Ordening
Protococcus.
Zie figuur B 5619 van de bijlage.
Een preparaat van de boomalg Protococcus spec. kan er uitzien als in de afbeelding hiernaast.
Hoe is de volgorde van de delingsstadia, indien van één cel wordt uitgegaan?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 4, VWO 5, VWO 6
NVON
cc-by-sa-40
Protococcus.
Zie figuur B 5619 van de bijlage.
Een preparaat van de boomalg Protococcus spec. kan er uitzien als in de afbeelding hiernaast.
Hoe is de volgorde van de delingsstadia, indien van één cel wordt uitgegaan?
afbeelding
Op zoek naar nieuwe soorten.
Zie figuur B 5629 van de bijlage.
Een bioloog is op zoek naar nieuwe soorten.
Waar is de kans op het vinden van nieuwe soorten het grootst?
afbeelding
Zilte schijnspurrie en Stomp kweldergras.
Tekst:
Op verschillende plaatsen langs wegen worden de laatste jaren plantensoorten aangetroffen die vroeger alleen langs de zeekust voorkwamen. De oorzaak daarvan is het overvloedig strooien van pekel in de winter.
Pekelzout is voornamelijk NaCl. Het gaat in dit geval om de plantensoorten Zilte schijnspurrie (Spergularia salina) en Stomp kweldergras (Puccinellia distans).
Planten van beide soorten groeien op kale plaatsen in zilte terreinen. Kale plaatsen zijn vaak het gevolg van betreding, waardoor de grond wordt verdicht.
bewerkt naar: Nederlandse Oecologische Flora, deel 1, E. J. Weeda e.a., Hilversum, 1985, 202
Zilte schijnspurrie en Stomp kweldergras zijn geen nauw verwante soorten.
Geef aan waaruit dat blijkt.
Coloradokevers.
De Coloradokever leeft onder andere op de Aardappel (Solanum tuberosum L.), op de Tomaat (Solanum lycopersum L.) en op Bitterzoet (Solanum dulcamara L.).
Behoren deze planten tot hetzelfde genus (geslacht)?
En tot dezelfde soort?
Neushoorns in Afrika.
Zie figuur A 318 van de bijlage.
In Afrika komen twee soorten neushoorns voor: de Puntlipneushoorn (Diceros bicornis) en de Breedlipneushoorn (Ceratotherium simum). Beide diersoorten worden met uitsterven bedreigd. De neushoorns leven in geïsoleerde populaties en ze worden intensief bejaagd door stropers. Van de oorspronkelijk meer dan 65.000 Puntlipneushoorns bijvoorbeeld zijn er nu minder dan 2500 over. Op het kaartje in de afbeelding is aangegeven waar de Puntlipneushoorns vroeger voorkwamen en waar ze nu nog voorkomen.
Diersoorten die nauw aan elkaar verwant zijn, worden tot hetzelfde genus (ofwel geslacht) gerekend.
Behoren de genoemde neushoornsoorten tot hetzelfde genus? Geef een verklaring voor je antwoord op basis van de gegevens uit de tekst.
afbeelding
Senecio jacobaea.
Zie figuur B 6814 van de bijlage.
Tekst:
De rupsen van de St. Jacobsvlinder (Tyria jacobaeae), de zogenoemde zebrarupsen, zijn niet gevoelig voor de alkaloïden in Jacobskruiskruid. In een gebied waren op een bepaald moment bijna alle jacobskruiskruidplanten door zebrarupsen kaal gevreten. Er waren geen bloeiende planten meer aanwezig. Hier en daar stonden kleine groepjes planten die aan de vraat door zebrarupsen waren ontkomen. Deze planten zaten allemaal vol met bladluizen van de soort Aphis jacobaeae. Deze bladluizen leven van plantensappen. Ze staan onder bescherming van mieren die de bladluizen verdedigen tegen allerlei belagers. Ook zebrarupsen die door onderzoekers op de plant geplaatst werden, werden heftig aangevallen door de mieren als ze probeerden in de plant te klimmen.
Planten zonder bladluizen worden niet of nauwelijks door mieren bezocht. De mieren leven van de suikers die de bladluizen afscheiden.
Behoren Tyria jacobaeae en Aphis jacobaeae tot hetzelfde genus (geslacht)?
En tot dezelfde soort? Leg de beide antwoorden uit.
afbeelding
Korstmossen.
De term 'soort' voor een korstmos is strikt genomen niet van toepassing.
Leg uit dat de term soort hier niet van toepassing is.
Sluipwesp dringt mierennest binnen door chemische oorlogvoering.
