Mens en Milieu
Vruchtwisseling.
Men past in de biologische landbouw vruchtwisseling toe
I. om de juiste verhouding van mineralen in de grond te handhaven
II. om ziekten door bodemorganismen tegen te gaan
Deze oefentoets bevat 48 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
48
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Vruchtwisseling.
Men past in de biologische landbouw vruchtwisseling toe
I. om de juiste verhouding van mineralen in de grond te handhaven
II. om ziekten door bodemorganismen tegen te gaan
Landbouwmethode.
Welke landbouwmethode in Nederland wordt gekenmerkt door grote bedrijven met erg veel grond?
Landbouwmethode.
Bij het telen van voedingsgewassen worden onder andere de volgende activiteiten verricht.
1. Het land wordt bemest met kunstmest.
2. De bodem wordt geploegd en geëgd.
3. Het onkruid tussen de voedingsgewassen wordt verwijderd.
Welke van deze activiteiten hebben als doel de opbrengst van de gewassen te verbeteren?
Landbouwmethode.
Hieronder staan drie antwoorden op de vraag, waarom veel tuinbouw in Nederland in kassen plaatsvindt.
1. Omdat in kassen kan worden gezorgd voor optimale omstandigheden voor de groei van planten.
2. Omdat het verbouwen van producten in kassen weinig energie kost.
3. Omdat de producten van de glastuinbouw het hele jaar door zijn te oogsten.
Welk(e) van deze antwoorden is (zijn) juist?
Biologische landbouw.
In de biologische landbouw wordt nooit twee jaar achter elkaar hetzelfde gewas op een bepaald stuk land verbouwd.
Twee beweringen over wat men vooral met deze maatregel wil voorkomen:
I. Men wil hiermee eenzijdig gebruik van mineralen voorkomen.
II. Men wil hiermee verspreiding van plantenziekten voorkomen.
Landbouwmethode.
Voor welke landbouwmethode in Nederland geldt dat ze milieuvriendelijker is dan de andere landbouwmethoden?
Landbouwmethode.
Vier landbouwmethoden in Nederland zijn: de akkerbouw, de biologische landbouw, de intensieve veehouderij en de tuinbouw.
Voor welke van deze landbouwmethoden geldt dat de producten meestal iets duurder zijn dan de producten van de andere landbouwmethoden?
Landbouwmethode.
Bij het telen van voedingsgewassen worden onder andere de volgende activiteiten verricht.
1. De bodem wordt bewerkt.
2. Het land wordt bemest met stalmest.
3. Er wordt gespoten tegen onkruid.
Welke van deze activiteiten hebben als doel de opbrengst van de gewassen te verbeteren?
Landbouwmethode.
Groenten kunnen worden verbouwd in de akkerbouw, in de tuinbouw en in de biologisch landbouw.
Bij welke van deze landbouwmethoden worden veel chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt?
1/3 Methoden om de opbrengst te verbeteren.
Bij het kweken van voedingsgewassen verbetert de mens de opbrengst van het gewas onder andere met de volgende drie methoden:
1. Het zo gunstig mogelijk maken van het abiotisch milieu.
2. Het tegengaan van concurrenten van deze gewassen.
3. Ervoor zorgen dat de gebruikte planten ongevoelig zijn voor plantenziekten.
Tot welke methode rekenen we het gebruik van onkruidbestrijdingsmiddelen?
2/3 Methoden om de opbrengst te verbeteren.
Bij het kweken van voedingsgewassen verbetert de mens de opbrengst van het gewas onder andere met de volgende drie methoden:
1. Het zo gunstig mogelijk maken van het abiotisch milieu.
2. Het tegengaan van concurrenten van deze gewassen.
3. Ervoor zorgen dat de gebruikte planten ongevoelig zijn voor plantenziekten.
Tot welke methode rekenen we bemesting?
3/3 Methoden om de opbrengst te verbeteren.
Zie figuur B 1972 van de bijlage.
Bij het kweken van voedingsgewassen verbetert de mens de opbrengst van het gewas onder andere met de volgende drie methoden:
1. Het zo gunstig mogelijk maken van het abiotisch milieu.
2. Het tegengaan van concurrenten van deze gewassen.
3. Ervoor zorgen dat de gebruikte planten ongevoelig zijn voor plantenziekten.
Tot welke methode rekenen we het afdekken van planten met plastic tunnels vooral?
afbeelding
1/4 Champignonteelt.
In Nederland worden per jaar ongeveer 165 miljoen kilo champignons geteeld.
