Oefentoets Biologie: Genetica - bloedgroepen | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Ontdek de digitale toets over bloedgroepen en fenotypen, gericht op studenten biologie, waarin kansberekeningen en genotypen van ouders en kinderen worden behandeld. Deze toets biedt inzicht in de erfelijkheid van bloedgroepen en de resusfactor, essentieel voor een diepgaand begrip van genetica. - 31 vragen

Aantal vragen

31

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bloedgroepen en fenotypen bij ouders

Fenotype.

Twee ouders, die beide bloedgroep A hebben, krijgen kinderen met twee verschillende bloedgroepen.

De fenotype verhouding tussen deze twee bloedgroepen is

Kans op bloedgroep O bij kinderen

Bloedgroepen.

De drie allelen die bij de mens de bloedgroepen van het ABO-systeem bepalen zijn IA , IB en i. Individuen met het genotype IA IB hebben bloedgroep AB; homozygoot recessieve individuen hebben bloedgroep O.

Als een man met bloedgroep A en een vrouw met bloedgroep B een kind hebben met bloedgroep O, hoe groot is dan de kans dat een tweede kind eveneens bloedgroep O zal hebben?

Kans op bloedgroep en resusfactor

Bloedgroepen.

De drie allelen die bij de mens de bloedgroepen van het ABO-systeem bepalen, zijn IA , IB en i.
Individuen met het genotype IA IB hebben bloedgroep AB; homozygoot recessieve individuen hebben bloedgroep O. Resuspositieve mensen hebben het genotype RR of Rr; resusnegatieve mensen hebben het genotype rr.
De ABO-bloedgroep en de resus-bloedgroep erven niet-gekoppeld over.

Een man met het genotype IA i Rr heeft een vrouw met het genotype IB i rr.

Hoe groot is de kans dat hun eerste kind bloedgroep A zal hebben èn resuspositief zal zijn?

Bloedgroepen en genotypen

Bloedgroepen.

De drie allelen die bij de mens de bloedgroepen van het ABO-systeem bepalen, zijn IA , IB en i.
Individuen met het genotype IA IB hebben bloedgroep AB; homozygoot recessieve individuen hebben bloedgroep O.

Een man met bloedgroep A en een vrouw met bloedgroep B hebben een kind met bloedgroep O.

Zijn deze ouders homozygoot of heterozygoot met betrekking tot de bloedgroep?

Bloedgroepen en genotypen van ouders

Bloedgroepen.
Zie figuur B 107 van de bijlage.

De drie allelen die bij de mens de bloedgroepen van het ABO-systeem bepalen, zijn IA , IB en i.
Individuen met het genotype IA IB hebben bloedgroep AB; homozygoot recessieve individuen hebben bloedgroep O.
Resus-positieve mensen hebben het genotype RR of Rr; resusnegatieve mensen hebben het genotype rr.
De ABO-bloedgroep en de resus-bloedgroep erven niet-gekoppeld over.

Van welke ouderparen kan met zekerheid het genotype worden vastgesteld?

afbeeldingafbeelding

Bloedgroepen en mogelijke ouderschappen

Bloedgroepen en overerving.

De drie allelen die bij de mens de bloedgroepen van het ABO-systeem bepalen, zijn IA , IB en i.
Individuen met het genotype IA IB hebben bloedgroep AB; homozygoot recessieve individuen hebben bloedgroep O.

Een moeder met bloedgroep A heeft een kind met bloedgroep A. De bloedgroep van de vader is onbekend.

Welke bloedgroep kan de vader van dit kind hebben?

Mogelijke genotypes van de grootmoeder

Bloedgroepen.
Zie figuur B 117 van de bijlage.

De drie allelen die bij de mens de bloedgroepen van het ABO-systeem bepalen, zijn IA , IB en i.
Individuen met het genotype IA IB hebben bloedgroep AB; homozygoot recessieve individuen hebben bloedgroep O.

In de stamboom zijn de bloedgroepen van enige personen aangegeven. De bloedgroep van de grootmoeder van moeders zijde (1) is niet bekend.

Welk genotype kan de grootmoeder van moeders zijde hebben?

afbeeldingafbeelding

Kans op bloedgroep en resusstatus

Bloedgroepen.
Zie figuur B 2388 van de bijlage.

