Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - Plantenanatomie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 18 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

18

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenfysiologie

Opname van stoffen door maïsplant.

Een jonge maïsplant met bladgroen staat in het zonlicht.

Welke stoffen neemt deze plant dan uit zijn omgeving (lucht en bodem) op?

Plantenfysiologie

Droge stof in aardappel.

Een aardappel bestaat uit water en droge stof.

Het grootste deel van deze droge stof is afkomstig van

Plantenfysiologie

Wortel van een kiemplantje.
Zie figuur B 1963 van de bijlage.

In de afbeelding geeft tekening 1 een kiemplantje weer. Tekening 2 geeft sterk vergroot een deel van de wortel van dit kiemplantje weer.

Neemt het kiemplantje via cel S glucose, zetmeel of voedingszouten op uit de bodem?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Schimmels.

Bij de afbraak van drollen door bacteriën en schimmels komen stoffen vrij, die door planten kunnen worden opgenomen.

Is koolstofdioxide een van deze stoffen?
En horen mineralen tot die stoffen?

Plantenfysiologie

1/2 De Europese maïsboorder.
Zie de figuur B 3399 van de bijlage.

De Europese maïsboorder (zie de afbeelding B 3399) is een insect dat schadelijk is voor de maïsplant. De rupsen (B 3398) voeden zich met weefsel van de maïsplant en daarvoor boort de Europese maïsboorder gangen door bladeren en stengels.

Door gangen te boren in de stengel van een maïsplant verstoren de rupsen het vervoer van water, mineralen en suikers.

Verstoort de Europese maïsboorder het vervoer in de bastvaten?
En in de houtvaten?

Plantenfysiologie

2/2 De Europese maïsboorder.

Rijpe maïskorrels bevatten gemiddeld 17% koolhydraten, 3% eiwitten en 1% vetten.

Zijn mineralen grondstoffen voor de opbouw van maïskorrels?
En zijn suikers grondstoffen voor de opbouw van maïskorrels?

Plantenfysiologie

Nonnetjes.
Zie figuur B 1570 van de bijlage.

Nonnetjes (zie de afbeelding) zijn vlinders die voorkomen in de Nederlandse naaldbossen. Deze larven van deze vlinders eten uitsluitend de naalden van de bomen. Soms is de vraat zó groot dat de bomen kaal worden.
Om de larven te doden kan men vergif spuiten. Men kan ook bepaalde sluipwespen in zo'n bos verspreiden.
Deze sluipwespen zijn insecten die hun eieren in de larven van nonnetjes leggen. De sluipwespenlarven die uit deze eieren komen, eten de larven de nonnetjes van binnenuit op.

Neemt een larve van een nonnetje koolhydraten op uit de naalden van een boom?
En zouten?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Een composthoop.
Zie figuur B 1961 van de bijlage.

De afbeelding geeft een composthoop weer. Deze composthoop bestaat uit keuken- en tuinafval, zoals plantenresten, eierschalen, koffiedik, oud brood, enzovoort.
In de composthoop zijn reducenten actief. Zij zetten de stoffen van het keuken- en tuinafval om in andere stoffen. Dit proces heet composteren. Er komt warmte bij vrij. Een composthoop moet af en toe worden omgespit, onder andere om er meer lucht in te krijgen.
Na één of twee jaar wordt de compost over de tuin verspreid.

Compost die over de tuin wordt verspreid, bevat verschillende stoffen.

Zijn hierbij stoffen die door schimmels kunnen worden gebruikt?
En door slaplanten?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

1/3 De wurgvijg.
Zie figuur B 3045 van de bijlage.

De wurgvijg is een plant die voorkomt in dichte tropische regenwouden. Zaden van de plant worden door apen en vogels verspreid. Wanneer een zaad op een tak van een boom terecht komt, ontkiemt het zaad. Vanuit het zaad groeit een wortel langs de stam van de boom naar beneden. Uiteindelijk komt de wortel in de grond terecht. De wurgvijg groeit hierna helemaal rondom de stam. Hierdoor wordt de groei van de boom belemmerd.
De boom gaat dood, de wurgvijg is dan meestal in staat om zonder steun van de boom te blijven staan. Het hout van de boom rot weg en er blijft een wurgvijg over met een holle stam.

Bevatten zaden eiwit?
En zetmeel?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

2/3 De wurgvijg.

Door het wurgen wordt het transport door de bastvaten bemoeilijkt en komt uiteindelijk tot stilstand.

Wat is het directe gevolg van dit 'wurgen' van de wurgvijg voor de boom?

Plantenfysiologie

3/3 De wurgvijg.

De wurgvijg belemmert de groei van de boom door het 'wurgen'. De wurgvijg belemmert ook op andere manieren de groei van de boom.

Noem twee andere manieren waarop de wurgvijg de groei van de boom belemmert.

Plantenfysiologie

1/2 Vetblad.
Zie figuur B 3462 van de bijlage.

Vetblad (zie de afbeelding) is een zeldzame plantensoort die op vochtige, voedselarme veengrond groeit. De plant met groene bladeren "vangt" dieren. Kleine insecten blijven hangen aan het vocht dat door haren op de bladeren wordt afgescheiden. Andere delen van het blad scheiden een stof af waardoor de insecten worden verteerd. Het blad neemt de uit het insect vrijgekomen stoffen op. Op het blad leven ook kleine schimmels van de resten van de insecten. De meeste planten kunnen niet groeien op voedselarme grond.

Hebben zij op die grond vooral gebrek aan koolhydraten, aan koolstofdioxide, aan water of aan bepaalde zouten?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

1/2 Vleesetende planten.
Zie figuur B 3326 van de bijlage.

Vleesetende planten komen voor in een omgeving met weinig voedingszouten in de bodem. Zulke planten lokken, vangen, doden en verteren hun 'prooien'. Uit de verteerde prooien nemen ze voedingszouten op, zoals nitraten. In vleesetende planten treedt wèl fotosynthese op. In de afbeelding is een cel uit een blad van een vleesetende plant weergegeven.

Welke letter geeft een deel aan waarin fotosynthese optreedt?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Een aardappelplant.
Zie figuur B 1396 van de bijlage.

De afbeelding geeft een aardappelplant weer.
Een aardappelplant kan niet goed groeien op een zeer voedselarme grond.

Heeft een aardappelplant op die grond vooral gebrek aan koolstofdioxide, aan water of aan bepaalde zouten?

Hij heeft vooral gebrek aan:

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Maïs.
Zie figuur A 697 van de bijlage.

In afgebeelde diagram zijn zowel de groei van een maïsplant als het gemiddelde maandelijkse waterverbruik van een maïsplant weergegeven.

Om het mineralengehalte van zijn akker te laten bepalen neemt boer Henk grondmonsters van de bovenste 25 cm.

Leg uit waardoor voor de groei van maïsplanten vooral de hoeveelheid mineralen in de bovenste 25 cm grond van belang is.

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Kasgroente.

Neemt een plant nitraat vooral op met de bladeren, vooral met de wortels of met allebei ongeveer evenveel?

Plantenfysiologie

Mest.

Bacteriën kunnen mest omzetten onder andere in eiwitten en in mineralen.
Een leerling zegt hierover: de eiwitten en de mineralen zouden gebruikt kunnen worden voor bemesting van een voedergewas zoals maïs.

Kan een maïsplant eiwitten opnemen?
En mineralen?

Plantenfysiologie

Schimmels.

Bij de afbraak van hondendrollen door bacteriën en schimmels komen stoffen vrij, die door planten kunnen worden opgenomen.

Is koolstofdioxide een van deze stoffen?
En horen mineralen tot die stoffen?