Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - Plantenanatomie | VWO 1/VWO 2/VWO 3 | variant 2

Ontdek de digitale toets over de specialisatie en differentiatie van cellen in planten, gericht op studenten biologie die meer willen leren over cambium, bastvaten en de groei van bomen. Deze toets biedt inzicht in de structuur en functie van plantencellen en jaarringen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Verschil tussen cambium- en bastvatencellen

Boomtak.

In een tak van een boom komen onder andere cambium en bastvaten voor.

Waardoor onderscheiden de cellen van het cambium zich van de cellen waaruit de bastvaten bestaan?

Specialisatie van cellen in plantenstengels

Specialisatie in een stengel.
Zie figuur B 2506 van de bijlage.

De tekening geeft schematisch een doorsnede weer van een plantenstengel. Over de specialisatie van cellen tijdens de diktegroei van deze stengel worden de volgende beweringen gedaan:

1. Nadat een cambiumcel zich gedeeld heeft, gaan beide dochtercellen zich specialiseren.
2. Specialisatie van cellen treedt op, zowel in richting P als in richting Q (zie tekening).

Is bewering 1 juist?
En bewering 2?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Specialisatie van cellen in zaadplanten

Gespecialiseerde cellen.

In groeiende zaadplanten zijn veel cellen in meer of mindere mate gespecialiseerd. Bij zaadplanten die een bepaalde vorm van diktegroei vertonen, gaan bepaalde gespecialiseerde cellen zich weer delen.

Welke van de volgende cellen in een zaadplant zijn het minst gespecialiseerd en kunnen zich weer gaan delen?

Jaarringen en houtvaten determineren

Jaarringen.
Zie figuur A 167 van de bijlage.

De afbeelding geeft een dwarsdoorsnede van een stuk hout weer. Houtvat P is in 1986 gevormd.

In welk jaargetijde en in welk jaar zijn de houtvaten op plaats Q gevormd?

afbeeldingafbeelding

Houtstructuur en houtvatenvorming

Dwarsdoorsnede van stukje hout.

De tekening stelt een dwarsdoorsnede van een stukje hout voor, gezien door een microscoop.
In de winter 1972-1973 bevond het cambium zich ter hoogte van P.

Wanneer zijn de houtvaten bij Q gevormd?

afbeeldingafbeelding

Diktegroei van een jonge wortel

Doorsnede van jonge wortel.
Zie figuur B 283 van de bijlage.

De tekening stelt schematisch een doorsnede van een jonge wortel voor.

Waar zal bij diktegroei nieuwe bast en waar nieuw hout worden afgezet?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Vergelijking van boomvaten in een doorsnede

Een boomdoorsnede.
Zie figuur B 256 van de bijlage.

De tekening stelt een deel van een dwarsdoorsnede van een boomstam voor.

Bevindt vat P zich dichter bij het centrum van de stam dan vat Q?
Is vat P ouder dan vat Q?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Hartje in boom: groei en verandering

Bast van een boom.
Zie figuur B 199 van de bijlage.

In 1980 is een hartje uit de bast van een boom gesneden (zie tekening). Gelukkig groeit de boom door.

Hoe zal het hartje in de boom er in 1990 waarschijnlijk hebben uitgezien?

afbeeldingafbeelding

Cambium en middelpunt in boomstam

Dwarsdoorsnede van een boomstam.
Zie figuur B 198 van de bijlage.

De tekening stelt een dwarsdoorsnede voor door een deel van een stam van een boom.

Aan welke kant, 1 of 2, bevindt zich het cambium?
Aan welke kant bevindt zich het middelpunt van de stam?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Doorsnedes van een boomstam en jaarringen

Doorsnedes van een boomstam.
Zie figuur A 66 van de bijlage.

In de tekeningen zijn drie verschillende manieren weergegeven, waarop van het 40 cm dikke hout van de stam van een boom een doorsnede gemaakt kan worden.

1. lengtedoorsnede door de as;
2. een lengtedoorsnede, evenwijdig aan de as, op een afstand van 10 cm van de as;
3. een dwarsdoorsnede, loodrecht op de as.