De drie allelen die bij de mens de bloedgroepen van het ABO-systeem bepalen, zijn IA , IB en i.
Individuen met het genotype IA IB hebben bloedgroep AB; homozygoot recessieve individuen hebben bloedgroep O.
De allelen D en d bepalen de resus-bloedgroep. Mensen met een allel D zijn resuspositief, mensen met het genotype dd zijn resusnegatief. De allelen voor de ABO-bloedgroepen en die voor de resus-bloedgroepen zijn niet gekoppeld.
In de stamboom van de afbeelding zijn van een aantal personen de ABO-bloedgroepen en de resus-bloedgroepen aangegeven.

Hoe groot is de kans dat persoon 6 bloedgroep AB heeft Šn resuspositief is?

afbeeldingafbeelding

Meiose en Crossing-over in Menselijke Organen

1/5 Bloedgroepen.
Zie figuur C 181 van de bijlage.

Koppeling tussen genen kan worden doorbroken door crossing-over.

Noem de organen van de mens waarin bij de meiose crossing-over plaatsvindt.

afbeeldingafbeelding

Recombinatie tijdens meiose

2/5 Bloedgroepen.

In welk of in welke van de stadia van de meiose vindt recombinatie plaats?

Bloedgroepen en genetische afwijkingen

3/5 Bloedgroepen.
Zie figuur B 2419 en figuur B 2338 van de bijlage.

In een familie, waarvan de stamboom in de afbeelding is weergegeven, komt een afwijking voor die wordt veroorzaakt door het dominante gen G. Het gen voor de ABO-bloedgroepen en het gen voor deze afwijking zijn gekoppeld. Er wordt van uitgegaan dat er geen mutaties optreden.
De bloedgroepen van het ABO-systeem komen tot stand door de allelen IA , IB en i. Er zijn vier fenotypen te weten de bloedgroepen A, B, AB en O. Bloedgroep A heeft als genotype IA IA of IA i; bloedgroep B heeft als genotype IB IB of IB i; bloedgroep AB heeft als genotype IA IB en bloedgroep O heeft als genotype ii.

Neem de opzet voor een tabel uit figuur B 2338 over op je antwoordblad.
Vul alle mogelijke fenotypen van persoon III-4 in met betrekking tot de combinaties van bloedgroepen en de desbetreffende afwijking.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Genotypebepaling van Bloedgroepen

4/5 Bloedgroepen.
Zie figuur B 2420 van de bijlage.

Een chromosomenpaar kan worden weergegeven als twee streepjes. De ligging van een allel kan worden aangegeven door het plaatsen van het symbool voor het allel op het streepje dat het chromosoom voorstelt. In de afbeelding is een voorbeeld van een dergelijke notatie getekend voor de allelen IA en IB van bloedgroep AB:

Noteer op deze wijze het genotype van persoon I-2 met betrekking tot de bloedgroep en deze afwijking.

afbeeldingafbeelding

Bloedgroepen en Allelfrequenties Berekenen

5/5 Bloedgroepen.

Behalve de ABO-bloedgroepen zijn er bij de mens ook andere bloedgroepensystemen. De MN-bloedgroepen komen tot stand door de allelen LM en IN . Een groep van 208 bedoeïenen in de woestijn van Syrië werd getest op de aanwezigheid van de M en N antigenen. Bloedgroep M (LM LN ) werd gevonden bij 119 mensen, MN (LM LN ) bij 76 mensen en N (LN LN ) bij 13 mensen.

Bereken de allelfrequentie voor LM en voor LN.

Bloedgroepen en erfelijkheid

1/2 Bloedgroepen.

85% van de Nederlandse bevolking heeft de bloedgroepfactor resus D(+), de rest is resus D (-). Resus D(+) is dominant.

- een kruising: resus D(-) x resus D(+).

Welke geno- en fenotypen kunnen de kinderen hebben?

Bloedgroepen en Resusfactor Berekeningen

2/2 Bloedgroepen.

Deze bloedgroepfactor komt altijd voor in combinatie met de bloedgroepen A, B, AB of O. Laatstgenoemde bloedgroepen komen in de volgende percentages voor:

bloedgroep A: 42%,
B: 9%,
AB: 3%,
O: 46%.

Bereken de percentages waarin de bloedgroepen A, B, AB en O voorkomen in combinatie met de resusfactor.

Overerving van bloedgroepen en afwijkingen

1/3 Bloedgroepen.
Zie figuur B 1636 van de bijlage.

