Assimilatie
Suikerproductie bij een aarbeiplant.
Van welk gas uit de lucht en welke stof(fen) uit de bodem maakt de aardbeiplant suiker?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Suikerproductie bij een aarbeiplant.
Van welk gas uit de lucht en welke stof(fen) uit de bodem maakt de aardbeiplant suiker?
afbeelding
Kiemplantjes van een boon in ontwikkeling.
Zie figuur B 775 van de bijlage.
De tekeningen stellen vier kiemplantjes van een boon voor in verschillende stadia van ontwikkeling.
In welk of in welke van deze kiemplantjes kan er glucose worden gemaakt uit water en koolstofdioxide?
afbeelding
Beweringen over planten met bladgroen.
Welke van de volgende beweringen over planten met bladgroen is juist?
Opbouw van koolhydraten uit anorganische stoffen.
Planten met bladgroen zijn in staat koolhydraten op te bouwen uit anorganische stoffen.
Voor dit proces zijn twee grondstoffen nodig.
Welke grondstof voor dit proces halen de planten uit de lucht?
Is dit proces een verbrandingsproces?
afbeelding
Fotosynthese in de afgeplukte bladeren.
Zie figuur B 2016 van de bijlage.
In een glazen bak met water staan twee omgekeerde jampotten op een paar klosjes.
In beide potten zit een beetje vocht, in iedere pot even veel.
In pot 1 drijven enkele groene bladeren op het water. De bak staat in het licht.
Na verloop van tijd is het water in pot 1 gezakt en in pot 2 niet (zie tekening).
Dit komt doordat in pot 1 zuurstof gevormd is.
Is uit de gegevens af te leiden dat in de afgeplukte bladeren fotosynthese is opgetreden?
Is in de bladeren glucose gevormd?
afbeelding
afbeelding
Fotosynthese-activiteit in vier proefopstellingen.
Zie figuur B 1850 van de bijlage.
De afbeelding geeft een bepaalde proefopstelling weer.
In vier van dergelijke proefopstellingen (P, Q, R en S) wordt gedurende een uur de fotosynthese-activiteit gemeten onder de volgende omstandigheden:
- deze proefopstelling staat in een helder verlichte ruimte met een temperatuur van 20°C.
De resultaten van deze vier proeven worden uitgezet in een diagram.
Zie figuur B 1870 van de bijlage.
Welk diagram uit de afbeelding kan de resultaten juist weergeven?
afbeelding
afbeelding
Fotosynthese in drie organismen.
Zie figuur B 1871 van de bijlage.
De afbeelding geeft drie organismen weer.
In welke van deze organismen kan fotosynthese voorkomen?
afbeelding
Fotosynthese als proces.
Fotosynthese (koolstofassimilatie) is een proces, waarbij
Fotosynthese & factoren.
De fotosynthese (koolstofassimilatie) in de bladgroenkorrels van planten is afhankelijk van de volgende factoren.
Fotosynthese in een klimopplant.
Bij een klimopplant worden cellen van bovengrondse delen vergeleken met cellen van ondergrondse delen.
In welke cellen kan fotosynthese plaatsvinden?
Beweringen over fotosynthese.
Hieronder volgen vier beweringen over fotosynthese:
1. Als grondstoffen voor de fotosynthese worden water en zuurstof uit het milieu opgenomen;
2. De energie voor de fotosynthese wordt geleverd door licht;
3. Fotosynthese kan alleen plaatsvinden in landplanten;
4. Een plant kan door fotosynthese in gewicht toenemen.
Welke van deze beweringen zijn juist?
Planten met bladgroen & koolhydraten.
Planten met bladgroen zijn in staat koolhydraten te vormen uit anorganische stoffen. Voor dit proces zijn twee grondstoffen nodig.
I. Als grondstof voor dit proces halen deze planten koolstofdioxide uit de lucht.
II. De energie die voor dit proces nodig is, wordt geleverd door glucose.
Planten met bladgroen en koolhydraten.
Planten met bladgroen zijn in staat koolhydraten te vormen uit anorganische stoffen.
I. Dit proces kan alleen in landplanten voorkomen.
II. Dit proces is een verbrandingsproces.
Een plant in een afgesloten ruimte.
In een afgesloten, met lucht gevulde ruimte staat een plant. Deze plant beschikt in voldoende mate over koolstofdioxide, water en zuurstof. Na enige tijd blijkt de plant meer glucose en zetmeel te bevatten dan daarvoor.
I. In de afgesloten ruimte is de hoeveelheid koolstofdioxide zeker ook toegenomen.
II. In de afgesloten ruimte is de hoeveelheid zuurstof zeker ook toegenomen.
Jonge boonplant met fotosynthese.
Zie figuur B 3448 van de bijlage.
In de afbeelding is een jonge boonplant getekend. In deze plant vindt fotosynthese plaats.
In welk of in welke van de genummerde delen vindt in dit stadium fotosynthese plaats?
afbeelding
Beweringen over fotosynthese.
Vier beweringen over fotosynthese zijn:
1. voor fotosynthese is onder andere water en zuurstof nodig;
2. licht levert de energie voor fotosynthese;
3. bij fotosynthese ontstaan alleen organische stoffen;
4. alleen in landplanten kan fotosynthese plaatsvinden.
Welke bewering is juist?
Een plant met bladgroen & glucoseproductie.
Een plant met bladgroen kan glucose produceren uit anorganische stoffen.
Welke van de volgende stoffen worden hierbij verbruikt?
Groene planten in het donker.
Als men groene planten enige dagen in het donker plaatst en de overige milieufactoren niet verandert, dan zullen die planten
Fotosynthese & vastleggen van energie.
Bij de fotosynthese wordt door planten met bladgroen lichtenergie vastgelegd in een bepaalde stof.
Welke stof is dat?
Proef met waterpest.
Zie figuur B 2191 van de bijlage.
De tekeningen geven het resultaat van een proef weer. Onder de trechter bevindt zich in beide bakken evenveel waterpest. De reageerbuizen die omgekeerd op de trechters staan, waren aan het begin van de proef geheel gevuld met kraanwater. Beide bakken stonden even lang in dezelfde hoeveelheid licht.
In bak 2 is aan het water extra koolstofdioxide toegevoegd.
Na verloop van tijd bleek zich in de reageerbuis van bak 2 meer zuurstof te hebben verzameld dan in de reageerbuis van bak 1.
Welke van onderstaande conclusies uit deze proef is juist?
afbeelding