Oefentoets Biologie: Zenuwstelsel | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Zenuwstelsel

Darmvlokken.
Zie figuur B 1133 van de bijlage.

In de afbeelding zijn schematisch overlangse doorsneden van drie darmvlokken weergegeven. In darmvlok 1 zijn alleen spieren, in darmvlok 2 alleen bloedvaten en in darmvlok 3 is alleen een lymfevat getekend. In werkelijkheid bevinden zich al deze structuren in elke darmvlok.
Met R en S zijn twee verschillende lagen spieren aangegeven.

Verandert het ritme van de samentrekkingen van de spieren in laag R onder invloed van impulsen uit het animale of uit het autonome zenuwstelsel?
En van de spieren in laag S?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

De grote hersenen.
Zie figuur B 127 van de bijlage.

De tekening geeft een horizontale doorsnede weer door de grote hersenen van de mens. Over het merg en de schors van de grote hersenen worden de volgende beweringen gedaan:

1. in het merg komt geen myeline voor;
2. door verwerking van impulsen in de schors kan de mens zich bewust worden van prikkels;
3. door het merg verlopen impulsen naar de kleine hersenen.

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een onderarmszenuw.

In een zenuw, die het ruggenmerg en een onderarm met elkaar verbindt, bevinden zich uitlopers van

Zenuwstelsel

Het cellichaam van een zenuwcel.
Zie figuur A 229 van de bijlage.

In tekening 1 van de afbeelding is schematisch een neuron met cellichaam (P) van een mens weergegeven. Cel R is een cel die een deel van de myelineschede vormt (= cel van Schwann). Het axon van het neuron is door motorische eindplaatjes (S) verbonden met een spiervezel in een arm.
Ter hoogte van Q raakt het axon beschadigd waardoor de verbinding met de spiervezel wordt verbroken. Na verloop van tijd wordt de beschadiging hersteld. Dit herstelproces is in de tekeningen 2, 3 en 4 in de afbeelding weergegeven.

Kan cellichaam P in de grote hersenen en/of in het ruggenmerg gelegen zijn?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Afgifte van stoffen.

Wordt de afgifte van speeksel door de speekselklier beïnvloed via het zenuwstelsel?
En de afgifte van zweet door de genoemde zweetklier?

Zenuwstelsel

Zenuwuitlopers.

In de romp van een mens bevinden zich uitlopers van zenuwcellen.

Tot welk type of welke typen zenuwstelsel behoren deze uitlopers?

Zenuwstelsel

Sympathische regeling.

Prikkeling van het sympathische zenuwstelsel leidt onder meer tot veranderingen in de hartslagfrequentie en de ademhalingsfrequentie.

Welke veranderingen treden hierin op?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

De nervus vagus (zwervende zenuw).

De nervus vagus (zwervende zenuw) is een zenuw die deel uitmaakt van het parasympatische zenuwstelsel.

Als via deze zenuw een impulstrein naar het hart verloopt dan zal

Zenuwstelsel

Schrikken en bleek worden.

Iemand schrikt hevig en wordt bleek.

Wat is de oorzaak van het bleek worden?

Zenuwstelsel

Glucoseregeling & het autonome zenuwstelsel.

Het hormoon insuline beïnvloedt de glycogeenvorming. De productie van insuline wordt beïnvloed door zenuwen van het autonome zenuwstelsel.

Wanneer zal de insulineproductie stijgen?
Welk deel van het autonome zenuwstelsel geeft daarvoor het signaal?

Zenuwstelsel

Adrenaline & het ontstaan van glucose.

Het hormoon adrenaline bevordert het ontstaan van glucose uit glycogeen.
De productie van adrenaline kan worden beïnvloed door het autonome zenuwstelsel.

Bij welke verandering in het glucosegehalte van het bloed zal de productie van adrenaline dalen?
Welk deel van het autonome zenuwstelsel kan daarvoor het signaal geven?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Hartslagfrequentie en het (para)sympathische zenuwstelsel.

