Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Territoriumgedrag. Zie figuur A 842 van de bijlage.
Professor Tinbergen heeft proeven gedaan waarbij hij het territoriumgedrag van stekelbaarsjes onderzocht. Hij maakte modellen en keek vervolgens of stekelbaarsmannetjes tegen deze modellen dreiggedrag vertoonden of niet. In de afbeelding is voor de verschillende modellen die bij de proeven werden gebruikt, aangegeven wat de resultaten waren. Naar aanleiding van dit experiment worden de volgende conclusies overwogen.
1. Dit stekelbaarsmannetje kan alleen de kleur rood waarnemen. 2. Het rood aan de onderkant van de modellen wekt bij dit stekelbaarsmannetje dreiggedrag op. 3. De vorm van de gebruikte modellen speelt geen rol bij het opwekken van dreiggedrag bij dit stekelbaarsmannetje.
Welke van deze conclusie kan of welke conclusies kunnen uit de resultaten van het experiment worden afgeleid?
afbeelding
Gedrag
Roodborstje fluit.
Een roodborstmannetje zit te fluiten bij zijn nest. Hiermee geeft het dier zijn territorium aan. Plotseling verandert het roodborstmannetje zijn gedrag. Het wijsje dat hij fluit verandert en het roodborstmannetje neemt een dreighouding aan.
Wat kan de oorzaak zijn van de gedragsverandering?
Gedrag
Slapende hond.
Een hond ligt in zijn mand te slapen. In de keuken wordt zijn eten klaargemaakt. De hond spitst zijn oren (1), springt op (2) en loopt naar de keuken (3). Bij het zien van zijn eten begint hij te kwijlen (4).
Welke van de aangegeven gebeurtenissen behoren tot het gedrag van de hond?
Gedrag
Gedrag.
Twee leerlingen doen een uitspraak over gedrag. Sara zegt dat een kind dat ligt te slapen gedrag vertoont. Ton zegt dat een koe die gras eet gedrag vertoont.
Wie heeft (hebben) gelijk?
Gedrag
Broedzorg.
Bepaalde vissen houden hun jongen dicht bij elkaar door middel van een opvallende zigzaggende manier van zwemmen. Deze manier van zwemmen zet de jongen aan tot volgen. Als de ene ouder de andere aflost, moeten beide op een bepaalde manier zwemmen om te verhinderen dat de jongen uit elkaar gaan.
Moet de ouder die uit de groep vertrekt in rechte lijn zwemmen of zigzaggend? En moet de ouder die de groep binnenkomt in rechte lijn zwemmen of zigzaggend?
afbeelding
Gedrag
Futengedrag. Zie figuur B 3303 van de bijlage.
In de vorige eeuw beschreef een Engelse onderzoeker het gedrag van futen. Bij deze watervogels zag hij onder andere de zogenaamde pinguïndans. Hierbij zwemmen een mannetje en een vrouwtje, vóór het leggen van de eieren, op een bepaalde manier naar elkaar toe. Ze hebben waterplanten in hun snavel en komen borst-aan-borst omhoog uit het water.
Tot welk type gedrag behoort de pinguïndans?
afbeelding
Gedrag
Roodborstje baltst.
Een roodborstmannetje zit te fluiten bij zijn nest. Hiermee geeft het dier zijn territorium aan. Plotseling verandert het roodborstje zijn gedrag. Het wijsje dat hij fluit verandert en het dier wordt onrustig. Het roodborstmannetje vertoont nu baltsgedrag.
Wat kan de oorzaak zijn van de gedragsverandering?
Gedrag
Lichaamsverzorging.
Peter wil onderzoeken of zijn kat zijn vacht vooral likt als hij zit of staat. Hij heeft in tabel 1 en 2 de volgende gegevens genoteerd.
afbeelding
afbeelding
Wat stelt tabel 1 voor? En wanneer likt de kat vooral zijn vacht?
Gedrag
Lichaamsverzorging.
Peter wil onderzoeken of zijn kat zijn vacht vooral likt als hij zit of staat. Hij heeft in tabel 1 en 2 de volgende gegevens genoteerd.
afbeelding
afbeelding
Wat stelt tabel 2 voor? En wanneer likt de kat vooral zijn vacht?
Gedrag
Pikkende kippen. Zie figuur A 782 van de bijlage.
In een groep kippen is een bepaalde rangorde. Deze rangorde, de zogenaamde pikorde, bepalen de kippen door elkaar te pikken. De meest gepikte kip staat onderaan in de pikorde. Aan de hand van een ethogram wordt van vijf kippen de pikorde bepaald. Het resultaat is in de afbeelding weergegeven. Een pijl wijst naar de kip die door een ander wordt gepikt.
