1/10 Nonnetjes.
Zie figuur B 4711 van de bijlage.
afbeelding
Op het strand langs de Noordzee en de Waddenzee kun je veel schelpen vinden van nonnetjes. Voor schelpenverzamelaars zijn ze interessant omdat ze in zoveel kleuren voorkomen: van rood, oranje en geel tot blinkend wit. De binnenzijde van de schelpen is feller gekleurd dan de buitenzijde. Ook de vorm van de schelpen varieert, van plat tot bol.
Nonnetjes (Macoma balthica) zijn tweekleppige schelpdiertjes.
Volwassen nonnetjes zijn ongeveer 2 cm lang en leven ingegraven in modder of zand. Ze hebben twee sifonen (slurfjes): een instroomsifon, waarmee ze zeewater opzuigen om er voedseldeeltjes, zoals algen en bacteriën, uit te halen en een uitstroomsifon, waarmee ze water met afvalstoffen en ongeschikt voedsel afvoeren.
Nonnetjes paaien in het voorjaar, waarbij de eitjes uitwendig worden bevrucht. De hieruit ontwikkelde larven zweven drie tot vijf weken vrij in het water, waarna ze zich ergens in de bodem vestigen. Zo'n nieuw-gevestigd nonnetje noemt men in het eerste jaar een 'broedje'.
Nonnetjes worden onder meer door wadvogels gegeten. Met hun snavels trekken ze de nonnetjes uit de bodem en slikken ze in hun geheel door. Rondscharrelende krabben eten nonnetjes die dichter aan de oppervlakte zitten. Ze kraken eerst de schelp open en eten dan de zachte delen op.
Het NIOZ (Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee) heeft onderzoek gedaan naar de oorzaak en functie van de verschillen in bouw en gedrag van deze schelpdiertjes.
Door het NIOZ werden onder andere de dichtheid en de leeftijd van nonnetjes in de Waddenzee onderzocht. Op het Balgzand werd jaarlijks geteld hoeveel broedjes en nonnetjes er per vierkante meter van verschillende leeftijden voorkwamen. Zo kon men van alle broedjes de overlevingskans op de meetplaatsen afleiden.
Zie volgende scherm