Zie figuur B 6815 van de bijlage.
Tekst:
Sommige vlindersoorten vertonen een wonderlijke relatie met een mierensoort. Het zeldzame Kruisbladblauwtje (Maculinea rebeli) dat voorkomt in de Europese berggebieden, vertoont zogeheten myrmecofilie: mierenliefde. Als de rupsen van de vlinder uit de eitjes komen, doen ze zich eerst tegoed aan de bloemen en vruchten van de kruisbladgentiaan. Na een paar weken laten de rupsen zich naar beneden vallen. Daarna worden ze meegenomen door knoopmieren, die de rupsen op grond van de chemische samenstelling van de huid menen te herkennen als koloniegenoten. De mieren halen daarmee een veeleisend 'koekoeksjong' in huis, want de rupsen, die lijken op een forse uitvoering van de larven van de mier, zijn flinke eters die veel aandacht vragen van de werksters. Bovendien krijgen de rupsen ook bescherming. Indringers worden te vuur en te zwaard bevochten. Vrouwtjes van een sluipwesp (Ichneumon eumerus) leggen hun eieren in de rupsen van deze vlinder. Bij het binnendringen van het nest, verspreidt de sluipwesp een chemische cocktail die de mieren in totale verwarring brengt. Allereerst worden de mieren door deze stoffen aangetrokken, vervolgens worden ze tot een soort razernij opgezweept, en daarna maken stoffen uit het mengsel dat ze elkaar niet meer als nestgenoten herkennen en hun agressie op elkaar botvieren. Tijdens het vechten brengen ze de chemische verbindingen op elkaar over, zodat een kettingreactie van onderlinge strijd ontstaat. De sluipwesp kan nu redelijk ongestoord naar de broedkamers van het nest van de mieren gaan en haar eieren in de rupsen van het blauwtje leggen die zich vervolgens tegoed gaan doen aan mierenbroed.
bewerkt naar: Rik Nijland, 'Sluipwesp dringt mierennest binnen door chemische oorlogvoering', de Volkskrant, 1 juni 2002
Het Kruisbladblauwtje (Maculinea rebeli) is nauw verwant aan het in Nederland levende Gentiaanblauwtje (Maculinea alcon). Het overeenkomstige deel Maculinea in beide namen laat dit zien.
Hoe heet dit overeenkomstige deel?
afbeelding
Aalscholvers.
Bij vertegenwoordigers van de familie van de aalscholvers (Phalacrocoracidae) komen diverse verschijningsvormen voor. De aalscholvers van het noordelijk halfrond zijn over het algemeen zwart. De aalscholvers van het zuidelijk halfrond hebben tijdens het broedseizoen lichte vlekken. In het totaal zijn er 29 soorten aalscholvers. De aalscholvers die in Nederland voorkomen, worden in drie groepen ingedeeld. Deze drie groepen worden met hun wetenschappelijke naam als volgt aangeduid:
- Phalacrocorax carbo var. carbo,
- Phalacrocorax carbo var. sinensis,
- Phalacrocorax aristotelis.
De afkorting var. betekent variëteit.
Behoren deze drie groepen tot verschillende soorten?
Noem de soort of de soorten.
Bezeten bamboeratten vreten Myanmar kaal.
In andere delen van Azië doet zich de soortgelijke bamboedood Thingtam voor als de bamboe Bambusa tulda in bloei komt en vruchten gaat vormen.
Blijkt hierdoor dat er verwantschap op populatie-, geslachts- of soortniveau tussen Bambusa tulda en genoemde Melocanna baccifera is?
Zo ja, welke?
Suikerriet wereldwijd.
Zie figuur B 5198 van de bijlage.
Om de suikerrietkever te bestrijden werd de reuzenpad (Bufo marinus) uitgezet. In Zuid-Amerika eet dit dier voornamelijk rietsuikerkevers.
Het uitzetten van de pad in Australië bleek een enorme ecologische ramp te zijn. In plaats van de rietsuikerkevers te eten, schakelde de pad over op inheemse insecten, kikkers en kleine vogels. Slangen en krokodillen legden het loodje na het eten van de zeer giftige pad. De pad is nauwelijks te bestrijden en verspreidt zich steeds verder over het land. Ecologen houden de ontwikkelingen van de groeiende paddenpopulatie en de gevolgen nauwkeurig bij.
De onderzoekers ontdekten dat in gebieden waar de pad voorkomt de Australische zwarte slang een kleinere bek heeft dan in gebieden waar de pad (nog) niet voorkomt. De reuzenpad is te groot voor de kleingebekte slangen.