In de afbeelding is voor een bepaalde familie de overerving van de bloedgroepen in het ABO-systeem in een stamboom weergegeven. Ook geeft de afbeelding voor deze familie de overerving weer van een afwijking die wordt veroorzaakt door een dominant allel N.
Het ABO-systeem wordt bepaald door de allelen IA , IB en i. Er zijn de volgende fenotypen en genotypen:

- bloedgroep A met genotype IA IA of IA i; bloedgroep B met genotype IB IB of IB i;
- bloedgroep AB met genotype IA IB ; bloedgroep O met genotype ii.

Het vermoeden bestaat dat het gen voor de ABO-bloedgroepen en het gen voor de afwijking gekoppeld zijn.
Mutaties worden uitgesloten.

Noem één gegeven in deze stamboom waarop dit vermoeden is gebaseerd.

afbeeldingafbeelding

Genotype en koppeling van bloedgroepen

2/3 Bloedgroepen.

Het gen voor de ABO-bloedgroep en het gen voor deze afwijking zijn inderdaad gekoppeld.

Geef het genotype van persoon I-2. Gebruik een notatie die laat zien hoe de betrokken genen over de chromosomen zijn verdeeld.

afbeeldingafbeelding

Genotype en Crossing-over in Bloedgroepen

3/3 Bloedgroepen.

Er zijn personen in de stamboom van wie het genotype is ontstaan door crossing-over tussen de genoemde genen.

Welke personen in deze stamboom hebben een genotype dat zeer waarschijnlijk is ontstaan als gevolg van crossing-over tussen de genoemde genen?

afbeeldingafbeelding

Genotypebepaling in een stamboom

1/2 Een stamboom.
Zie figuur B 1492 van de bijlage.

Bij de mens bevindt zich in elk chromosoom van paar nummer 9 een gen voor het ABO-bloedgroepensysteem.
De bloedgroepen van het ABO-systeem worden bepaald door de allelen IA , IB en i. In een chromosoom nummer 9 kan zich eveneens een dominant allel E bevinden, dat een bepaalde afwijking veroorzaakt.
De afgebeelde stamboom geeft de fenotypen van leden van een familie met betrekking tot deze eigenschappen.

Wat is het genotype van vrouw 1?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Genotype en Crossing-over in Stamboom

2/2 Een stamboom.

Bij welke van de aangegeven personen is aan het ontstaan van het genotype crossing-over bij een van de ouders voorafgegaan?

afbeeldingafbeelding

Kansberekening van Rh-factor bij kinderen

Resusfactoren.

De meeste mensen hebben het resusantigeen op het oppervlak van hun cellen, maar sommige zijn Rh-negatief.
Een Rh-negatieve vrouw trouwt met een heterozygote Rh-positieve man. Ze hebben drie kinderen.

Wat is de kans dat alle drie de kinderen Rh-positief zullen zijn?
Die kans is .

Bloedgroepen en erfelijkheid

Bloedgroepen.

Barbie en Ken krijgen hun eerste kind. Barbie heeft bloedgroep A, maar Ken weet zijn bloedgroep niet. Hij weet wel dat zijn vader en moeder allebei bloedgroep B hebben.
Hun eerste kind, een jongen, noemen zij Skip. Hij heeft bloedgroep O.
Barbie en Ken begrijpen dat niet.

Wat is de juiste verklaring?

Genotypes in een Familie Analyseren

Drie eigenschappen in een familie.
Zie figuur B 5449 van de bijlage.

Een familie bestaat uit Frans en José en hun drie kinderen Ton, Debbie en Fineke.
Ton heeft bloedgroep A en is kleurenblind. Debbie heeft bloedgroep B en Fineke bloedgroep O.
Van de kinderen heeft alleen Ton blauwe ogen. Frans heeft blauwe ogen en bloedgroep B.
Geen van de ouders is kleurenblind.

Ga voor ieder familielid na welk genotype er bij past.
Let op: het kan mogelijk zijn dat bij een familielid meer dan één genotype past. Vul de lijst hieronder in door achter elk familielid de juiste hoofdletter(s) uit de genotypenlijst te zetten.
Frans: [invulveld]
José: [invulveld]
Ton: [invulveld]
Debbie: [invulveld]
Fineke: [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Bloedgroepen en adoptie in een gezin

3/3 Hemofilie.
Zie figuur B 5455 van de bijlage.

Eén van de kinderen uit het gezin van 7 x 8 is geadopteerd. Moeder 7 heeft bloedgroep AB, de vier kinderen in dat gezin hebben de volgende bloedgroepen:

kind 3: AB
kind 4: O
kind 5: A
kind 6: B.