Champignons worden in donkere ruimtes geteeld op een voedingsbodem van mest vermengd met stro. Het mengsel van mest en stro wordt op speciale bedrijven voor de telers voorbewerkt. Het wordt daar vochtig gemaakt en belucht, waarna reducenten het mengsel gedeeltelijk afbreken.
Noem twee groepen reducenten.
2/4 Champignonteelt.
Leg uit door welke eigenschap champignons in het donker geteeld kunnen worden.
3/4 Champignonteelt.
Een deel van de oogst van de champignons wordt meteen vers verkocht.
Een ander deel wordt gesteriliseerd en in potten of blikken verkocht.
Leg uit wat de functie is van het steriliseren van de champignons.
4/4 Champignonteelt.
Voordat een champignonteler het mengsel van mest en stro als voedingsbodem gebruikt, wordt het mengsel door verhitting gepasteuriseerd.
Wat gebeurt er door de verhitting bij pasteurisatie?
Leg uit hoe de pasteurisatie de opbrengst van champignons vergroot.
1/8 Kasgroente.
In een voorlichtingsfolder staat het volgende artikel:
Gemiddeld kost het kweken van kasgroenten elf keer zoveel energie als het kweken van dezelfde groenten buiten op het veld. Sommigen vinden het kweken van kasgroenten dan ook milieu-onvriendelijk. Een ander probleem bij kasgroente is het hoge nitraatgehalte van sommige soorten. De planten in een kas krijgen veel nitraat toegediend. Het in water oplosbare nitraat is voor planten een voedingszout. Vooral bladgroenten nemen er erg veel van op. Ze gebruiken het nitraat voor het maken van eiwitten. Als er niet voldoende zonlicht is, wordt er
maar weinig van het nitraat verbruikt. Zo kan er zelfs in een verlichte kas nog veel nitraat in de planten overblijven.
Voor mensen is nitraat op zich niet schadelijk. Het nitraat kan in het lichaam echter worden omgezet in stoffen die wel slecht zijn voor de gezondheid.
Bij het kweken van groenten in een kas wordt meer energie verbruikt dan bij het kweken buiten.
Noem twee oorzaken van het hogere energieverbruik bij het kweken in een kas.
2/8 Kasgroente.
Neemt een plant nitraat vooral op met de bladeren, vooral met de wortels of met allebei ongeveer evenveel?
3/8 Kasgroente.
Water is voor de bladgroenten in de kas een abiotische factor.
Noem nog twee abiotische factoren die volgens de tekst belangrijk zijn voor de vorming van eiwitten in een plant.
4/8 Kasgroente.
Iemand eet een portie groente. Dit voedsel gaat door het verteringskanaal. Bij de vertering van de groente worden stoffen als nitraat opgenomen in het bloed. Verderop in het verteringskanaal wordt water aan de resten van de voedselbrij onttrokken. De onverteerbare delen van de planten gaan dan verder door de rest van het verteringskanaal. Enkele delen van het verteringskanaal van de mens zijn:
1. dikke darm,
2. dunne darm,
3. endeldarm,
4. twaalfvingerige darm.
In welke volgorde gaan de onverteerbare delen van de planten door deze delen van het verteringskanaal?
5/8 Kasgroente.
Bepaalde planten maken, met behulp van nitraat, een grote hoeveelheid eiwitten die ze opslaan.
In welke van de volgende plantendelen is het gehalte aan reservestoffen die met behulp van nitraat zijn gemaakt, het grootst?
6/8 Kasgroente.
Welke van de volgende beweringen over nitraat is of welke zijn juist op grond van bovenstaande tekst?
1. Bij kasgroenten gekweekt in de zomer is de kans op het voorkomen van veel nitraat groter dan bij kasgroenten gekweekt in de winter.
2. Nitraat uit voedsel wordt bij de mens vooral opgenomen vanuit de dikke darm.
7/8 Kasgroente.
Groente bestaat voor ruim de helft uit water. In de voedselbrij die in de darm uit deze groente ontstaat, is er in verhouding nog veel meer water. Dat water is niet alleen met het drinken en de zojuist gegeten groente opgenomen.
Waar komt veel van het water in de voedselbrij dan wel vandaan?
8/8 Kasgroente.
Nitraat kan vanuit het verteringskanaal in het bloed worden opgenomen.
Moeten verteringsenzymen nitraat bewerken voor het in het bloed kan worden opgenomen? Licht je antwoord toe.
1/15 Maïs.
