1/2 Staartwatervlo.
Lees het onderstaande artikel over de staartwatervlo en bekijk de beweringen die na het artikel komen.
Invasie van rovende staartwatervlo in Nederland
Sinds enkele jaren komt in Nederland de staartwatervlo Bythotrephes longimanus (Leydig 1860) voor. De staartwatervlo wordt vooral gevonden in de diepe spaarbekkens van de Biesbosch. In deze 14 meter diepe meren wordt water verzameld voor de drinkwatervoorziening. In het water kunnen tot 10.000 individuen per m3
worden gevonden. Het is de vraag hoe de staartwatervlo in Nederland is terechtgekomen. Zijn ze met de waterstroom meegekomen of met vogels of met modder aan schepen of als wintereieren door de lucht? Er is geen sluitend antwoord te geven op deze vraag. Via de Rijn vanuit de Bodensee is mogelijk, maar niet waarschijnlijk. De reis duurt bijna langer dan de watervlooien leven. Ook stroomt de Rijn niet rechtstreeks door de Biesbosch maar de Maas. En daarin zijn nauwelijks ooit levende staartwatervlooien aangetroffen. Waarschijnlijk zijn de wintereieren de oplossing. Deze wintereieren zijn door mannetjes in de broedzak van vrouwtjes bevruchte eieren. Wintereieren zijn het overlevingsstadium van staartwatervlooien. Deze eieren ontwikkelen pas een volgend voorjaar verder. Bythotrephes longimanus komt voor in de diepe meren van de Alpen en Noord-Europa. Het is een raadsel waardoor ze niet in de tussenliggende meren voorkomen. De spaarbekkens van de Biesbosch zijn daar nu een uitzondering op en maken het raadsel groter.
Terwijl veel soorten watervlooien van plantaardig plankton leven, leeft Bythotrephes longimanus van dierlijk plankton in de grootteklasse van 300-700 mm. Bythotrephes longimanus heeft een voorkeur voor watervlooien. Roeipootkreeftjes worden zelden gepakt doordat die te snel bewegen. De staartwatervlo vangt de prooi met het eerste pootpaar. Voor een goede vangst mag het water niet al te troebel zijn.
Een opvallend kenmerk van de Bythotrephes longimanus is de lange staartstekel. Deze dient als stabilisator en als stuurorgaan.
Aan het aantal stekeltjes op de staart is te zien hoe vaak het dier is verveld. De vlakbij de Biesbosch in de rivieren gevonden exemplaren van de staartwatervlo hadden maar één stekel. De staartwatervlo kan zich parthenogenetisch voortplanten, dat wil zeggen dat de eicel zich zonder bevruchting ontwikkelt tot een nieuw individu.
In de broedzak vindt ontwikkeling van eieren plaats. Aan het einde van het groeiseizoen (september-december) ontwikkelen zich uit de eitjes mannetjes. Mannetjes onderscheiden zich van de vrouwtjes door het bezit van een haakje en een vlekje op het eerste pootpaar en twee penissen onder het vierde pootpaar.
Onderzoekers kijken met argusogen naar de komst van de staartwatervlo. De Nederlandse meren zijn over het algemeen troebel door een overmatige groei van algen. Bij actief biologisch beheer probeert men maatregelen te nemen die de ontwikkeling van grote populaties watervlooien bevorderen. Het wegvangen van de watervlooienetende witvis is daar een voorbeeld van. Met luchtinjecties probeert met water in beweging te houden zodat algenhoudende lagen ook diep in het meer terecht komen.
Zie volgende scherm