De hartslagfrequentie wordt onder andere geregeld door de zenuwen P en Q.
Bij een genarcotiseerd proefdier blijkt het volgende:

- als zenuw P tijdelijk (bijvoorbeeld door afkoeling) wordt geïnactiveerd, gaat het hart sneller kloppen;
- als zenuw Q tijdelijk wordt geïnactiveerd, gaat het hart langzamer kloppen;
- als beide zenuwen worden geïnactiveerd, gaat het hart langzamer kloppen.

Behoort zenuw P tot het sympathische of tot het parasympathische zenuwstelsel?
Wordt een rustig kloppend hart bij dat genarcotiseerde proefdier het meest beïnvloed door het sympathische of door het parasympathische zenuwstelsel?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Activiteiten & het (ortho)sympathische zenuwstelsel.

De volgende gebeurtenissen kunnen in het lichaam van een mens plaatsvinden:

1. de frequentie van de hartslag wordt groter;
2. de doorsnede van de kleinste vertakkingen van de bronchiën wordt groter;
3. de afgifte van spijsverteringssappen neemt toe;

Welke activiteiten worden gestimuleerd door het (ortho)sympathische zenuwstelsel?

Zenuwstelsel

Dunne-darmstimulatie.

Na een maaltijd worden de spieren in de wand van de dunne darm van de mens gestimuleerd.

Tot welk deel of tot welke delen van het zenuwstelsel behoren de neuronen die de activiteit van deze spieren stimuleren?

Zenuwstelsel

Neuronen in de dunne darm.

Bij de mens zijn bepaalde uitlopers van neuronen verbonden met klieren in de wand van de dunne darm. Door impulsen die via deze uitlopers worden voortgeleid, geven deze klieren spijsverteringssap af.

Zijn deze uitlopers delen van motorische of van sensorische neuronen?
Behoren deze neuronen tot het animale of tot het autonome zenuwstelsel?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Het autonome zenuwstelsel.

De volgende gebeurtenissen kunnen in het lichaam van de mens plaatsvinden:

1. toename van de ademfrequentie;
2. toename van de peristaltiek van de dunne darm;
3. samentrekking van spieren in de wand van de bronchiën;
4. rillen en het ontstaan van kippenvel.

Welke van deze gebeurtenissen worden gestimuleerd door het parasympatische deel van het autonome zenuwstelsel?

Zenuwstelsel

Effecten van het sympathische zenuwstelsel.

Welke van de volgende effecten treden tegelijkertijd op onder invloed van het sympathische zenuwstelsel?

Zenuwstelsel

Centraal zenuwstelsel en ventilatiebewegingen.

Delen van het centrale zenuwstelsel zijn:

1. grote hersenen,
2. hersenstam,
3. kleine hersenen.

Vanuit welk of welke van deze delen kan de frequentie van de ventilatiebewegingen worden geregeld?

Zenuwstelsel

Het orthosympathische zenuwstelsel in verhoogde activiteit.

Ten gevolge van activiteit van het zenuwstelsel kunnen in het lichaam van een mens onder andere de volgende effecten optreden:

1. de adrenaline-afgifte neemt af,
2. de darmperistaltiek neemt af,
3. de diameter van de bronchiën neemt af,
4. de lichaamstemperatuur daalt.

Welk van de genoemde effecten kan of welke kunnen optreden ten gevolge van een verhoogde activiteit van het orthosympathische zenuwstelsel?

Zenuwstelsel

Een horizontale doorsnede door de grote hersenen.
Zie figuur B 127 van de bijlage.

De tekening geeft een horizontale doorsnede weer door de grote hersenen van de mens. Over het merg en de schors van de grote hersenen worden de volgende beweringen gedaan:

1. in het merg komt geen myeline voor,
2. door verwerking van impulsen in de schors kan de mens zich bewust worden van prikkels.
3. door het merg verlopen impulsen naar de kleine hersenen.

Welke bewering(en) is (zijn) juist?

afbeeldingafbeelding