Oefentoets Biologie: Biologie algemeen | VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Biologie algemeen

17/20 Beroepsziekten.
Zie figuur B 2969 van de bijlage.

Martin heeft in de vakantie op een boerderij gewerkt. Hij voelt zich al weken niet lekker. De huisarts laat onderzoeken of zich in zijn bloed leptospirosen bevinden. In het laboratorium worden twee druppels bloed op een glaasje gelegd: druppel P en druppel Q. Aan beide bloeddruppels wordt wat vloeistof toegevoegd: aan druppel P vloeistof met antistoffen tegen melkerskoorts en aan druppel Q vloeistof met antistoffen tegen modderkoorts (zie de afbeelding).
Naar aanleiding van de uitslag van dit bloedonderzoek wordt vastgesteld dat Martin besmet is met melkerskoorts.

In welke druppel hebben de antistoffen een reactie veroorzaakt?

afbeeldingafbeelding

Biologie algemeen

18/20 Beroepsziekten.

In de informatie worden verschillende beroepsziekten genoemd.

Welke ziekte wordt veroorzaakt door een virus?

Biologie algemeen

19/20 Beroepsziekten.

Uit de informatie blijkt dat bij het ontstaan van RSI onder andere het spierstelsel en het zenuwstelsel betrokken zijn.

Welke twee andere orgaanstelsel spelen hierbij ook een rol volgens de tekst?

Biologie algemeen

20/20 Beroepsziekten.

Bij RSI denken veel mensen aan het werken met computers.

Leg uit dat RSI ook kan ontstaan bij het werken aan een lopende band.

Biologie algemeen

1/6 Wetenschappelijk onderzoek.

VETCONTROLEHORMOON GEEFT SEIN VOOR PUBERTEIT.

Amerikaanse wetenschappers menen het antwoord te hebben gevonden op de vraag waardoor het komt dat de puberteit begint. Volgens dr. Chebab komt het erop neer dat ‘een meisje een bepaald gewicht moet bereiken voordat haar hersenen het sein krijgen dat ze klaar is om zich voort te planten'. Dan komt er volgens hem een stroom gebeurtenissen op gang die uiteindelijk leidt tot seksuele volwassenheid. Het seintje in de hersenen is afkomstig van een hormoon dat de vetopname in het lichaam beperkt. De ontdekking van de biologische rol van het hormoon bij het begin van de puberteit is misschien wel van heel groot gewicht voor het verloop van de voortplanting.
Chebab werd op het idee gebracht toen hij een onderzoek naar dikke en magere muizen verrichtte.

(Haagsche Courant, 14 januari 1997).

Zie volgende scherm

Biologie algemeen

2/6 Wetenschappelijk onderzoek.

In het artikel wordt een onderzoek beschreven.

Geef de probleemstelling.

Biologie algemeen

3/6 Wetenschappelijk onderzoek.

Geef de hypothese (het antwoord dat de onderzoeker zelf bedenkt).

Biologie algemeen

4/6 Wetenschappelijk onderzoek.

SLECHTE PILSLIKKERS

Het hoge aantal tienermoeders in Groot-Brittannië is niet uitsluitend het gevolg van schaamte om advies in te winnen, zoals lange tijd is gedacht. Uit een onderzoek van de Universiteit van Nottingham is gebleken dat 37,5 procent van de Britse tienermoeders zwanger wordt hoewel ze de pil voorgeschreven hebben gekregen.
Driekwart van de 240 ondervraagden heeft in het jaar voor de zwangerschap aan de huisarts informatie gevraagd over anticonceptie. De helft van hen kreeg vervolgens de pil voorgeschreven, zeggen de onderzoekers.[...]

(Trouw, 19 augustus 2000).

Zie volgende scherm

Biologie algemeen

5/6 Wetenschappelijk onderzoek.

In het artikel wordt een onderzoek beschreven.

Geef de hypothese.

Biologie algemeen

6/6 Wetenschappelijk onderzoek.

Wordt de hypothese bewezen of verworpen? Leg je antwoord uit.

Biologie algemeen

1/2 Een merel.
Zie figuur B 3844 van de bijlage.

In de afbeelding is een merel te zien die een regenworm vangt.

Als we over een merel praten, hebben we het dan over een cel, een weefsel of een organisme?

afbeeldingafbeelding

Biologie algemeen

2/2 Een merel.

Bij het eten neemt de merel stoffen op en verandert deze in andere stoffen. Stoffen veranderen in andere stoffen is een levenskenmerk.

Noem twee andere levenskenmerken dan stoffen veranderen in andere stoffen.

Biologie algemeen

1/2 Levenskenmerken.
Zie figuur B 3125 van de bijlage.

Bekijk de afbeelding.

Welk levenskenmerk is hier uitgebeeld?

afbeeldingafbeelding

Biologie algemeen

2/2 Levenskenmerken.

Noem twee andere levenskenmerken dan bewegen, stoffen uitscheiden en voortplanten.

Biologie_algemeen

Warming-up.

Welk levenskenmerk wordt hier uitgebeeld?

afbeeldingafbeelding

Biologie_algemeen

Boomalg.
Zie figuur B 4559 van de bijlage.

Het omzetten van stoffen, zoals bij de fotosynthese, wordt stofwisseling genoemd. Stofwisseling is een levenskenmerk.

Geef twee andere levenskenmerken die bij boomalgen kunnen voorkomen.

afbeeldingafbeelding

Biologie_algemeen

Het nijlpaard.

Ademhalen is een levenskenmerk.

Noem nog twee levenskenmerken die bij een nijlpaard kunnen voorkomen.

Biologie_algemeen

De dingo.

Ademhalen is een levenskenmerk.

Schrijf twee andere levenskenmerken op van een dingo.

Biologie algemeen

Blaasproblemen.

Mensen die regelmatig een blaasontsteking hebben, worden behandeld met een dagelijkse lage dosis antibiotica om een nieuwe ontsteking te voorkomen.
Onderzoekers in Finland hebben aangetoond dat ook stoffen uit veenbessen kunnen beschermen tegen een blaasontsteking.
Een Nederlandse onderzoekster wil nagaan of stoffen uit veenbessen even goed beschermen tegen blaasontsteking als antibiotica.

Schrijf een werkplan op waarmee dit onderzocht kan worden.

Biologie algemeen

Maagzweer.

Een wetenschapper wil onderzoeken of een nieuw medicijn helpt tegen de bacteriën die een maagzweer veroorzaken.
Hij kweekt de bacteriën op een voedingsbodem met het medicijn bij 37°C.
Op een andere voedingsbodem zonder medicijn kweekt hij bacteriën bij 4°C.

Welke fout maakt deze onderzoeker?