INFORMATIE 1 HET AKKERBOUWBEDRIJF VAN HENK JANSEN
Henk Jansen heeft een akkerbouwbedrijf. Hij verbouwt meestal aardappelen, erwten. maïs en suikerbieten. Nu wil hij vooral maïs gaan verbouwen. Voordat bij gaat zaaien, wil hij weten of er voldoende mineralen voor de maïs in de bodem zitten. Henk neemt daarom bodemmonsters van de bovenste 25 centimeter van de bodem. In een laboratorium laat hij deze grond onderzoeken. Om extra stikstofzouten, waaronder nitraat, in de bodem te brengen verspreidt Henk gier, een mengsel van mest en urine. Bij het verspreiden van gier komt ammoniak in de lucht vrij.
INFORMATIE 2 MAÏSRASSEN
Maïs komt oorspronkelijk uit Midden-Amerika Maar het ras dat daar vroeger groeide wordt al lang niet meer verbouw. Door het kruisen van maïsplanten met verschillende kenmerken zijn nieuwe rassen ontstaan. Deze rassen hebben andere kenmerken dan de vroegere rassen. Zo zijn er rassen ontstaan met een grotere opbrengst, met een grotere weerstand tegen schimmelziekten, zoals stengelrot, of met een grotere weerstand tegen de kou.
Zie volgende scherm
2/15 Maïs.
INFORMATIE 3 KENMERKEN VAN BEPAALDE RASSEN VAN MAÏS
afbeelding
1
Hoe hoger het getal des te gunstiger het kenmerk
Zie volgende scherm
3/15 Maïs.
Zie figuur A 697 van de bijlage.
In afgebeelde diagram zijn zowel de groei van een maïsplant als het gemiddelde maandelijkse waterverbruik van een maïsplant weergegeven.
Om het mineralengehalte van zijn akker te laten bepalen neemt Henk grondmonsters van de bovenste 25 cm.
Leg uit waardoor voor de groei van maïsplanten vooral de hoeveelheid mineralen in de bovenste 25 cm grond van belang is.
afbeelding
4/15 Maïs.
Henk Jansen moet elk jaar opnieuw zijn akkers bemesten.
Noem twee manieren waarop mineralen uit de bodem van een maïsakker verdwijnen.
5/15 Maïs.
De gier die op de maïsakkers wordt verspreid, bevat veel stikstofzouten. Deze stikstofzouten worden door de maïsplanten opgenomen.
Voor welke stof of stoffen zijn stikstofzouten grondstoffen?
6/15 Maïs.
Bij het verspreiden van gier komt volgens de informatie een stof in de lucht vrij.
Veroorzaakt deze stof een toename van het broeikaseffect?
En veroorzaakt deze stof een toename van verzuring van de bodem?
7/15 Maïs.
Henk Jansen kiest uit een lijst van de zaadhandel een geschikt maïsras om in te zaaien (zie informatie 2 en 3). Het afgelopen jaar hadden zijn maïsplanten veel last van stengelrot. een schimmelziekte waarbij de stengels van de planten knikken. Ook was het vorig voorjaar koud, waardoor het toen gekozen maïsras niet goed kiemde. Dat wil Henk dit jaar niet laten gebeuren maar hij wil wel weer vroeg zaaien.
Welk maïsras kan Henk Jansen het best kiezen om in te zaaien? Noem drie argumenten voor je keuze.
8/15 Maïs.
Door het bewust kiezen van een maïsras met bepaalde kenmerken kan schade aan het milieu worden beperkt.
Leg uit dat door het verbouwen van het maïsras Brutu het milieu minder belast wordt dan door het verbouwen van het maïsras Sonia.
9/15 Maïs.
Enkele milieufactoren zijn: licht, temperatuur, water en zuurstof.
Welke van deze factoren zijn volgens informatie 4 van invloed op de kieming van maïs?
10/15 Maïs.
Vroeger werden in de buurt van pas ingezaaide maïsakkers regelmatig dode roofvogels gevonden. Bij onderzoek in een laboratorium werden dan vaak bestrijdingsmiddelen gevonden in de roofvogels. Terwijl roofvogels geen maïs eten.
Leg uit op welke manier de roofvogels de bestrijdingsmiddelen binnen hebben gekregen.
11/15 Maïs.
Zie figuur A 695 van de bijlage.
Zie figuur B 2863 van de bijlage.
In afbeelding A 695 is een maïsplant weergegeven.
In afbeelding B 2863 zijn maïsbloemen weergegeven.
Zijn de bloemen in afbeelding B 2863 mannelijk of vrouwelijk?
Bevinden deze maïsbloemen zich bij P of Q in de afbeelding A 695?
afbeelding
afbeelding
afbeelding
12/15 Maïs.