In welke doorsnede of in welke doorsneden zullen grenzen tussen opeenvolgende jaarringen te zien zijn?

afbeeldingafbeelding

Locatie van cambium in boomstam

Cambium in boomstam.
Zie figuur B 148 van de bijlage.

De tekening geeft een segment uit de stam van een boompje weer naar de toestand van de winter 1984/1985.

Op welk van de plaatsen P, Q, R of S bevond het cambium zich in de zomer van 1981?

afbeeldingafbeelding

Doorsnedes van een takje van een zaadplant

Doorsnedes door een plant.
Zie figuur C 40 van de bijlage.

De tekeningen geven schematisch een dwarsdoorsnede en een lengtedoorsnede van een takje van een zaadplant weer.

Wat geeft P aan?

afbeeldingafbeelding

Weefsels in de stam van een boom

Een boomstam.
Zie figuur B 128 van de bijlage.

De tekening geeft schematisch een deel van een dwarsdoorsnede van de stam van een enkele jaren oude boom weer. Het kurkcambium vormt naar buiten toe cellen die in de wanden steeds meer kurkstof afzetten. Als de wanden geheel verkurkt zijn, sterven de kurkcellen af.

Welk van de onderstaande weefsels ligt in deze stam het dichtst bij de binnenzijde van het kurkcambium?

afbeeldingafbeelding

Jaarringen en houtvaten van bomen

Een jaarring.
Zie figuur B 70 van de bijlage.

De tekening geeft schematisch een deel van een dwarsdoorsnede van een boompje met een volgroeide jaarring weer.

Zijn de houtvaten bij P ouder dan die bij Q?
Zijn de houtvaten bij P meestal nauwer dan die bij Q?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Celontwikkeling in stengel van zaadplant

Dwarsdoorsnede van deel van stengel.
Zie figuur B 1476 van de bijlage.

De afbeelding toont een dwarsdoorsnede van een gedeelte van een stengel van een zaadplant.
Enkele cellen zijn met cijfers aangegeven.

Welk van de aangegeven cellen zijn het laatst door deling ontstaan?

afbeeldingafbeelding

Groei van een boomtak in een seizoen

Groei van boomtak.
Zie figuur B 240 van de bijlage.

Gedurende een seizoen is onder andere het in de tekening aangegeven stuk van een boomtak als gevolg van lengte- en diktegroei ontstaan.

Zal dit stuk het volgende jaar in de lengte groeien?
En in de dikte?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Kurklaagjes van de Grove Den

Kurklaagjes.

In de buitenste laag (korst) van de stam van de Grove Den kunnen vele laagjes kurk worden aangetroffen.

Er worden telkens nieuwe laagjes kurk gevormd, omdat de oude kurklaagjes

Diepte van wortelharen en litteken

Wortelgroei.

Een bepaalde meerjarige plant heeft slechts één hoofdwortel, die recht naar beneden groeit. Op een bepaald moment bevinden zich hieraan de wortelharen op 25 cm diepte.
Op hetzelfde moment bevindt zich een litteken aan deze wortel op 5 cm diepte.
Een jaar later bevindt zich het aardoppervlak nog op dezelfde hoogte.

Op welke diepte bevinden zich na dit jaar de wortelharen?
En op welke diepte bevindt zich dan het litteken?

afbeeldingafbeelding

Differentiatie en specialisatie bij planten

Differentiatie en specialisatie bij planten.

I. Bij de vorming van wortels uit callusweefsel van planten, wordt de oorspronkelijke specialisatie en differentiatie omgezet in een andere.
II. Deze omzetting doet zich bij alle organismen van elk ontwikkelingsniveau voor.

Oorzaken van de groei van bomen

Boomstammen.
Zie figuur B 1102 van de bijlage.

De stam van de middelste boom op de afbeelding is dunner dan die van de beide andere bomen.

Wat kan de oorzaak of wat kunnen de oorzaken zijn?

afbeeldingafbeelding