Oefentoets Biologie: Voortplanting - mens_algemeen | HAVO 1/HAVO 2/HAVO 3 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

Fasen van de geboorte.

Welke fase bij de geboorte komt eerst, de ontsluiting of de uitdrijving?
Welke fase bij de geboorte duurt het langst?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Fasen van de geboorte.

Drie fasen bij de geboorte zijn de ontsluiting, de uitdrijving en de nageboorte.

1. Tijdens welke van deze fasen treden persweeën op?
2. En tijdens welke van deze fasen verlaat het vruchtwater het moederlichaam?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Geslachtskenmerken bij de vrouw.

Hier volgt een aantal kenmerken van een vrouw:

1. menstrueren,
2. ovuleren,
3. het hebben van borsten,
4. het hebben van beharing rond de geslachtsorganen,
5. het hebben van eierstokken,
6. het hebben van een clitoris,
7. zwanger zijn.

Welke kenmerken worden gerekend tot de primaire geslachtskenmerken?

Voortplanting

Drie geslachtskenmerken bij meisjes.

Drie geslachtskenmerken die bij meisjes kunnen voorkomen zijn borsten, haargroei rond de geslachtsorganen en schaamlippen.

Welk van deze kenmerken is een secundair geslachtskenmerk of welke zijn secundaire geslachtskenmerken?

Voortplanting

Geslachtskenmerken bij jongens.

Drie geslachtskenmerken die bij jongens kunnen voorkomen zijn baardgroei, een penis en een zwaardere stem.

Welk van deze kenmerken is een secundair geslachtskenmerk of welke zijn secundaire geslachtskenmerken?

Voortplanting

Onderzoeksmethode naar afwijkingen bij een ongeboren kind.

Bij een bepaalde onderzoeksmethode naar afwijkingen bij een ongeboren kind wordt wat weefsel uit de placenta gehaald.

Hoe heet deze onderzoeksmethode?

Voortplanting

Een lekker gevoel.

Hoe wordt het lekkere gevoel bij een zaadlozing genoemd?
Hoe wordt het zelf opwekken van zo'n lekker gevoel genoemd?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Geslachtskenmerken bij de vrouw.

Hier volgt een aantal kenmerken van een vrouw:

1. menstrueren,
2. ovuleren,
3. het hebben van borsten,
4. het hebben van beharing rond de geslachtsorganen,
5. het hebben van eierstokken,
6. het hebben van een clitoris,
7. zwanger zijn.

Welke kenmerken worden gerekend tot de primaire geslachtskenmerken?

Voortplanting

Twee beweringen over tweelingen.

Twee beweringen over tweelingen zijn:

I. Voor het ontstaan van een eeneiige tweeling zijn twee spermacellen nodig.
II. Voor het ontstaan van een twee-eiige tweeling zijn twee spermacellen.

Voortplanting

Een tweeling.

Uit een bevruchte eicel ontstaat een tweeling. De eerstgeboren baby is een jongen.

Hoe groot is de kans dat de andere baby ook een jongen is?

Voortplanting

Twee beweringen over tweelingen.

Twee beweringen over tweelingen zijn:

I. Als een tweeling bestaat uit een jongen en een meisje is deze tweeling altijd twee-eiig,
II. Als een tweeling bestaat uit twee meisjes is deze tweeling altijd ééneiig.

Voortplanting

Een tweeling.

Uit één bevruchte eicel ontstaat een tweeling. De eerstgeboren baby is een jongen.

Hoe groot is de kans dat de andere baby óók een jongen is?

Voortplanting

Een tweeling: een meisje en een jongen.

Als van een tweeling het ene kind een meisje en het andere kind een jongen is dan

Voortplanting

Een eeneiige tweeling.

Een eeneiige tweeling is ontstaan uit één eicel

Voortplanting

Eeneiige tweelingen.

Kinderen die als eeneiige tweeling zijn geboren

Voortplanting

Een twee-eiige tweeling.

Een twee-eiige tweeling kan ontstaan, wanneer

Voortplanting

Het ontstaan van een eeneiige tweeling.

Voor het ontstaan van een eeneiige tweeling is bevruchting nodig van

Voortplanting

Twee beweringen over tweelingen.

Twee beweringen over tweelingen zijn:

I. een eeneiige tweeling bestaat altijd uit twee jongens of uit twee meisjes;
II. een twee-eiige tweeling bestaat altijd uit een jongen en een meisje.

Voortplanting

Twee beweringen over tweelingen.

Twee beweringen over tweelingen zijn:

I. Voor het ontstaan van een eeneiige tweeling zijn twee spermacellen nodig.
II. Voor het ontstaan van een twee-eiige tweeling zijn twee spermacellen nodig.

Voortplanting

Tijdens de zaadlozing.

Urine is zaaddodend.

Hoe wordt tijdens de zaadlozing een urinelozing voorkomen?