parasitaire leefwijze. Het heeft geen wortels in de bodem. Het heeft geen bladgroen en dringt met speciale structuren (haustoria) de stengel van de brandnetel binnen. Daar onttrekt warkruid stoffen aan de gastheer.
In tekening 2 van de afbeelding is een dwarsdoorsnede van de stengel van de brandnetel en van het warkruid getekend. Een weefsel is met P aangegeven.

Is met P in tekening 2 bastweefsel, cambium of houtweefsel aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Locatie van cambium in dennentak

Dennentak.
Zie figuur B 1115 van de bijlage.

Uit een afgezaagde dennentak wordt een stukje gesneden zoals in tekening 1 van de afbeelding is weergegeven. De structuur van dit stukje is in tekening 2 schematisch getekend.
In het stukje dennentak zijn plaatsen aangegeven met de letters Q, R, S, T en U.

Op welke van de aangegeven plaatsen bevindt zich cambium?

afbeeldingafbeelding

Celontwikkeling in de stengel van zaadplanten

Dwarsdoorsnede stengel.
Zie figuur B 457 van de bijlage.

De afbeelding toont een dwarsdoorsnede van een gedeelte van een stengel van een zaadplant.
Enkele cellen zijn met cijfers aangegeven.

Welke van de aangegeven cellen zijn het laatst door deling ontstaan?

afbeeldingafbeelding

Identificatie van het cambium in vaatbundel

Doorsnede vaatbundel.
Zie figuur B 449 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een lengtedoorsnede voor van een deel van een vaatbundel in een jonge stengel van een tweezaadlobbige plant. In deze doorsnede komt onder andere cambium voor.

Welk van de aangegeven delen is het cambium?

afbeeldingafbeelding

Cytoplasma in Vaatbundel van Planten

Doorsnede vaatbundel.
Zie figuur B 449 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een lengtedoorsnede voor van een deel van een vaatbundel in een jonge stengel van een tweezaadlobbige plant. In deze doorsnede komt onder andere cambium voor.

Welke van de aangegeven delen bevatten in het algemeen cytoplasma?

afbeeldingafbeelding

Vaatbundel in jonge stengel van plant

Doorsnede vaatbundel.
Zie figuur B 449 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een lengtedoorsnede voor van een deel van een vaatbundel in een jonge stengel van een tweezaadlobbige plant. In deze doorsnede komt onder andere cambium voor.

Welk van de aangegeven delen bevindt zich het dichtst bij het centrum van de stengel?

afbeeldingafbeelding

Parenchym in dwarsdoorsnede van stengel

Dwarsdoorsnede stengel.
Zie figuur B 526 van de bijlage.

De tekening stelt schematisch een dwarsdoorsnede van een stengel van een zaadplant voor.

Op welke van de aangegeven plaatsen bevindt zich uitsluitend parenchym (vulweefsel)?

afbeeldingafbeelding