Oefentoets Biologie: Mens-milieu | HAVO 4/HAVO 5 | variant 5

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Mens en Milieu

Milieuproblemen.

Een gevolg van vervuiling van water met organische afvalstoffen is dat de vissen sterven door zuurstofgebrek.

Waardoor is dit zuurstofgebrek voornamelijk veroorzaakt?

Mens en Milieu

Milieu-aantasting.

Noteer of de volgende beweringen juist zijn of onjuist.

1. Het storten van industrieel chemisch afval is een oorzaak van bodemvervuiling. [invulveld]
2. Huishoudelijk afval bevat uitsluitend organische afvalstoffen. [invulveld]
3. Het storten van groente-, fruit- en tuinafval kan leiden tot bodemvervuiling. [invulveld]
4. Een gevolg van bodemvervuiling kan zijn, dat de grond moet worden afgegraven. [invulveld]

De volgende gegevens behoren bij de beweringen 5 en 6:

In een plas komen o.a. algen, snoeken, stekelbaarzen en watervlooien voor.
Een afvalverwerkingsbedrijf stort regelmatig (illegaal) chemisch afval met o.a. cadmium in de plas.

5. Stekelbaarzen in deze plas bevatten per kilogram lichaamsgewicht een grotere hoeveelheid cadmium dan snoeken. [invulveld]
6. In het grondwater bij deze plas kan cadmium worden aangetroffen. [invulveld]

Mens en Milieu

Milieu-aantasting.

Noteer of de volgende beweringen juist zijn of onjuist.

1. Door het ontwikkelen van alternatieve energiebronnen raken de natuurlijke energiereserves minder snel uitgeput. [invulveld]
2. Auto's met een katalysator stoten vooral minder zwaveldioxide uit. [invulveld]
3. Door de hoeveelheid mest per akker te beperken, zal de luchtvervuiling verminderen. [invulveld]
4. Door mest te verwerken tot biogas wordt vooral de uitstoot van stikstofoxiden verminderd. [invulveld]
5. Door het oprichten van mestbanken zal de bodemvervuiling groter worden. [invulveld]
6. Olieraffinaderijen moeten de uitstoot van zwaveldioxide verminderen. [invulveld]
7. Vanaf 1995 worden in Europa geen CFK's meer geproduceerd. [invulveld]
8. Gescheiden inzameling van afval levert een bijdrage aan de besparing van grondstoffen. [invulveld]
9. In waterzuiveringsinstallaties wordt rioolwater door bacteriën gezuiverd. [invulveld]
10. Door het inrichten van landschapsparken werkt de overheid aan milieubeheer. [invulveld]

Mens en Milieu

Milieu-aantasting.

Noteer of de volgende beweringen juist of onjuist zijn:

1. De milieuproblemen hebben als enige oorzaak de groei van de chemische industrie. [invulveld]
2. De snelle technische ontwikkeling van de laatste honderd jaar heeft bijgedragen aan het ontstaan van milieuproblemen. [invulveld]
3. De milieuproblemen hebben als voornaamste oorzaken de enorme bevolkingstoename gekoppeld aan de veranderde wijze van leven van mensen. [invulveld]
4. Door ontginning van woeste gronden verdwijnen natuurlijke ecosystemen. [invulveld]
5. Het aantal soorten planten en dieren is de laatste honderd jaar toegenomen. [invulveld]
6. Ontbossing kan leiden tot vernietiging van genetische informatie. [invulveld]

Mens en Milieu

Effect industriële revolutie.

Sinds de industriële revolutie van de vorige eeuw is het aantal problemen met het milieu sterk toegenomen. Voorbeelden van zulke problemen zijn:

1. het broeikaseffect;
2. zure regen;
3. eutrofiëring van oppervlaktewater;

Kies twee van de genoemde milieuproblemen. Geef bij elk milieuprobleem aan op welke wijze de industriële revolutie een bijdrage levert aan het milieuprobleem. Leg tevens uit door welke maatregelen dat te verminderen is.

Mens en Milieu

1/2 Drinkwaterbereiding.

