Ecologie
15/20 Duinen.
Worden de bloemen van de duindoorn bestoven door de wind of door insecten? Noem een eigenschap van de plant uit informatie 3, waaruit dat afgeleid kan worden.
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
15/20 Duinen.
Worden de bloemen van de duindoorn bestoven door de wind of door insecten? Noem een eigenschap van de plant uit informatie 3, waaruit dat afgeleid kan worden.
16/20 Duinen.
De afname van de konijnenpopulatie heeft invloed gehad op het aantal tapuiten in de duinen.
Leg uit waardoor de populatiegrootte van de tapuiten kan worden beïnvloed door afname van het aantal konijnen.
17/20 Duinen.
In informatie 6 staan gegevens over veranderingen in de populatiegrootte van twee vogelsoorten.
Leg uit dat de afname van de konijnenpopulatie (zie informatie 5) een oorzaak kan van de verandering van het aantal grasmussen in de duinen.
18/20 Duinen.
In een boek over de duinen staat dat het zaad van de duindoorn pas goed kiemt na een koudeperiode en als het in aanraking geweest is met zuur, bijvoorbeeld in de maag van een vogel.
Samira verzamelt 50 duindoornzaadjes. Ze wil voor een praktische opdracht de invloed van zuur onderzoeken op het kiemen van de zaadjes. Ze verdeelt de zaadjes over twee petrischaaltjes met vochtige watten.
Aan schaaltje 1 voegt ze wat zuur toe en ze plaatst dit schaaltje in een koelkast bij 5°C.
Aan schaaltje 2 voegt ze geen zuur toe en ze plaatst dit in een kast bij 20°C.
Leg uit welke fout Samira maakt.
19/20 Duinen.
De konijnenziekte VHS (zie informatie 5) kan door wilde konijnen overgedragen worden op tamme konijnen. Zieke konijnen sterven snel. Antibiotica helpen niet en er bestaan geen andere geneesmiddelen. Wel kunnen konijnen door de dierenarts ingeënt worden tegen VHS.
Waardoor kan VHS niet genezen worden door antibiotica toe te dienen?
20/20 Duinen.
Jonge konijntjes van ingeënte moederkonijnen zijn tot op een leeftijd van ongeveer 50 dagen immuun voor VHS. Voor de geboorte zijn via de placenta antistoffen van de moeder overgebracht in het bloed van de konijnenbaby.
Leg uit waardoor zulke jonge konijnen slechts korte tijd immuun zijn.
1/3 Energie in een ecosysteem.
Zie figuur A 316 van de bijlage.
In het schema van de afbeelding wordt de energiestroom in een ecosysteem weergegeven.
Elke pijl stelt een deel van de energiestroom voor. Er is geen verband tussen de grootte van een pijl en de hoeveelheid energie. De verschillende organismen zijn niet op dezelfde schaal getekend.
Welke van de weergegeven organismen kan of welke kunnen door verbranding energie vrijmaken?
afbeelding
2/3 Energie in een ecosysteem.
Zie figuur A 316 van de bijlage.
Welke van de organismen, die in de afbeelding weergegeven zijn, maken deel uit van de stikstofkringloop?
afbeelding
3/3 Energie in een ecosysteem.
Welke van de onderstaande beweringen over de energie in een ecosysteem is of welke zijn juist?
I. Een ecosysteem blijft alleen bestaan als er voortdurend nieuwe energie van buiten het ecosysteem wordt opgenomen.
II. Een ecosysteem verliest voortdurend energie in de vorm van verbrandingswarmte.
1/5 De Noordzee.
Zie figuur B 3404 van de bijlage.
In de afbeelding is een deel van een voedselweb van de Noordzee weergegeven. De pijlen naar het schip geven aan dat er ook organismen door de mens gevangen en gegeten worden.
De Noordzee is nogal troebel. Dit wordt veroorzaakt door de grote hoeveelheden plankton. Plankton bestaat uit zeer kleine dierlijke en plantaardige organismen.
Behoort dierlijk plankton tot de consumenten of tot de producenten?
En plantaardig plankton?
afbeelding
afbeelding
2/5 De Noordzee.
Zie figuur B 3422 van de bijlage.
In de afbeelding is een organisme uit het plankton weergegeven.
Behoort dit organisme tot dierlijk of tot plantaardig plankton? Noem een kenmerk waaraan je dat kunt zien.
afbeelding
3/5 De Noordzee.
Zie figuur B 3404 van de bijlage.
Schrijf uit het voedselweb van de afbeelding een voedselketen op van vijf soorten organismen.
afbeelding
4/5 De Noordzee.
Zie figuur B 3404 van de bijlage.
Twee beweringen naar aanleiding van het voedselweb van de afbeelding zijn:
I. Er is meer haring dan kabeljauw in de Noordzee, omdat haring minder ver in de voedselketen staat.
II. Er is meer haring dan kabeljauw in de Noordzee, omdat alleen kabeljauw door zeehonden wordt gegeten.
Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?
afbeelding
5/5 De Noordzee.
Zeehonden eten vooral veel aan het eind van de zomer. Daardoor wordt een dikke vetlaag opgebouwd voor de winter.
Noem twee functies van deze vetlaag.
1/4 Een weidegebied als ecosysteem.
Op aarde komen verschillende ecosystemen voor. Een weidegebied is een voorbeeld van een ecosysteem.
In een weidegebied komen onder andere de organismen voor die in de tabel hieronder zijn weergegeven.
afbeelding
Welke van deze organismen vormen samen een levensgemeenschap in dit weidegebied ?
2/4 Een weidegebied als ecosysteem.
afbeelding
Welke van de genoemde organismen in dit weidegebied leggen energie uit zonlicht vast?
3/4 Een weidegebied als ecosysteem.
afbeelding
In het weidegebied komen verschillende voedselketens voor.
Noem twee voedselketens die elk gevormd worden door minimaal drie van de genoemde organismen.
4/4 Een weidegebied als ecosysteem.
Wat is de rol van de bodembacteriën in dit weidegebied?
1/2 Aquarium.
Zie figuur B 1607 van de bijlage.
Ankie heeft een aquarium met twee goudvissen gekocht. Het aquarium is weergegeven in de afbeelding.
De aquariumlamp brandt 12 uur per dag. Ankie geeft de vissen goed te eten en toch gaan ze na een paar dagen dood. Van de biologieleraar krijgt zij het advies ook enkele planten in het aquarium te zetten.
Leg uit dat vissen in het aquarium mèt planten en voldoende licht meestal langer blijven leven dan zònder planten.
afbeelding
2/2 Aquarium.
Ankie wil nieuwe vissen kopen. Ze wil nu graag tropische vissen hebben. Een vriendin van Ankie zegt dat ze toch beter weer goudvissen kan nemen. "Dan heb je geen verwarming nodig. Dat kost je minder geld en het is nog beter voor het milieu ook."
Leg met twee verschillende argumenten uit wat de vriendin bedoelt met de opmerking: "Het is nog beter voor het milieu ook."