Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - algemeen | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 4

Ontdek de digitale toets over de kenmerken van insectenbestoven bloemen en de voortplanting van chrysanten, gericht op studenten en geïnteresseerden in biologie en plantenvermeerdering. Deze toets behandelt onderwerpen zoals bestuiving, schade door verpakking en de rol van hennep in de Nederlandse landbouw. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Kenmerken van insectenbestoven bloemen

2/4 Chrysanten.

De bloemen van chrysanten worden bestoven door insecten. Bloemen die door insecten worden bestoven, hebben andere kenmerken dan bloemen die windbestuiving hebben.

Noem twee kenmerken waaraan je bij bepaalde bloemen kunt zien dat ze door insecten worden bestoven, en niet met behulp van de wind.

Vermeerdering van Chrysanten met Nieuwe Kleur

3/4 Chrysanten.

Door een mutatie is een chrysant ontstaan met een nieuwe rode bloemkleur.
Een vermeerderingsbedrijf wil zoveel mogelijk chrysantenplanten met dezelfde nieuwe bloemkleur krijgen.

Hoe kan het vermeerderingsbedrijf de chrysant met de nieuwe rode bloemen dan het best vermeerderen?

Schade aan Chrysanten door Verpakking

4/4 Chrysanten.

De chrysantenplanten worden verkocht aan bloemenhandelaren. Voor het vervoer naar de winkels worden de chrysantenplanten verpakt in dichtgevouwen kartonnen dozen.
Onderzoek heeft aangetoond dat de chrysantenplanten hiervan schade ondervinden. Hoe langer ze verpakt blijven, hoe meer schade de planten oplopen. Ze kunnen dan bladeren verliezen of de bloemknoppen gaan niet open. Je zou kunnen denken dat dit veroorzaakt wordt door het schudden tijdens het transport of door gebrek aan water, maar dat blijkt niet te kloppen.

Geef een verklaring voor de schade aan de chrysantenplanten als gevolg van de manier waarop ze verpakt worden.

Hennepplanten en hun bloemen

1/3 Hennep.
Zie figuur B 2440 van de bijlage.

In Nederland verbouwt men van oudsher hennep. Van de hennepvezels worden touw en zakken gemaakt. Hennepplanten worden opgekweekt vanuit het zaad. Als de hennepplanten uitgegroeid zijn, gaan ze bloeien. Aan één hennepplant komen óf alleen mannelijke óf alleen vrouwelijke bloemen voor, maar nooit beide tegelijk.

In de afbeelding zijn een takje met bloemen en een blad van een hennepplant weergegeven.
Daarnaast staan de vergrote bloempjes P en Q.

Kunnen aan een plant met bloempjes zoals P vruchten komen?
En aan een plant met bloempjes zoals Q?

afbeeldingafbeelding

Oorzaken van Hennepproductie Buiten versus Binnen

2/3 Hennep.

Wanneer men hennep buiten in de volle grond kweekt, komen er meer vruchten aan de planten, dan wanneer men de planten binnen in een kas kweekt.

Welke van de volgende verschillen is of zijn daarvan een oorzaak?

1. Buiten is er meer wind dan in een kas.
2. Buiten zijn er meer insecten dan in een kas.

Delen van de hennepplant voor draden

3/3 Hennep.

Voor de productie van de lange, harde en taaie hennepdraden gebruikt men bij voorkeur bepaalde delen van de hennepplanten.

Welke delen van de hennepplanten zijn dat?

Juist of onjuist over planten

Planten: 5 x juist of onjuist.
Zie figuur B 3553 van de bijlage.

1. De zaden van een iep (zie de afbeelding) worden door de plant zelf verspreid.

2. Door celstrekking kunnen planten snel groeien.

3. Huidmondjes gaan dicht als de turgor van de sluitcellen toeneemt.

4. Bij een madeliefje bevatten de kernen van bladcellen 18 chromosomen.
De kern van een stuifmeelkorrel van een madeliefje bevat 9 chromosomen.

5. De kern van een bevruchte eicel van een madeliefje bevat 36 chromosomen.

afbeeldingafbeelding

Zuurstofproductie door Nederlandse organismen

1/3 Kenmerken van organismen.
Zie figuur B 1975 van de bijlage.