Bij de bereiding van drinkwater is het belangrijk om bacteriegroei tegen te gaan. Een gangbare methode is het toevoegen van desinfecterende chemicaliën. Finse onderzoekers hebben ontdekt dat het verwijderen van fosfaat uit drinkwater net zo goed werkt als het toevoegen van deze middelen.
Tot voor kort werd het oppervlaktewater, waaruit drinkwater bereid wordt, vooral verontreinigd door fosfaat uit was- en schoonmaakmiddelen. Tegenwoordig zijn deze middelen fosfaatvrij.

Noem een oorzaak waardoor tegenwoordig nog steeds fosfaat in het oppervlaktewater terechtkomt.

Mens en Milieu

2/2 Drinkwaterbereiding.

Een leerling stelt over het effect van het verwijderen van fosfaat op de bacteriegroei de volgende hypothese op: "Door afname van de fosfaatconcentratie in het drinkwater nemen bacteriën door osmose zoveel water op dat hun cellen knappen."
De hypothese van de leerling is onjuist.

Leg uit dat de hypothese van die leerling, zelfs als de zoutconcentratie in het drinkwater nul is, onjuist is.

Mens en Milieu

1/2 Effecten van verzuring.

Bij plotselinge lozing van een grote hoeveelheid zuren door de industrie in het oppervlaktewater treedt verzuring van het water op. Bij een dergelijke acute verzuring van een rivier of meer neemt de concentratie van zouten in het bloedplasma van de hierin levende vissen af. Het verlies aan zouten kan worden gecompenseerd door opname van zouten via de celmembranen van het dekweefsel in de kieuwen. Dit proces komt overeen met het proces waardoor bij de mens door cellen zouten worden opgenomen uit het weefselvocht.

Gebruikt een vis in verzuurd water voor het regelen van de osmotische waarde van zijn bloed meer of minder of dezelfde hoeveelheid energie dan een vis in niet-verzuurd water. Geef een verklaring voor je antwoord.

Mens en Milieu

2/2 Effecten van verzuring.

Remt of stimuleert de verzuring van het water de voortplanting van vissen?
Geef hiervoor drie aanwijzingen uit de tabellen 1 en 2.
afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

1/6 Blauwalgen in het IJsselmeer.
Zie figuur C 349 en figuur B 3796 van de bijlage.

Met het 'Natte Hart' wordt het IJsselmeergebied bedoeld (zie de afbeelding). Dit centrale water in Nederland heeft in de afgelopen eeuw heel wat veranderingen ondergaan. Vroeger heette het de Zuiderzee en bevatte het zout water. Door de aanleg van de Afsluitdijk in 1932 ontstond een van de grootste zoetwatermeren van Europa.
Bij de overgang van zout naar zoet water verdween een aantal vissoorten uit het IJsselmeer. Enkele soorten werden talrijker. De Haring verdween en de Driedoornige stekelbaars bleef.

In de afbeelding B 3796 zijn de tolerantiecurven van een aantal vissoorten weergegeven.

Welke tolerantiecurve past bij de soort Driedoornige stekelbaars?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

2/6 Blauwalgen in het IJsselmeer.

Een zoutwatervis die in zoet water terechtkomt, ondervindt osmotische problemen. Deze problemen hebben tot gevolg dat zijn waterhuishouding verandert.

Leg uit dat dan de urineproductie toeneemt.

Mens en Milieu

3/6 Blauwalgen in het IJsselmeer.
Zie figuur A 858 van de bijlage.

Tot het eind van de zestiger jaren werden verschillende delen van het nieuw ontstane meer ingepolderd. In 1975 zorgde de voltooiing van de dijk tussen Enkhuizen en Lelystad voor de vorming van het Markermeer. Door de aanleg van deze dijk kreeg het Markermeer geen toevoer meer van voedingszouten via de IJssel. Hierdoor daalde in de jaren erna het aantal driehoeksmosselen en inmiddels zijn deze bijna geheel uit het Markermeer verdwenen.
De concentratie chlorofyl is een maat voor de hoeveelheid algen, het voedsel voor de Driehoeksmossel.

Is de hoeveelheid fosfaat beperkend voor de algengroei in het IJsselmeer? Leg je antwoord met behulp van voorgaande afbeelding uit.

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

4/6 Blauwalgen in het IJsselmeer.

Verklaar het verdwijnen van de Driehoeksmossel uit het Markermeer.

Mens en Milieu

5/6 Blauwalgen in het IJsselmeer.

