Oefentoets Biologie: Biotechnologie | HAVO 4/HAVO 5 | variant 5

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Biotechnologie

1/6 Nieuwe suikerbiet maakt light-zoetstof.

Tekst:
Onderzoekers van het plantenveredelinginstituut CPRO in Wageningen hebben een suikerbiet ontwikkeld die in plaats van sacharose, de caloriearme zoetstof fructaan produceert.

Niet-genetisch gemodificeerde suikerbieten slaan alleen sacharose op. De nieuwe biet is ontstaan door erfelijk materiaal uit de aardpeer over te brengen in de suikerbiet. Fructaan ontstaat in de biet doordat sacharose, onder invloed van het ingebrachte aardpeergen, wordt omgezet in fructaan. De nieuwe bieten groeien net zo snel als de niet-genetisch gemodificeerde suikerbieten. Gunstig is ook dat ze te verwerken zijn in de traditionele suikerfabrieken.
Volgens het CPRO is het de eerste keer dat genetische modificatie leidt tot een nieuw gewas dat de gezondheid bevordert. Tot nu toe werd deze techniek vooral gebruikt om bestaande gewassen beter bestand te maken tegen ziekten en plagen.

Fructaan bestaat uit een keten van fructosemoleculen. Het wordt onder meer gebruikt in light-producten en als voedingssupplement voor een betere darmwerking. Het wordt niet verteerd en niet opgenomen en het veroorzaakt ook geen cariës (tandbederf). Het CPRO verwacht dat de productie ervan in gemodificeerde suikerbieten veel goedkoper kan verlopen dan met de tot nu toe gebruikte methode.

Voorlopig is het nog niet zo ver. Er is nu een 'prototype' van de fructaanbiet ontwikkeld. Er zijn nog geen plannen voor commercialisering. Komt het toch zover, dan zal het volgens het CPRO minstens vijf jaar duren voordat het zaad te koop is.

bewerkt naar: De Volkskrant, 3 juni 1998

Zie volgende scherm

extendedTextInteraction

2/6 Nieuwe suikerbiet maakt light-zoetstof.

Fructaan wordt een 'caloriearme' zoetstof genoemd in vergelijking met sacharose.

Verklaar waarom een niet verteerbare stof als fructaan, biologisch gezien, 'caloriearm' wordt genoemd.

Biotechnologie

3/6 Nieuwe suikerbiet maakt light-zoetstof.

De wetenschappelijke naam van de suikerbiet is Beta vulgaris, die van de aardpeer Helianthus tuberosus. Het 'nieuwe gewas' is door genetische modificatie tot stand gekomen. Het is niet mogelijk dit 'nieuwe gewas' door klassieke veredeling te laten ontstaan.

Leg dit uit.

Biotechnologie

4/6 Nieuwe suikerbiet maakt light-zoetstof.

Dat fructaan geen cariës veroorzaakt en ook niet wordt verteerd, is te herleiden tot dezelfde oorzaak. Zowel de mens als de cariësbacterie blijken een bepaalde stof (P), die voor de omzetting van fructaan nodig is, niet te kunnen maken.

Tot welke groep stoffen behoort stof P?

[invulveld]

Biotechnologie

5/6 Nieuwe suikerbiet maakt light-zoetstof.

De nieuwe suikerbiet is ontstaan door genetische modificatie. In de tekst staat dat deze techniek tot nu toe vooral gebruikt werd om bestaande gewassen beter bestand te maken tegen ziekten en plagen. Bij genetische modificatie wordt een gen ingebracht. Twee mogelijke verklaringen voor de resistentie tegen een bepaalde plaag zijn:

1. het gen is giftig,
2. het gen bevat de code voor een enzym dat de vorming van een gifstof katalyseert (versnelt).

Welke verklaring kan of welke verklaringen kunnen juist zijn?

Biotechnologie

6/6 Nieuwe suikerbiet maakt light-zoetstof.

