Oefentoets Biologie: Gedrag - Algemeen | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 17 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

17

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Gedrag

Slapende hond.

Een hond ligt in zijn mand te slapen. In de keuken wordt zijn eten klaargemaakt. De hond spitst zijn oren (1), springt op (2) en loopt naar de keuken (3). Bij het zien van zijn eten begint hij te kwijlen (4).

Welke van de aangegeven gebeurtenissen behoren tot het gedrag van de hond?

Gedrag

Gedrag.

Twee leerlingen doen een uitspraak over gedrag.
Sara zegt dat een kind dat ligt te slapen gedrag vertoont.
Ton zegt dat een koe die gras eet gedrag vertoont.

Wie heeft (hebben) gelijk?

Gedrag

Broedzorg.

Bepaalde vissen houden hun jongen dicht bij elkaar door middel van een opvallende zigzaggende manier van zwemmen. Deze manier van zwemmen zet de jongen aan tot volgen. Als de ene ouder de andere aflost, moeten beide op een bepaalde manier zwemmen om te verhinderen dat de jongen uit elkaar gaan.

Moet de ouder die uit de groep vertrekt in rechte lijn zwemmen of zigzaggend?
En moet de ouder die de groep binnenkomt in rechte lijn zwemmen of zigzaggend?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

1/2 Duiven.
Zie figuur B 3647 van de bijlage.

In de afbeelding is gedrag van duiven weergegeven. Het mannetje buigt en maakt een koerend geluid. Het vrouwtje reageert hierop.

Hoe noemen we zo'n handeling die als prikkel werkt voor een soortgenoot? een [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Gedrag

2/2 Duiven.

Bij het gedrag van duiven volgen de handelingen elkaar in een bepaalde volgorde op.

Hoe noemen we een opeenvolging van handelingen, waarbij het effect van de ene handeling leidt tot een volgende handeling? een [invulveld]

Gedrag

2/3 Een gedragsonderzoek.

Tijdens het onderzoek wordt van het gedrag van één van beide dieren een protocol gemaakt met behulp van een ethogram. Hieronder is een deel van het ethogram en een deel van het protocol weergegeven.
afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Zie volgende scherm

Gedrag

3/3 Een gedragsonderzoek.

Is in dit protocol het gedrag beschreven van het konijn of van de eekhoorn? Leg je antwoord uit.

Gedrag

1/3 Zwartvoetkatten.
Zie figuur B 4666 van de bijlage.

Zwartvoetkatten komen voor in droge streken in zuidelijk Afrika. Ze leven meestal alleen. Ze jagen op kleine dieren zoals muizen, vogels, hagedissen en insecten.

Uit onderzoek is gebleken dat grote katachtigen zoals leeuwen en tijgers in gevangenschap door bepaalde geuren aangezet kunnen worden tot meer actief gedrag. Onderzoekers doen een experiment om na te gaan of dit ook geldt voor zwartvoetkatten. Ze gebruiken hiervoor doeken met de geur van kattenkruid.
Eerst wordt een lijst gemaakt met verschillende gedragingen van zes zwartvoetkatten in een dierentuin (zie de tabel).

afbeeldingafbeelding

Hoe wordt zo'n tabel met beschrijvingen van verschillende gedragingen genoemd? dit noemt men een [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Gedrag

2/3 Zwartvoetkatten.
Zie figuur A 1032 van de bijlage.

Voor het experiment worden de zwartvoetkatten gedurende twee weken elk alleen in een kooi geplaatst. In de eerste week wordt bij elke kat op de dagen 1, 3 en 5 een doek zonder geur in de kooi gelegd. Op deze drie dagen wordt 48 keer per dag het gedrag van elk dier genoteerd. In de tweede week wordt dit herhaald met doeken met de geur van kattenkruid.
In de afbeelding worden de resultaten van het experiment weergegeven.

Typ een conclusie uit de resultaten die past bij de onderzoeksvraag.

afbeeldingafbeelding

Gedrag

3/3 Zwartvoetkatten.

Kan op de beschreven manier ook het sociale gedrag van de dieren onderzocht worden? Leg je antwoord uit.

Gedrag

1/4 Agapornissen.
Zie figuur B 4354 van de bijlage.

Het gedrag van agapornissen wordt mede bepaald door het geslacht. Zo blijkt uit onderzoek dat de mannetjes de jongen vaker voeren dan de vrouwtjes en dat mannetjes met hun pootjes dichter bij elkaar zitten. Er is ook een verschil in bijtgedrag.
In de tabel staan de resultaten van een onderzoek naar het bijten van de vogels als mensen ze vastpakken. Het onderzoek werd gedaan met 29 vogels.

In de tabel hieronder staan de resultaten van een onderzoek naar bijtgedrag bij agapornissen.
afbeeldingafbeelding

Op de uitwerkbijlage is een stuk grafiekpapier afgebeeld.

Maak van de gegevens uit de tabel een staafdiagram waarin het verschil in bijtgedrag tussen mannetjes en vrouwtjes te zien is.

afbeeldingafbeelding

Gedrag

2/4 Agapornissen.

Schrijf een conclusie op uit de resultaten van dit onderzoek naar het verband tussen het bijten en het geslacht van een agapornis.

afbeeldingafbeelding

Gedrag

3/4 Agapornissen.

Noem een verbetering of een aanvulling van dit onderzoek waardoor de resultaten betrouwbaarder worden.

Gedrag

4/4 Agapornissen.

Noem twee vormen van sociaal gedrag die in de informatie worden genoemd.