Niet alleen kiemplanten van maïs zijn gevoelig voor kou. Wanneer begin september nachtvorst optreedt valt de opbrengst bij de oogst vaak tegen.
Geef voor deze tegenvallende opbrengst een verklaring.
13/14 Maïs.
Als het stengeltje van een maïskiemplantje boven de grond komt, zijn de reservestoffen vrijwel verbruikt.
Op welke manier komt de plant in die situatie aan energierijke stoffen?
14/15 Maïs.
Zie figuur A 696 van de bijlage.
Maïsplanten kunnen schade oplopen als gevolg van vraat en ziekteverwekkers.
Vergelijk de indeling van de akker van Henk Jansen in 1996 met de indeling van de akker in 1997.
In welk jaar was de kans op schade door vraat en ziekte bij maïs het grootst? Leg je antwoord uit.
afbeelding
15/15 Maïs.
Zie figuur A 697 van de bijlage.
Een maïsplant verbruikte in juli een andere hoeveelheid water dan in september.
Lees uit het diagram van informatie 8 af hoe groot dit verschil in waterverbruik was.
Geef een verklaring voor het verschil met behulp van informatie 9.
afbeelding
1/6 Tomaten.
Tomaten worden in Nederland in kassen gekweekt. Onder gunstige omstandigheden kan de opbrengst per vierkante meter per jaar 50 kilo tomaten bedragen. In de kas regelt een computer de juiste hoeveelheid water met daarin opgeloste voedingszouten (mineralen).
In tomatenkassen worden vaak hommels losgelaten. Deze hommels vliegen van bloem naar bloem.
Om welke reden laten de tuinders hommels los in de kas?
2/6 Tomaten.
In tomatenkassen kan een insectensoort voorkomen die nogal wat schade kan aanrichten: de witte vlieg. Deze zuigt sap uit de bladeren van tomatenplanten.
Speciale bedrijven leveren aan de tuinders sluipwespen om de witte vlieg te bestrijden.
De sluipwespen leggen eitjes in de larven van de witte vlieg. De larven van de sluipwesp eten de larven van de witte vlieg op.
Hoe wordt deze vorm van bestrijding genoemd?
3/6 Tomaten.
Is de sluipwesp een consument of een reducent?
En de witte vlieg?
afbeelding
4/6 Tomaten.
Worden tomatenplanten in kassen tijdens de groei beïnvloed door abiotische factoren?
En worden ze beïnvloed door biotische factoren?
5/6 Tomaten.
Zie figuur B 3037 van de bijlage.
In de afbeelding is een schematische doorsnede van een bloem van een tomaat weergeven en een doorsnede van de tomaat weergegeven, die uit zo'n bloem is ontstaan.
Is deel P van de tomaat een overblijfsel van deel 1 of van deel 2 van de bloem?
Is deel Q van de tomaat ontstaan uit deel 3 of uit deel 4 van de bloem?
afbeelding
afbeelding
6/6 Tomaten.
De computer regelt ook de temperatuur, de vochtigheidsgraad en het koolstofdioxidegehalte in de kas. Het koolstofdioxidegehalte van de lucht in de kas is hoger dan het koolstofdioxidegehalte van de lucht rondom de aarde.
De extra koolstofdioxide wordt door de verwarmingsinstallatie geproduceerd en door een stelsel van slangen met gaatjes, door de kas verspreid. Door de koolstofdioxide niet buiten de kas te lozen, wordt extra verhoging van het koolstofdioxidegehalte voorkomen.
Noem een nadelig gevolg van een verhoging van het koolstofdioxidegehalte van de lucht rondom de aarde.
1/2 Eko-keurmerk.
Zie figuur B 3602 van de bijlage.
Verschillende aardappeltelers gaan over op de biologische teelt van aardappelen. Ze gebruiken geen kunstmest en zo weinig mogelijk chemische bestrijdingsmiddelen. Biologisch geteelde aardappelen zijn herkenbaar aan het EKO-keurmerk.
Een methode die het beste past bij het EKO-keurmerk is
afbeelding
2/2 Eko-keurmerk.
Bij de productie van chemische bestrijdingsmiddelen ontstaan stoffen die het milieu vervuilen. Ook het gebruik van zulke middelen heeft schadelijke gevolgen.
Noem twee van die schadelijke gevolgen.
Biologische landbouw.
In de biologische landbouw mogen niet alle manieren om grond te verbeteren worden toegepast.
Welke van de manieren van grondverbetering hieronder is of welke manieren zijn niet toegestaan in de biologische landbouw?