In de tekst staat: "Volgens het CPRO is het de eerste keer dat genetische modificatie leidt tot een nieuw gewas dat de gezondheid bevordert".
Een voedingsdeskundige is van mening dat de bewering dat de gezondheid van een persoon door gebruik van dit middel wordt bevorderd, op zijn minst twijfelachtig is.

Geef twee argumenten die juist een voedingsdeskundige kan gebruiken om deze bewering in twijfel te trekken.

Biotechnologie

1/3 Vraatzuchtige rups van een mooie nachtvlinder.
Zie figuur B 4526 van de bijlage.

In het westen van China ligt de provincie Xinjiang (zie de afbeelding B 4526) een gebied met veel akkerbouw.
In Xinjiang wordt niet alleen op grote schaal katoen, Gossypium arboreum, verbouwd, maar ook maïs, pinda, soja en groenten. Al deze gewassen hebben last van parasieten. Tot voor kort werden deze met gif bestreden. Het gebruik daarvan is drastisch teruggedrongen door de introductie van drie miljoen genetisch gemodificeerde katoenplanten in dit gebied.
De nakomelingen van deze planten produceren zelf het gif van de bacterie Bacillus thuringiensis (Bt). Dit gif werkt als insecticide tegen de vraatzuchtige rups van Helicoverpa armigera.
Door afname van de populaties rupsen, bij gebruik van de genetisch gemodificeerde katoenplanten, worden ook maïs, pinda, soja en groenten tegen deze rups beschermd.
Door de genetische modificatie zijn de hiermee verkregen katoenplanten het gif gaan produceren dat in de natuur door Bacillus thuringiensis wordt gemaakt.

Uit welke drie stappen bestaat het proces dat een plantenveredelaar heeft uitgevoerd voor het verkrijgen van een katoenplant die dit gif produceert?

Milieugroepen waarschuwen regelmatig voor het gevaar dat dit type genetische modificatie leidt tot wilde planten die dit gif ook gaan produceren.

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

2/3 Vraatzuchtige rups van een mooie nachtvlinder.
Zie figuur B 4526 van de bijlage.

Leg uit waardoor het niet zo waarschijnlijk is dat door het verbouwen van de gemodificeerde katoen, bij de wilde bamboe (Phyllostachys aurea) de erfelijke eigenschap ontstaat om het Bt-gif te maken.

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

3/3 Vraatzuchtige rups van een mooie nachtvlinder.
Zie figuur B 4526 van de bijlage.

De eerste introductie van het genetisch gemodificeerde katoen, dat resistent was tegen de parasieten, liep in Australië uit op een commerciële ramp. De opbrengsten waren veel lager dan voorspeld. Later leidde de succesvolle introductie van een ander resistent type ertoe dat in 2008 tachtig procent van de Australische katoen genetisch gemodificeerd was. Het telen van de oorspronkelijke, niet genetisch gemodificeerde katoenplant zal mogelijk worden verboden.

Wat is het voordeel voor het milieu als de populatie oorspronkelijke katoenplanten vervangen wordt door dit tweede type genetisch gemodificeerde katoenplanten?

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

1/5 Crime Scene Investigation.

Daders van een misdaad traceren en moorden oplossen met één huidschilfer.

Kan dat alleen in CSI-afleveringen op tv of kan het ook in het echt?

Soms is het voor de politie heel moeilijk om met traditioneel sporenonderzoek een verdachte op te sporen. Tegenwoordig kan zij, na toestemming van het Openbaar Ministerie, in een laboratorium een DNA-analyse laten uitvoeren. Dit levert dan een mogelijk waardevolle aanvulling op het traditionele onderzoek op. Op basis van sporen zoals een klein stukje huid, een haarwortel, een druppeltje bloed of sperma, kun je een DNA-profiel maken. Dit DNA-profiel is voor vrijwel ieder mens uniek en kan de sleutel tot de oplossing van een misdrijf zijn. Het maken van zo'n DNA-profiel is een vorm van forensisch of gerechtelijk onderzoek.

