Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Assimilatie_dissimilatie
2/2 Vissen in een aquarium.
Piet doet een proef met een aquarium. In dit aquarium zwemmen drie vissen. In het eerste uur staat het aquarium in het donker. Er bevinden zich ook twee takjes waterpest (een waterplant met bladgroen) in het aquarium. Elk kwartier wordt het zuurstofgehalte van het water bepaald.
Piet gaat nu elk uur iets aan de opstelling veranderen.
Verandering 1: na een uur doet Piet nog twee takjes waterpest in de bak. Het aquarium staat nog steeds in het donker. Verandering 2: na twee uur voegt Piet koolstofdioxide aan het water toe. Nog steeds staat het aquarium in het donker. Verandering 3: na drie uur haalt Piet de vissen uit het water en zet het aquarium met de waterpest in het zonlicht.
afbeelding
Wordt bij verandering 1 het zuurstofgehalte hoger of lager? Wordt bij verandering 2 het zuurstofgehalte hoger of lager? Wordt bij verandering 3 het zuurstofgehalte hoger of lager?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
1/3 Waterplanten en watervlooien. Zie figuur B 2036 van de bijlage.
Met vijf even grote glazen buizen is een proefopstelling gemaakt. De buizen zijn gevuld zoals in de afbeelding is weergegeven. De buizen 1, 2, 3 en 4 staan in het volle licht. Buis 5 staat in het donker. Alle andere omstandigheden zijn gelijk. De buizen staan allemaal bij kamertemperatuur.
In hoeveel van deze buizen vindt fotosynthese plaats?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
2/3 Waterplanten en watervlooien. Zie figuur B 2036 van de bijlage.
In hoeveel van deze buizen wordt glucose verbruikt?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
3/3 Waterplanten en watervlooien. Zie figuur B 2036 van de bijlage.
In hoeveel van deze buizen wordt zowel zuurstof geproduceerd als verbruikt?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
1/2 Waterpest. Zie figuur B 3328 van de bijlage.
Amina en Claudia doen een experiment met waterpest, een waterplantje. Ze weten dat de plantjes zuurstof maken bij de fotosynthese. Ze onderzoeken de invloed van licht op dit proces. Een deel van de proefopstelling, bak 1, is getekend in de afbeelding. Bak 1 staat voor het raam in de zon. Ze zien gasbelletjes uit de plantjes omhoog stijgen. Dit blijken zuurstofbelletjes te zijn.
Voor de fotosynthese is water nodig.
Welke andere stof wordt verbruikt bij de fotosynthese?
de stof: [invulveld]
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
2/2 Waterpest.
Bij de proefopstelling gebruiken de leerlingen nog een tweede bak: bak 2.
Welk verschil moet er zijn met bak 1?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
1/4 Wijn maken.
Bij het maken van wijn worden druiven geperst. Het druivensap dat hierbij ontstaat, wordt 'most' genoemd. In most zijn van nature verschillende soorten gisten aanwezig. De bodemgesteldheid en de hoeveelheid zonlicht hebben invloed op de kwaliteit van de wijn. Ook is de kwaliteit afhankelijk van de in de most aanwezige soorten gisten.
Noem een abiotische factor uit de tekst die de kwaliteit van wijn beïnvloedt.
Assimilatie_dissimilatie
2/4 Wijn maken.
Tot welke groep organismen behoren gisten?
Assimilatie_dissimilatie
3/4 Wijn maken.
De gisten breken koolhydraten in de most af. Hierbij ontstaat onder andere koolstofdioxide en water.
Welke andere stof wordt door de gisten gevormd bij het afbreken van koolhydraten?
dit is [invulveld]
Assimilatie_dissimilatie
4/4 Wijn maken.
Enkele producten zijn oliebollen, yoghurt en zuurkool.
Welk van deze producten wordt gemaakt met behulp van gisten?
Assimilatie_dissimilatie
1/3 Zuurstof. Zie figuur B 776 van de bijlage.
