Oefentoets Biologie: Spijsvertering | VWO 1/VWO 2/VWO 3 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

Beweringen.

Hieronder volgen vier beweringen over de dikke darm.

In de dikke darm

1. worden door de darmwand nog enkele spijsverteringssappen afgescheiden,
2. vindt geen vertering meer plaats,
3. wordt het water uit de voedselbrij omgezet in uitwerpselen,
4. tasten bacteriën de celwanden van plantenresten aan.

Welke bewering is juist?

Spijsvertering

Bacteriën voor de spijsvertering.

In ons verteringsstelsel bevinden zich bacteriën die leven van de nog onverteerde resten van ons voedsel.

In welk deel van ons verteringsstelsel bevinden zich de genoemde bacteriën vooral?

Spijsvertering

Spijsvertering.

Anna eet een boterham met een gebakken ei.
Hieronder volgt een tweetal beweringen over de spijsvertering van Anna.

I. In haar dikke darm wordt gal aan de voedselbrij toegevoegd.
II. In haar dikke darm wordt water aan de voedselbrij toegevoegd.

Spijsvertering

Dikke darm.

In de dikke darm heeft

Spijsvertering

Spijsverteringskanaal.

In het lichaam van de mens komen vaak bepaalde amoeben voor, die zich met bacteriën voeden.

Op welke plaats in het spijsverteringskanaal worden deze amoeben vooral aangetroffen?

Spijsvertering

Vezelrijke voedingsmiddelen.

Vezelrijke voedingsmiddelen zijn plantaardige voedingsmiddelen die veel cellulose bevatten. Deze voedingsmiddelen worden nogal eens aanbevolen, omdat ze goed zijn voor de activiteit van het darmkanaal.
Als mogelijke verklaringen voor deze gunstige invloed worden genoemd:

1. cellulose is gemakkelijk verteerbaar,
2. cellulose is een eiwit dat zelf als enzym kan werken in het darmkanaal en daardoor de vertering bevordert,
3. cellulose is vrijwel onverteerbaar, waardoor de bewegingen van het darmkanaal worden bevorderd.

Welke verklaring is of welke verklaringen zijn juist?

Spijsvertering

Spijsvertering.

In welk deel van het spijsverteringskanaal van de mens wordt een deel van het voedsel door enzymen van bacteriën verteerd?

Spijsvertering

Spijsvertering.

In welk deel van het darmkanaal van de mens wordt het meeste water aan de darminhoud onttrokken?

Spijsvertering

Darmlengte in vergelijking tot lichaamslengte.
Zie figuur B 789 van de bijlage.

Welk dier heeft in verhouding tot zijn lichaamslengte het langste darmkanaal?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Lengte van het darmkanaal.

Op grond van hun voedsel kunnen dieren worden ingedeeld in drie groepen: alleseters, planteneters en vleeseters.

In welke van deze groepen hebben de dieren gemiddeld het langste darmkanaal in verhouding tot hun lichaamslengte?

Spijsvertering

Lengte van darmkanaal.

Van een bepaald dier wordt de lengte van het darmkanaal gemeten.
Deze blijkt 15x de lichaamslengte te zijn. Van dit dier is bekend dat het een planteneter is.
Van een ander dier blijkt de lengte van het darmkanaal 18x zijn lichaamslengte te zijn.

Is dit tweede dier waarschijnlijk een alleseter, een insecteneter, een planteneter of een vleeseter?

Spijsvertering

Spijsverteringsstelsel.

Over opname in het spijsverteringsstelsel kunnen de volgende uitspraken worden gedaan:

1. opname van aminozuren vindt vooral plaats vanuit de dunne darm,
2. opname van koolhydraten vindt vooral plaats vanuit de dunne darm,
3. opname van water vindt alleen plaats vanuit de dunne darm.

Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?

Spijsvertering

Opname van stoffen in het spijsverteringskanaal.

In bepaalde delen van het spijsverteringskanaal van de mens worden stoffen opgenomen in het bloed.

Waar vindt voornamelijk de opname van aminozuren plaats?

Spijsvertering

Opname van verteringsproducten.

Bij de vertering worden de stoffen uit het voedsel omgezet in opneembare stoffen: de verteringsproducten.

Vanuit welk deel van het verteringsstelsel worden deze verteringsproducten hoofdzakelijk opgenomen in het bloed?

Spijsvertering

Darmvlokken.

In welk deel van het spijsverteringskanaal van de mens komen darmvlokken voor?

Spijsvertering

Vetvertering.

In welk van onderstaande delen van het spijsverteringsstelsel van de mens worden vetten verteerd?

Spijsvertering

Spijsvertering.

Vier organen van de mens die een rol spelen bij de spijsvertering zijn: de alvleesklier, de dunne darm, de lever en de slokdarm.

Welke van deze organen produceren spijsverteringsenzymen?

Spijsvertering

Spijsvertering.
Zie figuur B 2497 van de bijlage.

Eiwitsplitsende enzymen zijn werkzaam in

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Spijsvertering.
Zie figuur B 2497 van de bijlage.

Eiwitsplitsende enzymen worden gemaakt in

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Eiwitvertering.

Vier reageerbuizen (1 t/m 4) bevatten:
afbeeldingafbeelding

De temperatuur van de oplossingen wordt op 37°C gehouden.

In welke reageerbuizen vindt vertering van eiwitten plaats?