Oefentoets Biologie: Zenuwstelsel - centraal_ruggenmerg | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 42 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

42

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Zenuwstelsel

Bovenaanzicht van het ruggenmerg.
Zie figuur B 310 van de bijlage.

In afgebeelde tekening is een doorsnede van het ruggenmerg van een rechtopstaand persoon in bovenaanzicht met in- en uittredende zenuwen gegeven.

Bij prikkeling van de huid van de rechterhand bereiken de hierdoor opgewekte impulsen een cellichaam van een zenuwcel het eerst bij

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een doorgesneden zenuw bij het ruggenmerg.
Zie figuur B 317 van de bijlage.

Het is mogelijk dat een zenuw doorgesneden is, waardoor één der tenen niet meer bewogen kan worden, terwijl men er nog wel gevoel in heeft.
De tekening geeft het corresponderende deel van het ruggenmerg met bijbehorende zenuwen weer.

Deze beschadiging zal zich dan bevinden op plaats

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Onderbreking van een reflexboog.
Zie figuur B 326 van de bijlage.

Een bepaalde reflexboog verbindt een zintuig met een spier. Deze reflexboog is onderbroken tussen de ruggenmergzenuwknoop (zie tekening) en het ruggenmerg.

Welke van de onderstaande beweringen is(zijn) juist?

1. het zintuig kan impulsen in de richting van het ruggenmerg blijven afgeven.
2. impulsen van het zintuig kunnen in het ruggenmerg aankomen.
3. impulsen van het zintuig kunnen in de spier aankomen.

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Dwarsdoorsnede van het ruggenmerg.
Zie figuur B 336 van de bijlage.

De tekening stelt de dwarsdoorsnede van het ruggenmerg met zenuwceluitlopers voor. Op plaats P wordt de uitloper geprikkeld, waardoor een impuls ontstaat.

Op welke van de aangegeven plaatsen zal daardoor een impuls meetbaar zijn?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Het ruggenmerg ter hoogte van een borstwervel.
Zie figuur B 353 van de bijlage.

In de tekening is een dwarsdoorsnede van het ruggenmerg ter hoogte van een borstwervel weergegeven. Een uitloper van een zenuwcel in de grote hersenen gaat naar het ruggenmerg ter hoogte van een lendenwervel.

Door welk van de in de tekening genummerde delen gaat deze uitloper?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een gemengde zenuw.
Zie figuur B 362 van de bijlage.

De tekening stelt een doorsnede door een deel van het zenuwstelsel voor.
Een zenuw waarin zowel uitlopers van sensibele als van motorische zenuwcellen voorkomen, wordt een gemengde zenuw genoemd.

Op welke van de genummerde plaatsen bevindt zich een gemengde zenuw?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Cellichamen en uitlopers in het ruggenmerg.

Van een bepaalde zenuwcel bij de mens is bekend dat zowel het cellichaam als de uitlopers geheel in het ruggenmerg liggen.

Welk type zenuwcel kan dit zijn?

Zenuwstelsel

Een wervel en een deel van het ruggenmerg.
Zie figuur B 483 van de bijlage.

In de afbeelding is een wervel van de mens en een deel van het ruggenmerg met zenuwen weergegeven.

Bevinden cellichamen van schakelcellen zich in deel 1, in deel 2 of in deel 4?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een wervel deel van het ruggenmerg.
Zie figuur B 483 van de bijlage.

In deel 3 zijn zenuwceluitlopers aanwezig.

Verlopen onder natuurlijke omstandigheden de impulsen in deze zenuwceluitlopers alle in dezelfde richting?
Zo ja, in welke richting?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Cellen in het ruggenmerg.
Zie figuur B 475 van de bijlage.

De afbeelding geeft aan de linkerkant een schematische dwarsdoorsnede weer van het ruggenmerg van de mens met een deel van de bijbehorende zenuwen.
De afbeelding geeft aan de rechterkant een gedeelte van een zenuwcel weer met een aantal synapsen. Dit gedeelte bevindt zich in het weefsel dat in de linker afbeelding is gestippeld.

Kan de zenuwcel in de rechter afbeelding een motorische zenuwcel zijn?
Of een sensorische zenuwcel?
Of een schakelcel?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Uitlopers van motorische zenuwcellen.
Zie figuur B 1108 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch een doorsnee van het ruggenmerg van de mens weer met enkele zenuwcellen.
Uitlopers van deze zenuwcellen vormen verbindingen tussen het ruggenmerg en een bovenarm. Vier zenuwceluitlopers zijn met cijfers aangegeven.

Welke van de aangegeven uitlopers zijn uitlopers van motorische zenuwcellen?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Impulsen, die de activiteit van spieren beïnvloeden.

