Oefentoets Biologie: Celleer | VWO 5/VWO 6 | variant 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Celleer

Membranen.

Twee beweringen over membranen.

I. Een membraan is opgebouwd uit twee lagen vet met een laag eiwit ertussen (sandwich-model).
II. Carriers zorgen voor het passieve transport door de membranen.

Celleer

Eigenschappen celmembraan.

Twee beweringen over het celmembraan.

I. Het celmembraan is altijd semi-permeabel en laat dus geen zouten door.
II. Stippels zijn dunnere plaatsen in het celmembraan.

Celleer

Een celmembraan.
Zie figuur B 2621 van de bijlage.

In de afbeelding is een celmembraan schematisch getekend. Enkele delen zijn genummerd.

Welke van de genummerde delen geven eiwitten aan?

afbeeldingafbeelding

Celleer

Celmembranen.

Een onderzoeker wil celmembranen bestuderen. Voor het onderzoek is het gewenst dat alleen celmembranen of stukken van celmembranen worden verkregen zonder de rest van de cellen.
Hij gebruikt hiervoor rode bloedcellen die hij op één van de volgende manieren behandelt:

1. een half uur in een oplossing van eiwitverterende enzymen;
2. een half uur in een oplossing van vetverterende enzymen;
3. een half uur in een zeer sterke zoutoplossing;
4. een half uur in gedestilleerd water.

Na behandeling centrifugeert hij de oplossing, omdat hij de celmembranen wil scheiden van de rest van de oplossing.

Op welke manier verkrijgt hij de celmembranen die hij wenst?

Celleer

Foto celorganel.
Zie figuur A 4 van de bijlage.

Welk organel is afgebeeld?

afbeeldingafbeelding

Celleer

Ribosomen.

Ribosomen liggen

Celleer

Endoplasmatisch reticulum.

In welke cellen vind je het meeste endoplasmatisch reticulum?

Celleer

Ribosomen.

De ribosomen zijn de plaatsen waar

Celleer

Celorganellen.

Welke organellen zullen het eerst in hun functie geremd worden, wanneer cellen gebrek aan zuurstof krijgen?

Celleer

Celorganellen.

Indien in een cel het endoplasmatisch reticulum en de daaraan gekoppelde organellen worden geremd, zal een bepaald proces niet meer kunnen plaats vinden. Dit heeft tot gevolg dat de cel een overschot krijgt aan bepaalde stoffen.

Welk proces en welke stof(fen) wordt(en) bedoeld?
afbeeldingafbeelding

Celleer

Organellen in autotrofe organismen.

Komen in autotrofe organismen chloroplasten voor?
En mitochondriën?

Celleer

Mitochondriën.

Tussen de mitochondriën en het omringend cytoplasma vindt uitwisseling van stoffen plaats.
Enkele stoffen die in het cytoplasma voorkomen, zijn: O2 , CO2 en H2 O.

Welke van deze stoffen gaat (gaan) per tijdseenheid meer het mitochondrium in dan uit?

Celleer

Elektronenmicroscopische opname van organel.
Zie figuur A 4 van de bijlage.

De foto toont een elektronenmicroscopische opname van een organel (P).

Wat is de belangrijkste functie van dit organel?

afbeeldingafbeelding

Celleer

Organellen.

Organellen worden als volgt gedefinieerd: 'een organel is een levend deel van een cel met een bepaalde functie'.
Bij een plant komen voor:

1. celmembraan,
2. celwand,
3. vacuolevocht,
4. carriers.

Welke van deze onderdelen is volgens de bovenstaande definitie een organel?

Celleer

Mitochondriën.

Drie beweringen over mitochondriën bij de mens zijn:

1. Mitochondriën bezitten ATP-vormende enzymen.
2. Mitochondriën bezitten membranen.
3. Het aantal mitochondriën per cel is bij alle weefseltypen gelijk.

Welke beweringen zijn juist?

Celleer

Mitochondriën.

Mitochondriën bevatten enzymen voor de omzetting van

Celleer

Stofwisseling van rode en witte bloedcellen.

Rode bloedcellen van de mens bezitten, in tegenstelling tot witte bloedcellen, geen kern en geen mitochondriën.

Wat zal hiervan het gevolg zijn voor hun stofwisseling?

Celleer

Christae in organel.

Christae zijn plooien van de binnenmembraan in een organel.

De christae zijn te zien bij:

Celleer

Samenwerking organellen.

Welke zin is juist?

Celleer

Organellen.
Zie figuur B 1265 van de bijlage.

In de afbeelding is een elektronenmicroscopische foto weergegeven van een deel van een cel van een dier. Met P wordt een bepaald type organel aangegeven.
Over het type organel dat met P is aangegeven, worden drie beweringen gedaan:

1. Dit type organel komt niet voor bij planten met bladgroen.
2. Dit type organel komt bij dieren alleen voor in diploïde cellen.
3. Dit type organel komt bij dieren zowel in haploïde als diploïde cellen voor.

Welke van deze beweringen is juist?

afbeeldingafbeelding