Oefentoets Biologie: Dissimilatie - Respiratoir_quotiënt | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 2

Deze oefentoets bevat 11 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

11

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Dissimilatie

RQ.

Onder het RQ van een mens verstaan we het quotiënt van de hoeveelheid geproduceerde CO2 en de hoeveelheid opgenomen O2 , beide gemeten in mol per tijdsperiode.

Welke van onderstaande vragen kun je beantwoorden als je dit getal kent?

Dissimilatie

Postduiven.

Postduiven leveren bij een wedstrijdvlucht over grote afstanden een enorme prestatie, zeker als zo'n vlucht non-stop wordt afgelegd. Een voorbeeld van zo'n vlucht is de wedstrijd van Barcelona terug naar Nederland. Verbazingwekkend was de ontdekking dat de massa voor en na de vlucht weinig veranderd was. Uit onderzoek bleek dat duiven de vliegenergie uit hun vetreserve betrekken. Men bepaalde de verhouding tussen het aantal molecule gevormd (afgegeven) koolstofdioxide en het aantal moleculen opgenomen zuurstof.
Een zeer nauwkeurige bepaling van dit respiratoir quotiënt voor de dissimilatie van het duivenvet leverde een waarde op van 0,7272.

Indien wordt aangenomen dat er geen waterverlies optreedt tijdens de vlucht (bijvoorbeeld door verdamping of excretie), hoe groot is dan de massaverandering in mg per mol ingeademde zuurstof? Rond af op 1 decimaal.
Gegeven: atoommassa C = 12,0 en atoommassa O = 16,0.

[invulveld]

Dissimilatie

Een proefopstelling.
Zie figuur B 4883 van de bijlage.

In nevenstaande proefopstelling bevatten buis I en II eenzelfde gewichtshoeveelheid aan heterotrofe organismen van dezelfde soort. Deze organismen dissimileren aeroob uitsluitend vet, dat evenals zuurstof in voldoende mate aanwezig is.

Wat zal er na één dag gebeurd zijn met het vloeistofniveau?

afbeeldingafbeelding

Dissimilatie

Een energieke muis.

De energiebron bij een muis is glucose (C6 H12 O6 ). Daarna krijgt de muis vet aangeboden (C57 H110 O7 ).

Wat gebeurt er met de verhouding tussen de hoeveelheid afgegeven CO2 en opgenomen O2 ?

Dissimilatie

2/3 Vuur van het leven.
Zie figuur B 4885 van de bijlage.

Een van de eerste onderzoekers naar de verbrandingsreactie in dieren was de beroemde Franse chemicus Antoine Lavoisier. In de afbeelding hiernaast zie je de opstelling die hij gebruikte om te onderzoeken hoeveel O2 en CO2 door een cavia werd verbruikt /geproduceerd.

1. De glazen klok wordt zo ingesteld dat het kwikniveau (grijs) binnen en buiten even hoog is.
2. Een cavia wordt via het kwikreservoir in de klok geplaatst.
3. De cavia wordt via het kwikreservoir uit de klok gehaald; het gasvolume in de klok wordt gemeten.
4. Er wordt een blokje NaOH in de klok geplaatst. Door de klok te bewegen wordt de druk binnen en buiten gelijk gemaakt. Dan wordt het gasvolume gemeten.

Het volume in situatie 4 nam met 640 ml af ten opzichte van het volume in situatie 3 na toevoeging van NaOH. De dichtheid van CO2 is 1,986 kg /m-3.

Bereken hoeveel gram CO2 de cavia in een uur geproduceerd heeft (rond af op twee decimalen).

afbeeldingafbeelding