In een goed verlichte afgesloten ruimte bevindt zich een aantal verschillende levende organismen. In deze ruimte wordt het zuurstofgehalte van de lucht regelmatig gemeten gedurende een periode van tien uur. De resultaten zijn weergegeven in het diagram.
Werd in deze periode door organismen in de afgesloten ruimte zuurstof geproduceerd? Werd in deze periode door organismen in de afgesloten ruimte zuurstof verbruikt?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
2/3 Zuurstof.
In een goed verlichte afgesloten ruimte bevindt zich een aantal verschillende levende organismen. In deze ruimte wordt het zuurstofgehalte van de lucht regelmatig gemeten gedurende een periode van tien uur.
In deze ruimte bevinden zich in ieder geval planten met bladgroen.
Is het mogelijk dat er bovendien dieren in deze ruimte aanwezig zijn? Is het mogelijk dat er bovendien planten zonder bladgroen in deze ruimte aanwezig zijn?
Assimilatie_dissimilatie
3/3 Zuurstof.
In een goed verlichte afgesloten ruimte bevindt zich een aantal verschillende levende organismen. In deze ruimte wordt het zuurstofgehalte van de lucht regelmatig gemeten gedurende een periode van tien uur.
In de ruimte gaat na de periode van tien uur het licht uit.
Zal het zuurstofgehalte dan dalen, gelijk blijven of stijgen?
Assimilatie_dissimilatie
Wijn.
De meeste druiven uit de Elzas in Noord-Frankrijk worden gebruikt om wijn van te maken. Na een zomer met veel zon ontstaat meer alcohol dan na een zomer met weinig zon.
Leg in twee stappen het verband uit tussen veel zon in de zomer en veel alcohol in de wijn.
Assimilatie en dissimilatie
Vier beweringen over het vrijkomen van energie.
Er worden de volgende vier beweringen over het vrijkomen van energie gedaan:
1. bij de omzetting van suiker en zuurstof in water en koolstofdioxide komt energie vrij. 2. bij de omzetting van water en koolstofdioxide in suiker en zuurstof komt energie vrij. 3. in spiercellen kan energie vrijkomen. 4. in cellen met bladgroen kan energie vrijkomen.
Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?
Assimilatie en dissimilatie
1/2 Een proef. Zie figuur B 3169 van de bijlage.
Sommige kamerplanten hebben bladeren met witte en groene strepen. Irene zet zo'n kamerplant twee dagen in het licht. Een andere plant van deze soort zet zij twee dagen in het donker. Beide planten staan bij kamertemperatuur.
Zie figuur B 3170 van de bijlage.
Hierna onderzoekt Irene of in bladeren van beide planten zetmeel aanwezig is. Ze gebruikt een bepaalde oplossing om zetmeel aan te tonen. De resultaten van deze proef zijn hieronder weergegeven.
Welke oplossing gebruikte Irene om zetmeel aan te tonen?
afbeeldingafbeelding
Assimilatie en dissimilatie
2/2 Een proef.
Welke conclusie is het meest juist op grond van de resultaten van deze proef?
Assimilatie en dissimilatie
1/3 Een experiment. Zie figuur B 1184 van de bijlage.
Leerlingen doen een experiment met een waterplant. Een takje waterpest wordt afgesneden en omgekeerd in een reageerbuis met slootwater voor het raam gezet. Iedere ochtend om 10 uur doen ze een waarneming. Vanuit het plantje stijgen gasbelletjes op.
Uit welk gas bestaan de belletjes vooral?
afbeelding
Assimilatie en dissimilatie
2/3 Een experiment.
Op vier achtereenvolgende dagen tellen de leerlingen 's morgens om 10 uur het aantal gasbelletjes dat per minuut opstijgt. Ze noteren ook de weersomstandigheden. De temperatuur in het lokaal is steeds 20°C. De resultaten staan weergegeven in onderstaande tabel. afbeelding
Zie figuur B 2908 van de bijlage.
Maak op het uitwerkblad een staafdiagram van de resultaten.
afbeelding
Assimilatie en dissimilatie
3/3 Een experiment.
Schrijf een conclusie op uit de resultaten van dit experiment.