Oefentoets Biologie: Kringlopen | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 3

Deze digitale toets over de kringlopen van koolstof en stikstof, gericht op leerlingen in het voortgezet onderwijs, behandelt onderwerpen zoals ecosystemen, de rol van schimmels en bacteriën, en de impact van biociden op voedselketens. Leerlingen worden uitgedaagd om hun kennis van de interacties tussen organismen en hun omgeving te toetsen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Kiezen van een konijn

2/7 Een kringloop.

Heeft een konijn knipkiezen of knobbelkiezen of plooikiezen ?

Ecosysteem en energierijke stoffen

3/7 Een kringloop.

Aan de rand van dit ecosysteem op de Veluwe leven veel konijnen. Zij eten gras en andere planten. Soms wordt een konijn opgegeten door een roofvogel. Afgevallen bladeren en uitwerpselen van konijnen en roofvogels zijn voedsel voor kevers en wormen. Schimmels en bacteriën leven onder andere van uitwerpselen, bladafval en dode konijnen.

In de tekst komen achtereenvolgens vijf groepen organismen voor. De organismen bevatten energierijke stoffen.

In welke groep bevatten alle organismen bij elkaar geteld de grootste hoeveelheid energierijke stoffen ?

Bewerkingen van schimmels en hun effecten

4/7 Een kringloop.

Twee leerlingen beweren iets over schimmels.

Leerling 1 beweert: "Schimmels kunnen leven van stoffen die door planten zijn geproduceerd."
Leerling 2 beweert: "Schimmels kunnen mensen ziek maken."

Welke leerling doet of welke leerlingen doen een juiste bewering ?

Rol van bacteriën in de koolstofkringloop

5/7 Een kringloop.

Welke rol spelen bacteriën in de koolstofkringloop in het bos ?

Impact van biociden op voedselketen

6/7 Een kringloop.

Naast het bos heeft een boer zijn graanakker besproeid met oude biociden die hij nog in de schuur had staan. Na enige tijd vindt de boer enkele dode roofvogels in de buurt van de akker. Hij vindt geen dode konijnen.

Leg uit waardoor de roofvogels waarschijnlijk wel aan de oude biociden zijn gestorven en de konijnen niet.

Invloed van haviken op het ecosysteem

7/7 Een kringloop.

In een bepaald ecosysteem op de Veluwe komen onder andere de volgende organismen voor:

- graanplanten,
- haviken,
- konijnen,
- paardenbloemen,
- teken (kleine dieren die van zoogdierbloed leven),
- veldmuizen.

De afname van het aantal haviken kan invloed hebben op de aantallen van de andere genoemde organismen in het ecosysteem.

Neemt door de afname van het aantal haviken het aantal bloeiende paardenbloemen toe of af ?
En neemt het aantal teken toe of af ? Leg je antwoorden uit.

Producenten in een ecosysteem

1/5 Aan de rand van bos en weiland.
Zie figuur B 2106 van de bijlage.

Aan de rand van een Nederlands bos bij een weiland leven vier groepen organismen. De groepen verschillen van elkaar door de manier waarop zij hun voedingsstoffen verkrijgen.
In de afbeelding zijn de relaties tussen deze vier groepen schematisch weergegeven. Een roofvogel hoort bij groep 3. De pijlen geven aan waar de voedingsstoffen van de organismen vandaan komen.

Welke groep stelt de producenten voor ?

afbeeldingafbeelding

Schimmels in het ecosysteem

2/5 Aan de rand van bos en weiland.

Bij welke groep in het schema van de afbeelding horen de schimmels ?

afbeeldingafbeelding

Mens en plant indelen in groepen

3/5 Aan de rand van bos en weiland.

In welke groep moet de mens worden geplaatst ? De mens in groep [invulveld];
En in welke groep een plant ? De plant in groep [invulveld];

Dier- en plantensoorten invullen

4/5 Aan de rand van bos en weiland.

Vul hieronder bij de twee groepen de naam in van een dier- of plantensoort die tot de groep behoort en die niet hier of elders in de tekst is genoemd.

groep 1: ...........
groep 2: ...........

Indeling van het wild zwijn

5/5 Aan de rand van bos en weiland.

Een wild zwijn heeft knobbelkiezen. Onder andere hierdoor is het gebit van een wild zwijn aangepast aan het soort voedsel dat het eet.

