Oefentoets Biologie: Spijsvertering | VWO 1/VWO 2/VWO 3 | variant 10

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

Het verteringsstelsel.
Zie figuur B 4598 van de bijlage.

In de afbeelding is een deel van het verteringsstelsel aangegeven met letter P.

Hieronder staan twee beweringen over deel P.

I. Deel P is de twaalfvingerige darm.
II. In deel P kunnen peristaltische bewegingen voorkomen.

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Speekselstenen.

Speeksel wordt via kleine buisjes van de speekselklieren naar de mond gevoerd.
Bij sommige mensen raken deze afvoerbuisjes verstopt doordat er speekselstenen in vast blijven zitten.
Zulke mensen hebben dan vaak moeite met het doorslikken van hun eten.

Leg uit waardoor iemand die minder speeksel in de mond heeft, moeilijk eten kan doorslikken.

Spijsvertering

Zieke schapen.

Schapen kunnen ziek worden als ze bepaalde soorten wormen in hun lichaam krijgen.
Zo zijn er wormen die diarree bij schapen veroorzaken.
Diarree ontstaat als er niet voldoende water wordt opgenomen uit onverteerde voedselresten.

In welk deel van het verteringskanaal wordt veel water uit onverteerde voedselresten opgenomen?

Spijsvertering

Delen van het gebit.
Zie figuur B 3138 van de bijlage.

Het gebit bestaat uit snijtanden, hoektanden en kiezen.
Bij een tandarts hebben die allemaal een eigen nummer.
Dit is hiernaast weergegeven.

Welk nummer geeft een kies aan?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Een ‘luie' maag.
Zie figuur B 4604 van de bijlage.

Door verschillende oorzaken kan voedsel te lang in de maag blijven.
Bij mensen die dat regelmatig hebben, wordt soms gesproken over een ‘luie' maag.
In de afbeelding zijn verschillende organen met een letter aangegeven.

Welke letter geeft de maag aan?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

1/3 De maag.

In een artikel staat de volgende informatie:
In alle leeftijdsgroepen kunnen mensen maag-darmproblemen hebben.
Soms zijn de klachten duidelijk: er kan sprake zijn van een infectie in de maag.
Bacteriën komen via het voedsel ons lichaam binnen. In de maag gaan veel van die bacteriën dood.

Waardoor sterven de meeste bacteriën in de maag?

Spijsvertering

2/3 De maag.

Soms dringen bacteriën toch het bloed binnen.
Het bloed bevat bloeddeeltjes die de bacteriën bestrijden.

Welke bloeddeeltjes zijn dit?

Spijsvertering

3/3 De maag.

Is de maag een weefsel, een orgaan of een orgaanstelsel?

Spijsvertering

2/2 Kauwen.

Je kunt tandbederf voorkomen door je tanden goed te poetsen.

Noteer een andere methode waarmee je tandbederf kunt voorkomen.

Spijsvertering

3/4 Een posterpresentatie.

Onder elk orgaan wil hij kort iets over de functie ervan schrijven.
Op zijn kladblaadje staan hierover de volgende aantekeningen.

Tekst 1:
Hier worden enzymen en zoutzuur aan het voedsel toegevoegd.

Tekst 2:
In dit orgaan wordt onder andere gal gemaakt.

Tekst 3:
Op de binnenkant van dit deel bevinden zich darmvlokken.
Darmsapklieren maken enzymen.
Het grootste deel van het verteerde voedsel wordt hier in het bloed opgenomen.

Welk orgaan in de afbeelding heeft de functies die Stefan bij tekst 3 heeft opgeschreven?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

4/4 Een posterpresentatie.

Tekst 4:
In dit deel leven veel darmbacteriën die stoffen in onverteerde resten afbreken.
Ook wordt er veel water opgenomen in het bloed.

In een bepaald deel van het verteringskanaal leven veel darmbacteriën (zie tekst 4).

Hebben darmbacteriën een celkern? En hebben ze een celwand?

Spijsvertering

1/2 De alvleesklier.
Zie figuur B 4631 van de bijlage.

In de afbeelding zijn twee verschillende kliertjes weergegeven die zich in de alvleesklier bevinden. De cellen van de kliertjes geven stoffen af. Bij enkele cellen is dit met een pijltje aangegeven.

In de alvleesklier worden zowel hormonen als verteringsenzymen gemaakt.

Welke van die stoffen worden door cel P gemaakt?
En welke stoffen worden door cel Q gemaakt?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

2/2 De alvleesklier.

De hormonen die in de alvleesklier gemaakt worden, spelen een rol bij het regelen van het glucosegehalte van het bloed.

Geef de naam van een hormoon dat in de alvleesklier wordt gemaakt.

Een hormoon heet [invulveld].

Spijsvertering

1/2 Speeksel.
Zie figuur B 4645 van de bijlage.

In een boek staat de volgende informatie.

In de afbeelding B 4645 zijn onder andere speekselklieren weergegeven.
Deze klieren maken ongeveer 0,6 tot 1,0 liter speeksel per dag.
Bij het kauwen en doorslikken van voedsel werkt speeksel als een smeermiddel.
Ook vergemakkelijkt speeksel het praten en houdt het de mond vochtig.
Van nature komen er in de mond bacteriën voor die tandbederf veroorzaken.
Deze bacteriën leven van voedselresten.
Daarbij maken ze zuren die de buitenste laag van tanden en kiezen aantasten.
Speeksel gaat de schadelijke werking daarvan tegen.

Bacteriën maken zuren die de buitenste laag van tanden en kiezen aantasten.

Hoe heet de buitenste laag van tanden en kiezen?

Deze laag heet de/het [invulveld].

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

2/2 Speeksel.
Zie figuur B 4645 van de bijlage.

In de informatiein de inleiding worden enkele functies van speeksel genoemd.

Noem nog een andere functie van speeksel.

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

1/4 Schedels van zoogdieren.
Zie figuur B 789 van de bijlage.

De tekeningen stellen twee schedels van zoogdieren voor.
Bestudeer deze tekeningen en let daarbij vooral op het gebitten.

Heeft dier 1 hoofdzakelijk knipkiezen, knobbelkiezen of plooikiezen?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

2/4 Schedels van zoogdieren.
Zie figuur B 789 van de bijlage.

Is dier 1 een alleseter, een planteneter of een vleeseter?

afbeeldingafbeelding