In sommige zomers bedreigen blauwalgen het voedselweb van het IJsselmeer. Het probleem is dat blauwalgen gifstoffen bevatten. Deze cyanotoxines worden doorgegeven aan de andere organismen in het voedselweb.
Blauwalgen zijn geen algen maar bacteriën die fotosynthese kunnen uitvoeren.

Welke ecologische functie vervullen algen en blauwalgen in een ecosysteem?

Mens en Milieu

6/6 Blauwalgen in het IJsselmeer.
Zie figuur B 3797 van de bijlage.

In de afbeelding is de voedselpiramide weergegeven van het IJsselmeer.

In welke organismen tref je door accumulatie de hoogste concentratie gifstoffen per kilogram lichaamsgewicht aan?

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

1/4 Teveel fosfaat in het zeewater.

Het overheidsbeleid is erop gericht de lozing van fosfaat, afkomstig uit mest en wasmiddelen, op rivieren en daardoor op de Noordzee te beperken. Volgens onderzoekers moet de hoeveelheid fosfaat in de kustwateren worden verminderd, omdat anders uiteindelijk massale vissterfte zal optreden. In het voorjaar neemt in de Noordzee regelmatig de hoeveelheid algen sterk toe: waterbloei. Vervolgens sterft een groot deel van de algen.
Het stromingspatroon in de Noordzee zorgt ervoor dat veel van dit dode materiaal in de Duitse kustwateren terechtkomt. Daar zinkt het naar de bodem. Er ontstaat zuurstofgebrek vlak boven en in de bodem waardoor veel zeebodembewoners sterven.

Welke van de volgende beweringen over het sterven van de zeebodembewoners is of zijn juist?

1. De zeebodembewoners sterven aan zuurstofgebrek doordat de reducenten veel zuurstof verbruiken bij het mineraliseren van het bezonken materiaal in de kustwateren.
2. Biotische factoren hebben invloed op het sterven van de zeebodembewoners, abiotische hebben hier geen invloed op.

Mens en Milieu

2/4 Teveel fosfaat in het zeewater.

Geef de biologische naam van het proces van verrijking van het oppervlaktewater met voedingszouten zoals hier verrijking met fosfaat.

Deze naam luidt [invulveld]

Mens en Milieu

3/4 Teveel fosfaat in het zeewater.

Via de Rijn worden naast veel fosfaationen ook veel kaliumionen in de Noordzee gebracht. Zowel kaliumionen als fosfaationen zijn voor algen noodzakelijke voedingsstoffen. Toch zorgt de aanvoer van de fosfaationen wel voor waterbloei en de aanvoer van kaliumionen niet. De aangevoerde fosfaationen en kaliumionen kunnen goed in het zeewater opgelost blijven.

Geef een verklaring voor het verschil in de gevolgen van de fosfaat- en de kaliumionenaanvoer.

Mens en Milieu

4/4 Teveel fosfaat in het zeewater.

Volgens een onderzoeker van het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek' kan rigoureus terugdringen van de hoeveelheid fosfaat in de Noordzee de visvangst echter ook verminderen.

Beschrijf hoe de invloed van fosfaatvermindering op de populaties algen de oorzaak van de geringere visvangst kan zijn.

Mens en Milieu

1/4 Niet langer gezond.

Tekst:
Oppervlaktewater, de bodems daarvan en grondwater zijn op veel plaatsen in Nederland met tal van stoffen vervuild. Dat zal nog generaties lang zo blijven. Bovendien is ook de zogenoemde biologische component van het oppervlaktewater beschadigd. Vissoort als zalm zijn zelfs sinds lang verdwenen. Overbemesting met fosfaat en nitraat leidt tot een sterke ontwikkeling van algen. Toename van het aantal algen heeft tot gevolg dat zich minder andere planten kunnen ontwikkelen en dat het water troebel wordt. Dit heeft tot gevolg dat snoeken verdwijnen doordat ze hun prooi, onder andere brasem, niet goed meer kunnen zien. Het aantal brasems neemt toe en het aantal watervlooien vermindert. Door de sterkere omwoeling van het bodemslib door de brasems krijg je een nog verdere toename van algen. Een negatieve spiraal!

(naar een informatiefolder over de Derde Nota Waterhuishouding)

In de derde zin wordt de biologische component genoemd.

Welk begrip wordt gebruikt voor de combinatie van biologische component en abiotische factoren?