Welk kind is geadopteerd of is dat zo niet te achterhalen?
Dat is .

afbeeldingafbeelding

Kans op compatibele bloedgroep bij transfusie

Bloedgroep.

Een arts en zijn vrouw zijn na een hevige storm met hun boot op een onbewoond eiland gestrand.
De vrouw is zwaar gewond en de kans is groot dat zij door bloedverlies zal komen te overlijden.
De arts heeft wel genoeg apparatuur in de boot voor een eventuele bloedtransfusie. Helaas heeft hij niets bij zich waarmee hij hun bloedgroepen kan bepalen. Een bloedtransfusie lijkt de enige kans.
Hij weet niets over de ABO-bloedgroep van zijn vrouw. Hij weet wel dat eventuele ABO-antistoffen in het bloed van de donor zelden problemen geven bij een bloedtransfusie; dus daar wil hij geen rekening mee houden.
Stel, dat de allelen i, IA en IB even vaak voorkomen in de populatie.

Hoe groot is dan de kans dat de arts zijn vrouw met zijn eigen bloed kan redden als hij zelf bloedgroep A heeft? Je mag ervan uit gaan dat hij dan zelf nog voldoende bloed overhoudt om niet te sterven.
Bereken de kans in een geheel percentage.

Kans op dezelfde bloedgroep bij broers en zussen

Bloedgroep.

Een jongen heeft bloedgroep O, zijn moeder heeft bloedgroep A en zijn vader heeft bloedgroep B.

Wat is de kans dat de broer en de zuster dezelfde bloedgroep hebben?
Die kans is .

Kans op bloedgroep bij kleinkinderen

ABO-bloedgroepsysteem.

De allelen van het ABO-systeem zijn IA , IB en i. Individuen met het genotype IA IB hebben bloedgroep AB. Individuen met het genotype ii hebben bloedgroep O.
Twee grootmoeders behoren elk tot bloedgroep O en de beide grootvaders behoren elk tot bloedgroep AB.

Hoe groot is de kans dat hun kleinkind bloedgroep B zal hebben?
Die kans is .

Vaderschapstest en bloedgroepanalyse

Vaderschapstest.

In een betwiste vaderschapszaak werden de volgende bloedgroepen bepaald:

moeder: bloedgroep AB
baby: bloedgroep A
meneer Happy: bloedgroep O
meneer Go-Lucky: bloedgroep AB

Welke combinatie van de volgende beweringen is juist?

1. Het genotype van de baby is IA IA of IA i;
2. Meneer Happy kan de vader zijn;
3. Meneer Go-Lucky kan niet de vader zijn;
4. Geen van beide heren kan de vader zijn;
5. Beide heren kunnen de vader zijn.

ABO-bloedgroepen en erfelijkheid

ABO-bloedgroepen.

Een man met bloedgroep A heeft twee zoons. Het bloedplasma van de ene zoon klontert met de rode bloedcellen van zijn vader. Het bloedplasma van de andere zoon klontert daar echter niet mee.

Welk van onderstaande uitspraken is niet juist?

Genotypebepaling van bloedgroepen

ABO-bloedgroepen.

De allelen IA en IB , die zich bevinden op chromosoom nr. 9, zorgen voor de bloedgroepen A en B.
Bloedgroep O ontstaat wanneer deze twee allelen er niet zijn of wanneer ze niet tot expressie komen. Ze komen namelijk alleen tot expressie als op chromosoom nr.19 één of twee allelen H aanwezig zijn. Het recessieve allel op deze plaats heet h.
Tys heeft bloedgroep AB. Zijn zus Pia heeft bloedgroep A en hun vader bloedgroep O.

Wat is het genotype van de moeder en de vader van Tys en Pia?

Bloedgroepen en vaderschap van kinderen

Bloedgroepen.

afbeeldingafbeelding
De vrouw uit de tabel heeft drie kinderen. De jongen uit de tabel is haar oudste kind uit haar eerste huwelijk. Na de geboorte van deze jongen is zij hertrouwd met een van de mannen uit de tabel. Haar tweede en derde kind hebben direct na de geboorte een wisseltransfusie nodig gehad, omdat zij verschijnselen vertoonden van antistof-antigeenreacties. De vrouw heeft nooit antistoffen toegediend gekregen.
Er wordt van uitgegaan dat geen mutatie en crossing-over heeft plaatsgevonden.

Welke van de in de tabel genoemde mannen kan vader van zowel het tweede als van het derde kind zijn?