Bepaal met behulp van de afbeelding de pikorde van de kippen.
Welke kip staat bovenaan in de pikorde? En welke kip staat als derde in de pikorde?
bovenaan: kip gat als derde: kip gat
afbeelding
Gedrag
Kippengedrag.
De familie Akkermans heeft in de tuin een kippenhok met acht hennen en een haan. Na enkele maanden willen ze nog drie hennen van hetzelfde ras erbij kopen. De kippenhandelaar raadt ze af dit te doen. "De hennen zullen ongetwijfeld met elkaar gaan vechten", zegt hij.
Waardoor zullen de hennen met elkaar gaan vechten?
Gedrag
Kippengedrag.
In een groep kippen vinden tussen de hennen vaak felle gevechten plaats.
Waartoe dienen deze gevechten?
Gedrag
Wasbeergedrag. Zie figuur B 3639 van de bijlage.
Een wasbeer die wordt aangevallen, zet zijn haren overeind (zie de afbeelding).
Wat voor gedrag vertoont de wasbeer?
afbeelding
Gedrag
Haaiengedrag.
Haaien vallen meestal geen mensen aan. Zij beschouwen mensen niet als prooidieren. Toch zijn er mensen die vervelende ervaringen hebben met haaien. Soms vallen haaien langs de Amerikaanse kust mensen aan die rustig liggen te dobberen op hun surfplank. Onlangs meenden duikers een verklaring voor dit gedrag van de haaien te hebben gevonden. Van onderaf gezien lijkt een surfer met de benen naast de surfplank op een zeehond. Zeehonden staan wel op het menu van haaien. In het beschreven aanvalsgedrag van de haaien spelen motiverende factoren en prikkels een rol.
Wat is de motiverende factor voor het aanvalsgedrag van een haai? En wat is de prikkel?
afbeelding
Gedrag
Scholeksters. Zie figuur B 3644 van de bijlage.
Scholeksters rollen eieren die uit het nest zijn gerold, terug in het nest. Bij onderzoek is gebleken dat zij grotere namaakeieren eerder in het nest rollen dan de eigen eieren (zie de afbeelding). De namaakeieren hebben hetzelfde kleurpatroon als de eigen eieren.
Naar aanleiding van deze gegevens worden de volgende beweringen gedaan.
1. Het grote namaakei is een supranormale prikkel voor de scholekster, het normale ei niet. 1. Een eigen ei is een motiverende factor voor de scholekster, het grote namaakei niet.
Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?
afbeelding
Gedrag
Pauwen pronken. Zie figuur B 3640 van de bijlage.
Een mannetjespauw zet de staartveren op bij het zien van een vrouwtje (zie de afbeelding).
Spelen bij dit gedrag van het mannetje motiverende factoren een rol? En spelen bij dit gedrag van het mannetje prikkels een rol?
afbeelding
Gedrag
Een stripfiguur. Zie figuur B 3641 van de bijlage.
De afbeelding komt uit de strip 'Jan, Jans en de kinderen'. Het jongetje heet Jeroen, het meisje Catootje.
Komt het gedrag van Jeroen overeen met het traditionele man-vrouwrolpatroon? En komt het gedrag van Catootje overeen met het traditionele man-vrouwrolpatroon?
afbeelding
Gedrag
Zuigen van een kalf.
Bij een bepaald gedrag is er altijd sprake van een prikkel en van een respons. Als een kalf honger heeft, gaat het zuigen.
Is honger voor het kalf hier een prikkel of een respons? Is zuigen voor het kalf hier een prikkel of een respons?
Gedrag
Lifter. Zie figuur B 1099 van de bijlage.
Een lifter staat naast een weg bij Venlo. Hij wil naar Nijmegen. Er komt een auto aan. De lifter maakt het bekende liftersgebaar. De bestuurder van de auto ziet dit en stopt om de lifter mee te nemen.
Op welke uitwendige prikkel reageert de lifter door het maken van het liftersgebaar?
afbeelding
Gedrag
Boze buurman. Zie figuur B 2088 van de bijlage.
De afbeelding stelt een boze man voor, die zijn vuist schudt naar een buurmeisje. Ze heeft zojuist per ongeluk een van zijn ruiten ingegooid. Het buurmeisje vlucht weg als ze het gebaar van de buurman ziet.
Is het schudden van de vuist een prikkel voor de man, of een respons? En is het schudden van de vuist een prikkel voor het meisje, of een respons?