Kan een wild zwijn tot groep 2 gerekend worden ?
En kan het tot groep 3 gerekend worden ? Licht je antwoorden toe.

Koolstofkringloop en processen binnen de kringloop

Koolstofkringloop.
Zie figuur B 3559 van de bijlage.

In de afbeelding is de koolstofkringloop schematisch weergegeven.

1. Welke groep organismen wordt aangegeven met A? de [invulveld]

2. Wat is de energiebron die de kringloop in stand houdt? de/het [invulveld]

3. Welke van de genummerde pijlen geeft (geven) dode resten van dieren weer? pijl [invulveld]

4. Welke van de genummerde pijlen geeft fotosynthese weer? pijl [invulveld]

5. Welke van de genummerde pijlen geven een proces weer waarbij energie wordt vrijgemaakt? de pijlen [invulveld], [invulveld] en [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Energiebron in de koolstofkringloop

1/4 De koolstofkringloop.
Zie figuur B 857 van de bijlage.

In de natuur komt onder andere een koolstofkringloop voor.
Deze is in de figuur weergegeven.
Producenten zijn planten met bladgroen.
Consumenten zijn planten zonder bladgroen en dieren.
Reducenten zijn vooral bacteriën en schimmels.
De producenten verbruiken CO2 . Ze worden gegeten door consumenten. Dode producenten, dode consumenten en afvalstoffen van beide groepen worden door reducenten weer omgezet in CO2 , H2 O en zouten.

Wat is de energiebron, die de kringloop in stand houdt ?

afbeeldingafbeelding

Energieopslag in de koolstofkringloop

2/4 De koolstofkringloop.

Met welke pijl of pijlen wordt een proces weergegeven waarbij energie wordt opgeslagen ?

afbeeldingafbeelding

Verbranding in de koolstofkringloop

3/4 De koolstofkringloop.

Met welke pijlen wordt verbranding weergegeven ?

afbeeldingafbeelding

Heterotrofe organismen in de koolstofkringloop

4/4 De koolstofkringloop.

Welke van de drie groepen organismen zijn heterotroof ?

Koolstofkringloop en processen verduidelijken

Kringloop.
Zie figuur B 3463 van de bijlage.

In de afbeelding is de koolstofkringloop schematisch weergegeven.

Welke van de genummerde pijlen geeft (geven) dode resten van planten weer? pijl [invulveld]

Welke van de genummerde pijlen geeft (geven) verbranding weer? de pijlen [invulveld], [invulveld] en [invulveld]

Welke van de genummerde pijlen geeft (geven) een proces weer waarbij energie wordt vastgelegd? pijl [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Stikstofkringloop en Organische Stoffen

Stikstofkringloop.
Zie figuur B 3561 van de bijlage.

In de afbeelding is de stikstofkringloop schematisch weergegeven. Enkele pijlen zijn genummerd.

1. Bij welke van de genummerde pijlen worden stikstofhoudende organische stoffen omgezet in o.a. stikstofhoudende mineralen? bij pijl [invulveld]

2. Bij welke van de genummerde pijlen worden stikstofhoudende mineralen omgezet in stikstofhoudende organische stoffen? bij pijl [invulveld]

3. In een wei graast een koe. De koe verteert het gras. De organische stoffen in het gras worden door de koe gebruikt, o.a. om melk te maken.

Welke pijl in de afbeelding geeft deze omzetting van stoffen weer? pijl [invulveld]

4. Bij stikstofbinding wordt gasvormige stikstof omgezet in bepaalde stikstofhoudende stoffen.

Door welke organismen wordt deze stikstofbinding verricht? door [invulveld]

5. Worden bij de stikstofbinding plantaardige eiwitten gevormd? [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Reducenten in de stikstofkringloop

1/2 Stikstofkringloop.
Zie figuur A 428 van de bijlage.

De afbeelding geeft de kringloop van stikstof weer. Zowel eiwit als nitraat bevatten stikstof. Nitraat is een voedingszout (mineraal).

Noem twee groepen reducenten die in de stikstofkringloop eiwit omzetten in nitraat.

afbeeldingafbeelding

Transport in de stikstofkringloop

2/2 Stikstofkringloop.

Wordt met pijl P het transport van eiwit bedoeld ?
Wordt met pijl P het transport van nitraat bedoeld ?

afbeeldingafbeelding