Oefentoets Biologie: Ecologie - piramides | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 18 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

18

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

Biomassa.
Zie figuur B 1230 van de bijlage.

In de afbeelding is een piramide van biomassa getekend van de voedselketen:

gras ® sprinkhaan ® spitsmuis.

Welke van de volgende beweringen hierover is juist?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Polychloorbifenylen.

Polychloorbifenylen zijn persistente stoffen die in het leefmilieu zijn gekomen doordat ze lange tijd zijn toegepast als isolatievloeistof in transformatoren en condensatoren, als hydraulische vloeistof, koelvloeistof en als smeermiddel.

Zet de organismen in de rechter kolom in de volgorde die past bij de verschillende concentraties (in mg/kg vet) in de linker kolom.

  • fytoplankton

  • zoöplankton

  • vissen

  • zeevogels

  • 8

  • 10

  • 1-37

  • 110

Ecologie

Voedselketen.
Zie figuur B 5150 van de bijlage.

Voor de voedselketen fytoplankton ® haring ® haringworm heeft men de piramides van energie, biomassa en aantallen bepaald. Deze staan hiernaast weergegeven.
De onderschriften zijn echter zoekgeraakt.

Zet de juiste onderschriften in de rechter kolom bij de cijfers in de linker kolom.

afbeeldingafbeelding
  • piramide van aantallen

  • piramide van energie

  • piramide van biomassa

  • I

  • II

  • III

Ecologie

Piramide van aantallen.

In welk van de volgende omstandigheden kan men een omgekeerde piramide van aantallen verwachten?

Ecologie

Piramide van energie.

De piramide van energie wordt steeds smaller bij iedere stap omhoog in de voedselketen.

Wat is daarvan de oorzaak?

Ecologie

Piramide van aantallen.
Zie figuur B 5170 van de bijlage.

Hiernaast is een piramide van aantallen te zien.

Op welke voedselketen moet die piramide betrekking hebben?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/2 Trofische niveaus.
Zie figuur B 5196 van de bijlage.

Bepaalde door de mens geproduceerde organische stoffen, zoals PCB's, hopen zich op in het lichaam van organismen. Ook al komen deze stoffen in zeer lage concentraties in het water van een meer voor, veel hogere concentraties zijn te vinden in het daar levend plantaardige planten en dieren (zie afbeelding hiernaast). De concentraties zijn gegeven in parts per million (ppm).

Geef een andere naam voor de ophoping van deze stoffen die in ieder trofisch niveau van de voedselketens plaatsvindt.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

PCB's.

Polychloorbifenylen (PCB's) zijn persistente verbindingen. Geloosd in de Rijn, stromen ze de Waddenzee binnen en veroorzaken daar veel sterfte onder de zeehondenpopulatie.

Wanneer is de sterftekans voor zeehonden het grootst?

Ecologie

Piramide.
Zie figuur B 5204 van de bijlage.

In de afbeelding hiernaast is de piramide van de aantallen weergegeven in een plant-parasiet-hyperparasiet voedselketen. De grootte van de individuen in de verschillende niveaus worden met elkaar vergeleken en in een volgorde van klein naar groot gezet.
HP = hyperparasieten; P = producenten; PP = plantenparasieten.

Wat is de juiste volgorde?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

3/4 Tributyltin.
Zie figuur A 1170 van de bijlage.

De gezamenlijke concentraties TBT, DBT en MBT op de zeebodem en bij verschillende diersoorten in het zuidelijke deel van de Grote Belt zijn te vinden in nevenstaande figuur, afkomstig uit een Deense bron.
De BT-concentratie is in ng/g drooggewicht.

Leg uit waardoor de BT-concentratie van links naar rechts toeneemt.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/2 Piramides van biomassa.
Zie figuur B 5264 van de bijlage.

Hieronder zie je van twee ecosystemen de piramide van biomassa, ieder met vier trofische niveaus.

Er worden hierover vier beweringen gedaan:

I. Piramide a laat zien dat er bij de overgang van het ene naar het andere trofische niveau bij de energieoverdracht sprake is van dissimilatie en energieverlies.
II. Piramide b laat zien dat de energie geproduceerd door de primaire producent, snel in biomassa wordt omgezet
III. Voor elk ecosysteem geldt dat de energiepiramide het omgekeerde is van de biomassapiramide.
IV. Voor beide ecosystemen a en b geldt dat de omzetting van energie effectiever verloopt als je naar een hoger trofisch niveau gaat.

Welk van deze beweringen is of welke zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Waterecosysteem.

In een waterecosysteem is het totale drooggewicht (de biomassa) van drie groepen organismen als volgt:

I. Zweephaardiertjes: 1,1062 g
II. Dansmuggenlarven: 0,9623 g
III. Trilhaardiertjes: 1,005 g

Wat is de meest waarschijnlijke volgorde van deze drie in een voedselketen?

Ecologie

Ecologische piramides.

In ecologische piramides hebben hogere trofische niveaus meestal minder biomassa dan lagere.
Mogelijke oorzaken voor 'omgekeerde' piramides zijn:

1. Een piramide van aantallen, met een grote producent.
2. Een piramide van biomassa, met producenten met een heel korte levenscyclus.
3. Een piramide van energie in een ecosysteem in een erg warm gebied.

Welke oorzaak kan of welke oorzaken kunnen juist zijn?