Oefentoets Biologie: Ecologie - trofische niveaus | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 10 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

10

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

1/4 Groei in biomassa.
Zie de figuren B 2730 en A 599 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
In verband met een ecologisch onderzoek naar productiviteit werden in een laboratorium vier diergroepen onderzocht:
afbeeldingafbeelding
Van de dieren (zie de afbeelding) werd onderzocht wat er gebeurt met het opgenomen voedsel. Alle dieren zijn in rust.

Zie figuur A 599 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
De resultaten zijn in de afbeelding weergegeven.

Zie volgende scherm

Ecologie

2/4 Groei in biomassa.
Zie de figuren B 2730 en A 599 van de bijlage.

Er is tussen de salamander en de spitsmuis een verschil in het percentage voedsel dat gebruikt wordt voor verbranding.
afbeeldingafbeelding

Geef daarvoor een verklaring op basis van de gegevens in de tabel hierboven en de afbeelding.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Ecologie

3/4 Groei in biomassa.

afbeeldingafbeelding

Welk dier heeft de hoogste productiviteit?

Ecologie

4/4 Groei in biomassa.
Zie figuur A 599 van de bijlage.

Het percentage van het voedsel dat terechtkomt in de urine en/of de feces is bij de rups groter dan bij de salamander en bij de eekhoorn groter dan bij de spitsmuis.

Geef hiervoor een verklaring.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Producenten.

Producenten zijn organismen die

Ecologie

Hongersnood.

"In de landen waar vaak hongersnood heerst, moet men zich in eerste instantie toeleggen op de productie van plantaardig voedsel voor de mens."

Deze uitspraak is

Ecologie

Hogere temperaturen zijn niet altijd gunstig.

De hittegolf van 2003 in Europa heeft de plantengroei ongekend zwaar getroffen. De temperatuur was toen hoger dan gemiddeld en de neerslag was veel minder. Hierdoor is naar schatting de gemiddelde groei in de bossen, op de weiden en het akkerland in Europa zo'n 20 procent achtergebleven bij het gemiddelde over 1960-1990. Het gevolg was dat deze ecosystemen in 2003 netto CO2 afgaven aan de atmosfeer. Ruwweg deed de onverwachte CO2 -productie de CO2 -opname van de vier voorafgaande jaren teniet.

Hoe kan men de jaarlijkse groei van planten in de bossen, op de weilanden en de akkers vaststellen?