Een analist onderzoekt een druppeltje bloed voor het maken van een DNA-profiel aan de hand van chromosomaal DNA.

Welk deel van het bloed kun je hiervoor gebruiken?

Biotechnologie

2/5 Crime Scene Investigation.
Zie figuur B 4529 van de bijlage.

Een DNA-profiel is voor vrijwel ieder mens uniek. In de afbeelding zie je een manier waarop DNA-profielen kunnen worden weergegeven.

Op welk organisatieniveau vindt bovengenoemd forensisch onderzoek plaats?

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

3/5 Crime Scene Investigation.

Welk van de volgende verschillen zijn tussen twee willekeurige mensen het talrijkst?

Biotechnologie

4/5 Crime Scene Investigation.

Het maken van een DNA-profiel met behulp van alleen sporen die op de plaats van een geweldsmisdrijf gevonden zijn, is natuurlijk niet genoeg.

Welk DNA-profiel of welke DNA-profielen heeft men nog meer nodig?

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

5/5 Crime Scene Investigation.

Niet alleen bij het oplossen van geweldsmisdrijven kijken forensische onderzoekers naar DNA-profielen. Ook voor het aantonen van een familierelatie gebruiken ze deze profielen. Ze gebruiken hierbij soms DNA uit mitochondriën.
Mitochondriën worden alleen via de eicel naar een volgende generatie doorgegeven.

Welke relatie kan duidelijk worden door het gebruik van DNA uit de mitochondriën?

Biotechnologie

Dolly.
Zie figuur B 5117 van de bijlage.

Er was grote opwinding toen bekend werd gemaakt dat het schaap Dolly was gekloond met behulp van de kern uit een volwassen cel van haar "moeder", die was ingebracht in een kernloos gemaakte eicel. Er was ook grote opwinding toen bekend werd gemaakt dat genen die erfelijke ziekten kunnen veroorzaken bij de mens, waren gekloond.

Welke bewering over deze beide voorbeelden van klonen is juist?

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

Bier brouwen.

Lees de tekst hieronder.

afbeeldingafbeelding

Tot welk proces behoort bier brouwen?

Biotechnologie

Mensen kloneren.
Zie figuur B 5136 van de bijlage.

In 2003 beweerde de sekte van de Raelians een mens gekloneerd te hebben. Er zijn twee kloneringstechnieken.
Bij techniek 1 worden kernen uit lichaamscellen in kernloos gemaakte eicellen gebracht, waarna die cellen zich in een draagmoeder verder ontwikkelen.
Bij techniek 2 wordt een embryo in afzonderlijke cellen gesplitst, die ieder uitgroeien tot een individu.

Welke techniek levert de meeste embryo's op en heeft dus de grootste kans op succes?

afbeeldingafbeelding

Biotechnologie

Recombinant-DNA-techniek.

Welk van de onderstaande processen is een voorbeeld van de recombinant-DNA-techniek?

Biotechnologie

Recombinant-DNA-techniek.

Bij de recombinant-DNA-techniek bouwt men DNA van het ene levende wezen (de donor) in een ander levend wezen in (de ontvanger).

Welke van onderstaande uitspraken in verband met deze techniek zijn juist?

Biotechnologie

1/2 Onkruidbestrijding in de landbouw.

In de onkruidbestrijding bestaat een nieuwe techniek. Men heeft transgene planten ontwikkeld van bijvoorbeeld maïs en suikerbiet, waarin een speciaal gen is ingebouwd.
Door dit gen zijn deze planten resistent tegen een bepaald bestrijdingsmiddel. Dit bestrijdingsmiddel doodt het onkruid dat op de akker groeit, maar doodt de transgene planten niet.

Hoe worden transgene planten ook genoemd?