Hoe kunnen de onderzoekers testen of de slangen met een kleine bek tot een andere soort behoren dan de slangen met een grote bek?
afbeelding
Slimme vogels gebruiken werktuigen.
Zie figuur B 6831 van de bijlage.
Een steen kun je als werktuig gebruiken. Zanglijsters (Turdus philomelos) zijn dol op huisjesslakken. Ze zijn niet sterk genoeg om het slakkenhuis met de snavel open te breken. De lijster pakt met de snavel een slak bij de rand van de opening van het huis en mept daarmee net zo lang op een steen tot het huis breekt.
Deze aambeeldtechniek wordt niet waargenomen bij merels (Turdus merula), alhoewel zanglijsters en merels regelmatig in elkaars nabijheid worden waargenomen.
bewerkt naar: de Gelderlander, 7 januari 1998
De koperwiek behoort tot hetzelfde genus (geslacht) als de zanglijster, maar het zijn verschillende soorten.
Welke van de volgende namen is, gelet op de inleiding, de wetenschappelijke naam van de koperwiek?
afbeelding
Broedende vogels.
In Noord-Holland bevindt zich de ruïne Nuwendoorn. De in 1960 teruggevonden resten van deze oude burcht uit de tijd van Floris V bestaan uit de contouren van een kasteel, een slotgracht en een waterput. In de jaren tachtig is er een heemtuin aangelegd. Een heemtuin is een tuin waarin wilde planten uit de omgeving zijn samengebracht. Het gebied is ongeveer 1 ha groot.
In de periode maart-juni 1997 werd het gebied door Mary Markx geïnventariseerd op de aanwezigheid van populaties broedvogels. De inventarisatie werd uitgevoerd door het aantal zingende vogels van elke soort te bepalen.
Dit aantal is een maat voor het aantal nesten.
In de tabel hieronder staan de resultaten van de inventarisatie.
afbeelding
Tot hoeveel vogelgeslachten (genera) behoren deze populaties?
-
Nachtzwaluwen.
In Nederland komen naast de Nachtzwaluw (Caprimulgus europaeus), die overigens geen echte zwaluw is maar meer verwant is aan de spechten, ook de Gierzwaluw (Apus apus), de Boerenzwaluw (Hirundo rustica), de Huiszwaluw (Delichon urbica) en de Oeverzwaluw (Riparia riparia) als broedvogel voor.
Tot hoeveel genera (geslachten) worden deze vijf in Nederland broedende vogelsoorten gerekend? Leg je antwoord uit.
Ebolavirus.
In 1976 werd de wereld opgeschrikt door een aantal infecties met het Ebolavirus in Zaïre. Dit virus is voor mensen zeer besmettelijk en veroorzaakt in korte tijd de dood doordat er hoge koorts met inwendige bloedingen optreedt. Tegen de ziekte bestaan geen geneesmiddelen. Het virus wordt verspreid via bloed, urine en uitwerpselen. Waar het virus vandaan komt, is onbekend. Verondersteld wordt dat het virus voorkomt bij een in het wild levende diersoort. Het kan zich dan vanuit de geïnfecteerde dieren verspreiden. Men noemt zo'n wilde diersoort het virus-reservoir.
Virussen worden niet in een van de vier rijken van organismen ondergebracht.
Noem een kenmerk van virussen waarom ze niet in een van de vier rijken worden ondergebracht.
Zaden.
Zie figuur B 2407 van de bijlage.
Zaden spelen een belangrijke rol als voedselbron voor de mens, doordat in zaden reservestoffen zijn opgeslagen in het endosperm of in de zaadlobben.
afbeelding
Soorten worden samengevoegd in een genus (geslacht), genera (geslachten) in een familie, families in een orde, orden in een klasse. Bij ieder van deze groepen horen kenmerken.
Is op grond van de informatie in de tabel de plaats waar de reservestoffen worden opgeslagen een kenmerk voor de soort, het genus, de familie of de klasse?
-
afbeelding
Siervruchten.
Zie figuur B 5807 van de bijlage.
In de herfst kun je langs de weg en in etalages grote siervruchten zien liggen: pompoenen (Cucurbita maxima), courgettes (Cucurbita pepo), kalebassen (Cucurbita lagenaria) en Turkse mutsen (Cucurbita maxima). Alle vier groeien deze vruchten onder aan de plant op de grond.
- Tot hoeveel soorten behoren de vier planten met deze vruchten? Leg je antwoord uit.
- En tot hoeveel genera (geslachten)? Leg je antwoord uit.
afbeelding