Oefentoets Biologie: Osmose_diffusie - Osmose_diffusie | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 7 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

7

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Osmose

Cel van een ui in een zoutoplossing.
Zie figuur B 87 van de bijlage.


In de tekening is een cel van een ui afgebeeld, die al enige tijd in een zoutoplossing ligt en waarvan de vacuole nog steeds inkrimpt.

Uit deze gegevens kan men afleiden dat de osmotische waarde

afbeeldingafbeelding

Osmose

Plantencellen zoutoplossingen van verschillende concentraties.
Zie figuur B 84 van de bijlage.

Twee gelijke plantencellen worden in zoutoplossingen van verschillende concentraties gelegd. De cellen zien er hierna uit zoals in de tekeningen is aangegeven.

Bij welke cel is de osmotische waarde van de omringende zoutoplossing het laagst?
Bij welke cel is de osmotische waarde van het vacuolevocht het laagst?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Osmose

Plantencel in 3 verschillende oplossingen.
Zie figuur B 74 van de bijlage.

Een cel van een plant bevindt zich in een oplossing. Na 10 minuten wordt deze oplossing vervangen door een tweede met een andere osmotische waarde.
Na opnieuw 10 minuten wordt deze oplossing vervangen door een derde waarvan de osmotische waarde verschilt van de andere twee.
De tekeningen geven in willekeurige volgorde aan hoe de cel er in de drie oplossingen uitzag.

Welke oplossing heeft de hoogste osmotische waarde en welke de laagste?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Osmose

Verandering osmotische waarde in twee epidermiscellen.
Zie figuur B 1181 van de bijlage.

Van twee epidermiscellen van een ui was de osmotische waarde van het vacuolevocht gelijk. In de tekening zijn de twee cellen weergegeven, nadat zij even lang in zoutoplossingen met verschillende concentraties gelegen hebben.

Uit deze situatieschets kan men afleiden, dat de osmotische waarde

afbeeldingafbeelding

Osmose

Toename van de osmotische waarde van sluitcellen.

Bij de fotosynthese in de sluitcellen van een huidmondje wordt glucose gevormd, waardoor de osmotische waarde van deze cellen toeneemt.

Wordt door de hieronder genoemde processen deze toename van de osmotische waarde van deze cellen tegengegaan?

proces 1: dissimilatie van glucose.
proces 2: omzetting van glucose in zetmeel.

afbeeldingafbeelding

Osmose

Plantaardig weefsel in 3 verschillende oplossingen.

Drie stukjes weefsel van dezelfde plant worden in oplossingen van verschillende concentraties gelegd.
In oplossing 1 zijn de cellen turgescent, in oplossing 2 verkeren de cellen in grensplasmolyse en in oplossing 3 zijn de cellen geplasmolyseerd.

In welk van deze oplossingen is de osmotische waarde van het vacuolevocht van de cellen gelijk aan de osmotische waarde van het vocht in de celwanden?

Osmose

Osmose in plantenweefsel.

Drie stukjes weefsel van dezelfde plant worden in oplossingen van verschillende concentraties gelegd.
In oplossing 1 zijn de cellen turgescent, in oplossing 2 verkeren de cellen in grensplasmolyse en in oplossing 3 zijn de cellen geplasmolyseerd.

In welk van deze oplossingen is de osmotische waarde van het vacuolevocht van de cellen hoger dan de osmotische waarde van het vocht in de celwanden?