De afbeelding geeft drie verschillende organismen weer, die in Nederland voorkomen.

Kan door organisme 1 's winters in de vrije natuur zeker zuurstof worden gevormd?
En door organisme 2?

afbeeldingafbeelding

Producenten in een ecosysteem

2/3 Kenmerken van organismen.
Zie figuur B 1975 van de bijlage.

Welk organisme uit de afbeelding is een producent of welke organismen zijn producenten?

afbeeldingafbeelding

Zadenvorming bij verschillende organismen

3/3 Kenmerken van organismen.
Zie figuur B 1975 van de bijlage.

Welk van deze organismen kan of welke kunnen zaden vormen?

afbeeldingafbeelding

Verstopping in vaten van rozen

1/3 Rozen.

Rozen worden meteen na het afsnijden op de kwekerij in water gezet met daarin een bacteriedodend middel. Dan gaan ze na de verkoop in een bloemenvaas minder snel slap hangen.
Rozen gaan slap hangen als er verstoppingen in de vaten van de stengel voorkomen.
Twee typen vaten zijn bastvaten en houtvaten.

Gaat een roos eerder slap hangen bij verstopping in de bastvaten of bij verstopping in de houtvaten? Leg je antwoord uit.

Fotosynthese en verbranding bij rozen

2/3 Rozen.

Floortje koopt op een zaterdagmorgen een bos rozen en zet deze meteen in een vaas voor het raam.

Kan er in de bladeren van een rozentak dan fotosynthese plaatsvinden?
En verbranding?

Voordelen van stekken bij rozenvermeerdering

3/3 Rozen.

Kwekers vermeerderen de meeste rassen snijrozen door ze te stekken. Deze wijze van vermeerderen gaat sneller en is goedkoper dan opkweken van rozen uit zaden.

Noem nog een andere reden waarom kwekers stekken gebruiken in plaats van zaden.

Reservestoffen in de uienplant

1/3 Een uienplant.
Zie figuur B 1606 van de bijlage.

In de afbeelding is een uitgelopen ui weergegeven. Daarnaast is een doorsnede van een deel van deze uitgelopen ui weergegeven. Enkele delen zijn met cijfers 1 aangegeven.

In welk van de aangegeven delen van de uienplant zijn reservestoffen vooral opgeslagen?

afbeeldingafbeelding

Soorten ondergrondse plantendelen

2/3 Een uienplant.
Zie figuur B 1606 van de bijlage.

Is een ui een bol, een knol of een wortelstok?

Verbruik van gassen door de uienplant

3/3 Een uienplant.
Zie figuur B 1606 van de bijlage.

Een deel van de uienplant in de afbeelding is aangeduid met cijfer 3.

Wordt in deel 3 koolstofdioxide verbruikt?
En zuurstof?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting van rozen: geslachtelijk of ongeslachtelijk?

1/3 Rozen.

Rozen zijn bekende tuinplanten. Rozen worden vermeerderd door een takje met een gewenst kenmerk op een onderstam van een wilde roos te plaatsen.

Is de beschreven vorm van voortplanting geslachtelijk of ongeslachtelijk?

Abiotische en biotische factoren bij rozen

2/3 Rozen.

Rozen hebben veel licht, mineralen (= voedingszouten) en water nodig.

Zijn water, licht en mineralen alleen abiotische factoren, alleen biotische factoren of beide?

Functies van rozenwortels

3/3 Rozen.

Wortels van rozen dienen onder andere voor de opname van verschillende stoffen uit de bodem. Wortels hebben nog andere functies voor de rozen.

Noem twee van deze functies.

Fenotype en genotype van de waterranonkel

1/2 Waterranonkel.
Zie figuur A 770 van de bijlage.

De waterranonkel is een zoetwaterplant. De bladeren onder water hebben een andere vorm dan de bladeren boven water (zie de afbeelding). Beide typen bladeren zijn groen.

Hebben de beide typen bladeren van één waterranonkelplant hetzelfde fenotype?
En hetzelfde genotype?

afbeeldingafbeelding