Er komen impulsen uit de hersenen die de activiteit van spieren beïnvloeden.

Gaan deze impulsen alleen door grijze stof van het ruggenmerg of alleen door witte stof van het ruggenmerg of door grijze en witte stof beide?

Zenuwstelsel

Een dwarse doorsnede door het ruggenmerg.
Zie figuur B 1216 van de bijlage.

Afgebeeld staat een schematische voorstelling van een dwarse doorsnede door het ruggenmerg van een zoogdier.

De met een pijl aangegeven delen in het schema zijn gelegen aan

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een dwarse doorsnede door het ruggenmerg.
Zie figuur B 1222 van de bijlage.

In de figuur staat een schema van een dwarse doorsnede door het ruggenmerg met uittredende zenuwen.
De doorsnede is van bovenaf gezien.

De zenuwcellichamen die in deel X van het gegeven schema liggen behoren tot het

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Ligging van zenuwcellen.

Van welke neuronen zijn de cellichamen in de grijze stof van het ruggenmerg aanwezig?

Zenuwstelsel

Zenuwcellen & een gebogen arm.
Zie figuur B 531 van de bijlage.

In de tekening is schematisch weergegeven hoe diverse zenuwcellen, die een rol spelen bij het gebogen houden van een arm, met een buigspier en met andere zenuwcellen in verbinding staan.

Welke van de genummerde delen kunnen beschouwd worden als schakelcellen of uitlopers daarvan?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Richting van impulsgeleiding.
Zie figuur B 524 van de bijlage.

De tekening geeft een dwarsdoorsnede weer van het ruggenmerg van de mens met bijbehorende zenuwen.

Op welke van de aangegeven plaatsen vindt in de bundel impulsgeleiding in slechts één richting plaats?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

De buitenkant van het ruggenmerg.

De buitenkant van het ruggenmerg is

Zenuwstelsel

Het cellichaam van een motorische zenuwcel.
Zie figuur B 593 van de bijlage.

De tekening stelt een dwarsdoorsnede van het ruggenmerg voor.

Op welke van de aangegeven plaatsen ligt het cellichaam van een motorische zenuwcel?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Twee dwarsdoorsneden van het ruggenmerg.
Zie figuur B 587 van de bijlage.

De tekeningen P en Q stellen dwarsdoorsneden voor op verschillende plaatsen van het ruggenmerg van de mens.

Met welk cijfer wordt de witte stof aangegeven?
Welke tekening stelt de doorsnede voor van het deel van het ruggenmerg dat het dichtst bij het hoofd is gelegen?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Cellichamen van de sensorische zenuwcellen.

Waar in de romp van de mens bevinden zich de cellichamen van de sensorische zenuwcellen?

Zenuwstelsel

Kinderverlamming.
Zie figuur B 547 van de bijlage.

Kinderverlamming is een ziekte die door een virus wordt veroorzaakt. Er ontstaan daarbij spierverlammingen doordat het virus een bepaald type zenuwcel aantast. Schakelcellen worden niet aangetast.

Op welke van de in de tekening aangegeven plaatsen kunnen zich de cellichamen van deze aangetaste zenuwcellen bevinden?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

Een motorische zenuwcel in het ruggenmerg.
Zie figuur B 539 van de bijlage.

In de tekening stelt Q een cellichaam van een motorische zenuwcel in het ruggenmerg van de mens voor. Deze zenuwcel is verbonden met uitlopers van andere zenuwcellen.

Worden de impulsen in uitloper P gewoonlijk in richting 1 of in richting 2 voortgeleid?
Kan uitloper P een deel zijn van een schakelcel?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

1/4 Het ruggenmerg.
Zie figuur B 429 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch een dwarsdoorsnede van het ruggenmerg van de mens weer. De zenuwceluitlopers S en T zijn met het linkerbeen verbonden.

Wordt met R het cellichaam aangegeven van een motorische zenuwcel, van een schakelcel of van een sensorische zenuwcel?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/4 Het ruggenmerg.
Zie figuur B 429 van de bijlage.

Op de plaats die in de afbeelding met een pijl is aangegeven, wordt de zenuwceluitloper geprikkeld.

Kunnen impulsen die als direct gevolg van deze prikkeling ontstaan, worden voortgeleid in de richting van P, in de richting van Q of in de richting van beide zenuwcellichamen?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

3/4 Het ruggenmerg.
Zie figuur B 429 van de bijlage.

Een persoon tilt in een reflex zijn linkerbeen op.

Zullen er bij deze reflex alleen impulsen lopen door zenuwceluitloper S, alleen door zenuwceluitloper T of door beide zenuwceluitlopers?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

4/4 Het ruggenmerg.
Zie figuur B 429 van de bijlage.

Deze persoon heeft jeuk aan zijn linkerknie.

Passeren dan alleen impulsen door het ruggenmerg, alleen door de grote hersenen of door beide delen?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

1/3 De rug.
Zie figuur B 483 van de bijlage.

In de afbeelding is een wervel van de mens en een deel van het ruggenmerg met zenuwen weergegeven.

Bevinden cellichamen van schakelcellen zich in deel 1, in deel 2 of in deel 4?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/3 De rug.
Zie figuur B 483 van de bijlage.

In deel 3 zijn zenuwceluitlopers aanwezig.

Verlopen onder natuurlijke omstandigheden de impulsen in deze zenuwceluitlopers alle in dezelfde richting?
Zo ja, in welke richting?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

3/3 De rug.
Zie figuur B 483 van de bijlage.

Komen in deel 5 anorganische stoffen voor?
En organische stoffen?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

1/4 Zenuwstelsel.
Zie figuur A 163 van de bijlage.

In de afbeelding geeft tekening 1 schematisch een zenuwcel van de mens weer die is verbonden met spiervezels.
Tekening 2 in de afbeelding is een schema van een aantal verbindingen in het ruggenmerg.
In dit schema is een aantal zenuwcellichamen en uitlopers aangegeven met letters.

Op welke van de plaatsen E, F of G in tekening 2 bevindt zich deel P uit tekening 1?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/4 Zenuwstelsel.
Zie figuur A 163 van de bijlage.

Hoeveel cellichamen van schakelcellen zijn in tekening 2 weergegeven?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

3/4 Zenuwstelsel.
Zie figuur A 163 van de bijlage.

Kunnen volgens de getekende schakelingen via baan S impulsen van het ruggenmerg naar de hersenen worden geleid en/of impulsen van de hersenen naar het ruggenmerg?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

4/4 Zenuwstelsel.
Zie figuur A 163 van de bijlage.

Zenuwceluitloper T wordt onderbroken door een beschadiging.

Wordt daardoor een motorische of een sensorische zenuwceluitloper onderbroken of is dat niet uit de afbeelding op te maken?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

1/4 Ruggenmerg.
Zie figuur A 301 van de bijlage.

In de afbeelding zijn twee wervels en een deel van het ruggenmerg getekend. Bovendien zijn verbindingen tussen enkele ruggenmergszenuwen en drie zenuwknopen van het orthosympathische deel van het autonome zenuwstelsel aangegeven. Deze zenuwknopen liggen in de zogenoemde grensstreng. De zenuwen Q en R zijn verbonden met de rechterarm.

Op welke van de aangegeven plaatsen S, T en U kunnen zich cellichamen van zenuwcellen bevinden?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/4 Ruggenmerg.
Zie figuur A 301 van de bijlage.

Iemand brandt zijn rechterhand. Hij trekt deze hand terug en voelt daarna de pijn. Hij is erg geschrokken.

Verlopen in deze situatie impulsen langs plaats Q?
En langs plaats R?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

3/4 Ruggenmerg.
Zie figuur A 301 van de bijlage.

Zal in de situatie dat deze persoon zijn rechterhand brandt als gevolg daarvan het aantal impulsen dat door de grensstreng naar het hart gaat, afnemen, gelijk blijven of toenemen?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

4/4 Ruggenmerg.
Zie figuur A 301 van de bijlage.

Is deel X in de afbeelding opgebouwd uit beenweefsel, uit kraakbeenweefsel of uit zenuwweefsel?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

1/3 Een deel van de rug van een mens.
Zie figuur B 1459 van de bijlage.

In de afbeelding is een dwarsdoorsnede te zien van onder andere het ruggenmerg, de wervelkolom en spieren bij een mens. Vier delen zijn met letters aangegeven.

Liggen cellichamen van sensorische zenuwcellen bij P, bij Q of bij R?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

2/3 Een deel van de rug van een mens.
Zie figuur B 1459 van de bijlage.

Iemand valt en voelt pijn.

Verlopen dan impulsen in de grijze stof of in de witte stof van het ruggenmerg of in beide gedeelten?

afbeeldingafbeelding

Zenuwstelsel

3/3 Een deel van de rug van een mens.
Zie figuur B 1459 van de bijlage.

Door de val wordt weefsel, dat in de figuur met S is aangegeven, beschadigd.
Drie functies die weefsels kunnen hebben, zijn:

1. het geven van stevigheid,
2. het voortgeleiden van impulsen,
3. het produceren van bloedcellen.

Welke van deze functies heeft weefsel S?

afbeeldingafbeelding